Pieters (1974)

Deze senaat continueert het Regio-systeem. De leden van de diverse Regiones blijven (op een enkele overzwaaier na) allen op dezelfde regio, zodat men van een zeker ‘thuisvoelen’ kan spreken. De disputen binnen de regio’s draaien redelijk tot goed.

Maar de obscuriteit blijft de aandacht vragen. in het abactiaal jaarverslag wordt ervan gezegd: “We vertrouwen erop dat u ook het komende jaar u wilt inzetten voor de bijbelkring, want het is in het verleden meermalen aangetoond dat verzuiming van de bijbelkringen een eerste stap is op de weg naar obscuriteit en algehele onverschilligheid.” De vereniging is ‘extern’ hard aan het werk. Op een huishoudelijke vergadering wordt een commissie in het leven geroepen die de presentatie in de KEI moet verzorgen en daarnaast zich uitvoerig bezig houdt met de structuur van de universiteit. De nota die van haar hand verschijnt is nog steeds actueel.

Andere geschriften, geschrijf en bundeling van gedachten leveren de nodige problemen op. Jaren achtereen heeft in de studentenwereld een almanak een plaats kunnen hebben. Nu echter het Gereformeerd Wetenschappelijk Genootschap de plannen heeft een interfacultair tijdschrift te verzorgen, komt de G.S.V. in beweging. Het tijdschrift zal de artikelen, die anders in de almanak geplaatst werden, opvragen en publiceren. Hierdoor blijft er voor de Studentenverenigingen niet meer over dan enkel het publiceren van de globale werkzaamheden en een ledenlijst. Met net veel instemming wordt de almanak op een zijspoor gezet.

De soos aan het Damsterdiep voldoet niet geheel aan de verlangens van de vereniging en de gemeente wil het pand (287) slechts voor vijf jaar verhuren. Derhalve zoekt men naar ander onderkomen.

In deze senaatsperiode vindt een diep ingrijpende discussie plaats over de levensstijl van de leden van de G.S.V. Mede daardoor is het jaarthema: ‘Gebruik van de bijbel’. Het woordgebruik van de notulist wordt niet altijd door de toehoorders aangenaam bevonden. Amice B.E. van der Beek wil “vertwijfeld lachend” veranderd zien in “zuurzoet lachend”, omdat het eerste (zeker) niet bedoeld is als een wanhoopsdaad. Het tweede duidt beter aan wat er bedoeld wordt.

Met enige droefheid melden wij u het feit dat de beheerder der penningen dit jaar met een compleet lege kas zit. Argumenten daarvoor door hem aangedragen luiden:
“Of de G.S.V. had dit jaar een kwistige fiscus óf een fiscus die tenminste eens kon rekenen en praktisch geen overschot overhield.” Dat hem dit niet in dank is afgenomen blijkt pas later, als de nieuwe beheerder van de poen een balans uit het niets mag opmaken.

Leden

  • Ria Hoekstra Abactis
  • Eddy van Essen Fiscus
  • Bart de Groot Assessor Secundus

Word lid!

Login

Inloggen geeft je toegang tot het forum