van der Kolk (1975)

De troonrede van deze senaat spreekt over het voorrecht lid te mogen zijn van de G.S.V. “om daarin bezig te mogen zijn aan het vormingswerk op bijbelkring en dispuut; om daar de echte amicitia, de echte vriendschap te vinden, omdat we daar ons verbonden weten in Jezus Christus. Dan kan en dan mag de vereniging ook maar niet een vrijblijvende aangelegenheid zijn. Dan vraagt dat om inzet, om betrokkenheid, om initiatief. En niet alleen van een relatief kleine groep mensen. De regio-structuur gecombineerd met een verantwoordelijkheidsmentaliteit zijn de elementen die het nakomen van artikel vier 3) optimaal mogelijk moeten maken.”

Wanneer tijdens deze senaat de kwestie van het externe beleid nog eens wordt belicht, dan doen we dat aan de hand van een uitvoerige KEI-nota. De strekking van die nota is dat “wij als christenen de opdracht hebben te getuigen waar en wanneer we daarvoor de gelegenheid hebben. De G.S.V. moet dit steunen voor zover dit binnen de universitaire sfeer ligt.” Ook hier komt weer de tegenstelling - taak voor de G.S.V. of voor individuele leden - naar voren. In een marathonzitting spreekt de vereniging zich uit noch voor het een, nog voor het ander. De presentatie in de KEI zal plaatsvinden door een presentatiecommissie, terwijl het evangeliseren wordt opgedragen aan de Vereniging voor Evangelisatieprojecten in oprichting. Eigenlijk ligt het antwoord op de vraag of de G.S.V. een taak heeft om extern op te treden nog in het onzekere.

Op het gebied van de contacten met de algemene studenten verenigingen in Groningen neemt de G.S.V. tijdelijk een plaats in de Contractus (het overlegorgaan) in. Tijdelijk, totdat het doel van de contractus verandert in het behartigen van de belangen van de leden van de aangesloten verenigingen. Aangezien de G.S.V. geen belangenbehartigingsorganisatie is, wordt haar taak die van een beschouwer.

Over het introductiebeleid van de G.S.V. worden een aantal regels vastgesteld, waarvan wel de voornaamste is: “het karakter van de G.S.V. mag niet veranderen.” De poging om ook een richtlijn op te nemen aangaande het verwijzen naar de kerk wordt niet geaccepteerd. Het huurcontract op het gebouw ‘Beth-Esda’ te huren wordt getekend. in dezen is dan de gedachte van am. K. Veling omgekeerd in vervulling gegaan (zie Senaat Gort). Het door de de G.S.V. georganiseerde fac.-groepencongres wordt een daverend succes waarop Groningen met genoegen terug kan zien.

Als vanouds is de verkiezing van de senaat, die het tweede lustrum van de G.S.V. mag begeleiden, een gezellige bezigheid. Met daverende redes weten de voorzitter (am. W. van Essen) en de secretaris/penningmeester/algemeen adjunkt (am H. Boersema) de aandacht van de vereniging te vangen. De F.I. (Foeten Integratie) die achter de vermelde personen schuil gaat, heeft geheel buiten de activiteiten om op unieke wijze gepoogd de innenstelling van de eerstejaars in de G.S.V. te bevorderen. Zij bezochten de ouders om op die manier ook hen bij het werk van de G.S.V. te betrekken. Zij gaven het contact met ‘thuis’ een nieuwe dimensie.

Leden

  • Flip van de Kolk Praeses
  • Klary de Vries Abactis
  • Berend Oosterhuis Fiscus
  • Jan Peter Boersma Assessor Primus
  • Berend Oosterhuis Assessor Secundus

Word lid!

Login

Inloggen geeft je toegang tot het forum