Oosterhoff (1967)

De troonrede van deze senaat is een ernstig stuk over de keuze die men gedaan heeft door uit de V.G.S. “H.d.C.” te gaan. De leden wordt op het hart gebonden zich in heel de studie en heel het leven te normeren aan Het Woord van God. De kerk en het lidmaat daarvan zijn, moet ons dringen tot naarstige studie in de bijbel opdat er een grondslag gelegd wordt voor heel het leven. De gemeenschap der heiligen is de kring waarbinnen de gereformeerde studenten leven.

In dit kader wil de senaat met de vereniging gaan werken, en praktisch uitwerkt betekent dat: een goede voorlichting geven aan aanstaande 1e-jaars; instelling van bijbelkringen om een grondige bijbelkennis te krijgen; oprichting van disputen: een alpha-dispuut (met behandeling van een hedendaags filosoof) en een beta-dispuut (voor de behandeling van de geopenbaarde wil van God ten opzichte van de uitkomsten van de wetesnchap); verder worden er openbare vergaderingen gehouden.
In deze periode duikt het verschijnsel van de “obscuriteit” reeds op (de slechte betrokkenheid van de leden bij het verenigingswerk). De activiteit van de vereniging is bij de behandeling van het zogenaamd ‘kaartbesluit’ veel groter. De G.S.V. legt in een besluit vast, “dat ter sociëteit niet gekaart mag worden, ter willen van de Christelijke broederschap en amicitia”. De ware amicitia wordt ook beoefend als men tijdens een huishoudelijke vergadering -door afwezigheid van het quorum- schuchter het “clublied”: “For he’s a jolly good fellow” aanheft

Al kan met het gezang en applaus neit missen, toch worden er gedurende deze senaatsperiode belangrijke besluiten genomen waarvan we er één uitlichten (vanwege zijn moeitevol ontstaan), namelijk de vaststelling van artikel drie:

“De vereniging wortelt in de gemeenschap der heiligen, de kerk, die de HERE in de weg van de reformatie der zestiende, negentiende en twintigste eeuw hier te lande bij Zijn Woord heeft bewaard, en heeft derhalve de Heilige Schrift en de drie Formulieren van Enigheid als grondslag en norm.”

Enkele andere zaken uit deze senaatsperiode: het totstandkomen van het stencil “Feiten en Opmerkingen”, naar aanleiding van de breuk met de V.G.S. “H.d.C.”; de afwijzing van een studentenpastoraat; de opstelling van novitiaatsregels en een soms van onordelijke discussie (getuige de opmerking van de notulist: “Drie amici spreken respectievelijk afwisselend, samen, tegen elkaar in, de één tegen de ander en soms ook tot de praeses”).

Leden

  • Annet Holthof Fiscus

Word lid!

Login

Inloggen geeft je toegang tot het forum