Rittersma (1966)

In den beginne

In de aanvang van de geschiedenis van de G.S.V. wordt de leiding gelegd bij een driemanschap, dat zich bijna direkt bezint over de opstelling en de formulering van de statuten. Aangezien de vereniging scherpe kritiek heeft op het besluit van de V.G.S. “H.d.C” om de vereniging “open” te doen zijn voor leden van alle kerkgenootschappen, wordt de nadruk gelegd op nauwkeurige formulering van het besloten karakter, en de juiste weergave van de grondslag. Daarbij doet zich al spoedig de tegenstelling voor, dat sommigen menen, dat de vereniging geen grondslag in de statuten kan neerleggen, terwijl anderen precies het tegenovergestelde vinden, dat de leden van de G.S.V. vanwege hun lidmaatschap van de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt reeds een gemeenschappelijke basis hebben, welk lidmaatschap verplichtingen met zich meebrengt. Deze verplichtingen liggen niet alleen op het vlak van de leer, maar ook op dat van het leven.

Vandaar dat een verwijzing naar de Bijbel in de statuten thuishoort, zodat men elkaar (ook) daarop kan aanspreken. De voordracht van vijftien novieten tot het aspirant-lidmaatschap meent de praeses van de novitaatscommissie (am. J.A. Meyer) enkel onder deze voorwaarde: “dat hun gezang drastisch verbeterd wordt” te kunnen doen. Aangezien deze evengenoemde amici de oudste in jaren is, wordt hij benoemd tot ‘dictator imminute in iure’, teneinde de oude senaat te kunnen dechargeren en de nieuwe senaat te installeren.

Leden

  • Gerrit Tigelaar Fiscus

Word lid!

Login

Inloggen geeft je toegang tot het forum