Oldenhuis (1972)

Reeds in de troonrede wordt de discussie over de externe zaak aangedragen: “Een aspect verdient nadere aandacht: als wij onze mond houden, ons niet confronteren met de buitenwacht, zullen wij onze tekortkomingen nooit aan den lijven ervaren en niet ten vollen van de noodzaak doordrongen zijn om zelf zelf bij te schaven.”

De senaat wenst de vereniging te activeren tot een duidelijker stellingname van de leden, om het getuigenis Kind van God te zijn waar te maken. Dat studiezin en motivatie voor dispuut en bijbelkring daarbij als vanzelfsprekende zaken worden beschouwd, blijkt nog niet tot alle leden te zijn doorgedrongen. De disputen moeten derhalve reeds in de zomervakantie een duidelijk begin maken met de activiteiten teneinde de werkzaamheden zo functioneel mogelijk te doen zijn.

Tijdens deze senaat brengt de vereniging de discussie over de externe taak van de G.S.V. opnieuw een stap verder via de motie Van der Jagt:
“de G.S.V. besluit
bij voorkomende gevallen binnen het ‘politiek’ bestel van de universiteit zich stimulerend en activerend op te stellen achter verenigingsleden hierin actief, en hiertoe de senaat opdracht te geven hem met raad en daad terzijde te staan;
de senaat opdracht te geven contact op te nemen met de verschillende evangelisatiecommissies binnen de stad en verslag te doen van samenwerkingsmogelijkheden voor individuele verenigingsleden.”
De senaat was een geheel andere mening toegedaan nl. dat de G.S.V. als vereniging een taak had.

De sociëteit wordt ook weer actueel. Een pand aan het Schuitendiep wordt door de noeste huisvesters Ter Horst en Van der Linde van harte aanbevolen. maar door een wijziging van de voorwaarden van de verhuurder, waardoor alles veel duurder zou worden voor de G.S.V., terzijde geworpen. Een nieuw pand aan het Damsterdiep levert veel rumoer over “ver fietsen, niet-centrale ligging” op, maar blijkt achteraf mee te vallen. De voorlichting, die de beide amici geven wordt door de notulist als volgt gekenschetst:
“de beide amici verzorgden de voorlichting, uitstekend op elkaar ingespeeld, het ene moment elkaar aanvullend, en het volgende moment elkaar het woord ontnemend.”
De G.S.V. besluit eht pand te huren. Een naam voor het gebouw wordt niet gevonden, al noemen sommigen het ‘Pandje 287’.

Zaken waarmee de senaat Oldenhuis verder werd geconfronteerd: een amicaal congres; gelijkwaardige opleiding (daaronder vallen niet de studenten van Ubbo Emmius); kascontrole (eerst de kas laten controleren en daarna pas kancontroleurs gaan verkiezen); gesprek met HdC; broodmaaltijden in de KEI.

Vergaderingen verslaan is een taak die alle notulisten gemeen hebben. Doch zoals dat eens onder deze senaat heeft plaatsgevonden vindt men dat zelden.
“Opening: Met een hamerslag, die doorspekt was van een galmachtige weemoed, opende de praeses, am. F.T. Oldenhuis, de vergadering en wel op een tijdstip dat iedere normale burger reserveert voor zijn maaltijd, nl. circa twintig voor zeven n.m. Uit de opkomst van de leden viel op te merken dat het ouder worden gepaard gaat met een zekere mate van starheid, daar veel - vooral ouderjaars - amici reeds vastgeroest bleken te zitten in een dagschema, waarin de maaltijden hun vastgestelde tijden kennen.”

De senaatsverkiezingen lopen ook zeer gladjes. Al is ama. A.C. Duits de enige kandidaat, die zich een nieuwe angst op de hals haalt (‘senatophobie’) en zich dientengevolge met gepaste woorden van het strijdtoneel verwijdert, waardoor de senaat Van Popta de teugels rustig ter hand kan nemen.

Leden

  • Fokko Oldenhuis Praeses
  • Els den Otter Abactis
  • Johan van Popta Assessor Primus
  • Lien Grasdijk Assessor Secundus

Word lid!

Login

Inloggen geeft je toegang tot het forum