Veling (1971)

Kort kan men het beleid van deze senaat aanduiden door: de bijbelkringen zullen samengesteld worden uit drie grote groepen, waarbij elke groep een bijbelboek gaat behandelen; dispuutsonderwerpen worden van senaatswege verstrekt, waarbij de leden moeten intekenen zoveel mogelijk overeenkomstig hun studie; fac.-groepen hebben een meer informeer karakter; het twaalfuursbesluit wordt experimenteel terzijde gesteld voor drie maanden, teneinde het soosbezoek te analyseren.

De rode draad over de externe zaak (moet de G.S.V. naar buiten treden en eventueel hoe?) begint onder deze senaat een begin te krijgen en loopt nog steeds. Deze zaak krijgt voornamelijk aandacht wanneer G.S.V.’ers mogelijkheden zien om te gaan werken in de KEI (Kennismaking- en Introductie voor eerstejaars studenten). Met name een publicatie in de KEI-gids is een mogelijkheid om de G.S.V. te presenteren. De moeilijkheid in deze hele zaak is echter, dat de presentatie van de G.S.V. en de evangelisatie (getuigen van je christen-zijn en als academicus in spe Gods Woord als norm voor de studie hanteren) door de vereniging niet los wordt gezien.

Echter, niet alleen het optreden naar buiten houdt de aandacht van de senaat, ook interne vervlakking (obscuriteit) wordt een zaak van aanhoudende zorg. De redenen voor het verslappen van de aandacht acht de senaat gelegen in de veranderende mentaliteit; studieverzwaring; nevenverenigingen, die de aandacht opeisen (g.p.j.c./j.v.); een individualistische tendens binnen de maatschappij die ook z’n gevolgen krijgt in het gereformeerde leven; communicatiestoornissen en ten slotte een te grote vereniging.

Als ‘oplossing’ wordt vooreerst gekozen een betere motivatie bij de novieten aankweken en daarvoor de novieten veel te laten studeren in de wordingsgeschiedenis van de G.S.V. Tijdens het novitiaat wordt een commissie in het leven geroepen die de verhouding van de student en de Kerk moet onderzoeken en waarbij met name gelet moet worden op “de participatie van de G.S.V.’ers aan activiteiten op kerkelijk gebied”.

Een voorzichtig handelen kenmerkt ook het gedrag van de amici voor wat betreft het thuisbrengen van amicae. Een wanhoopskreet van amica T. Vegter bewijst dat: “De amici zijn veel te laks en de amicae hebben te weinig vrijmoedigheid. Daar moet verandering in komen!”. De verkiezing van de nieuwe senaat blijkt een aardig festijn op te leveren, want in een motie legt de G.S.V. vast dat het met de redes van amici F.T. Oldenhuis, G.E.P. ter Horst en B.J. van der Line een geslaagde avond is geweest.

Leden

  • Ype Veling Praeses
  • Fred van Hulst Fiscus
  • Jan Bouwkamp Assessor Primus

Word lid!

Login

Inloggen geeft je toegang tot het forum