21 Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft Mij lief. Wie Mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en Mij ontvangen, en Ik zal mij aan hem bekendmaken.’ 22 Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot) aan Jezus: ‘Waarom zult U zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken, Heer?’ 23 Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand Mij liefheeft zal hij zich houden aan wat Ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. 24 Maar wie Mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat Ik zeg, en wat jullie Mij horen zeggen, zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de Vader, door wie Ik gezonden ben. 25 Dit alles zeg Ik tegen jullie nu Ik nog bij jullie ben. 26 Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest, die de Vader jullie in mijn naam zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat Ik tegen jullie gezegd heb.
Johannes 14:21-26
+2
jelgerbijma
6 Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten
voor alle volken een feestmaal aan:
uitgelezen gerechten en belegen wijnen,
een feestmaal rijk aan merg en vet,
met pure, rijpe wijnen.
7 Op deze berg vernietigt Hij de sluier
waarmee alle volken omhuld zijn,
het kleed dat alle volken bedekt.
8 Voor altijd doet Hij de dood teniet.
God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht,
de smaad van zijn volk neemt Hij van de aarde weg
– de HEER heeft gesproken.
9 Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God!
Hij was onze hoop: Hij zou ons redden.
Hij is de HEER, Hij was onze hoop.
Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!’
Jesaja 25:6-9
+2
jelgerbijma
6 Onderwerp u dus nederig aan Gods grote macht, dan zal Hij u op de bestemde tijd verheffen. 7 Leg de last van uw zorgen op Hem, want u ligt Hem na aan het hart.
8 Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. 9 Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, hetzelfde lijden moeten doorstaan. 10 Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, die u geroepen heeft om in Christus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister, Hij zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet zult wankelen. 11 Hem komt de macht toe, tot in eeuwigheid. Amen.
1 Petrus 5:6-11
+0
jelgerbijma
1 Voor de koorleider. Van de Korachieten. Op de wijs van De jonge vrouwen. Een lied.
2 God is voor ons een veilige schuilplaats,
een betrouwbare hulp in de nood.
3 Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde
en storten de bergen in het diepst van de zee.
4 Laat de watervloed maar kolken en koken,
de hoge golven de bergen doen beven. sela
5 Een rivier, wijd vertakt, verblijdt de stad van God,
de heilige woning van de Allerhoogste.
6 Met God in haar midden stort zij niet in,
vroeg in de morgen komt God haar te hulp.
7 Volken roeren zich, rijken storten ineen,
zijn donderstem klinkt – de aarde siddert.
8 De HEER van de hemelse machten is met ons,
onze burcht is de God van Jakob. sela
9 Kom en zie wat de HEER heeft gedaan,
verbijsterend is wat Hij op aarde verricht.
10 Wereldwijd bant Hij oorlogen uit,
bogen breekt Hij, lansen verbrijzelt Hij,
wagens verbrandt Hij in het vuur.
11 ‘Staak de strijd, en erken dat Ik God ben,
verheven boven de volken, verheven boven de aarde.’
12 De HEER van de hemelse machten is met ons,
onze burcht is de God van Jakob. sela
Psalmen 46
+0
jelgerbijma
49 Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde! 50 Ik moet een doop ondergaan, en Ik word hevig gekweld zolang die niet volbracht is. 51 Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Integendeel, Ik zeg jullie dat Ik verdeeldheid kom brengen. 52 Van nu af aan zullen vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee en twee tegen drie. 53 De vader zal tegenover zijn zoon staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegenover haar moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.’
Lucas 12:49-53
+0
jelgerbijma
10 Zing voor de HEER een nieuw lied,
laat zijn lof klinken van de einden der aarde,
jullie die de zee bevaren, en alles wat leeft in zee,
jullie, eilanden, en allen die daarop wonen.
11 Laat de woestijn en zijn steden hun stem verheffen,
de tentenkampen waar de stam Kedar leeft;
laten de rotsbewoners uitbarsten in gejuich,
luidkeels roepen vanaf de toppen van de bergen.
12 Laten zij eer bewijzen aan de HEER
en zijn lof verkondigen op de eilanden.
13 De HEER zal optrekken als een krijgsheld,
als een aanvoerder wakkert Hij de strijdlust aan.
Hij blaast alarm, Hij slaakt een strijdkreet.
Heldhaftig verslaat Hij zijn vijanden.
14 Al zo lang heb Ik niets gezegd,
Ik heb gezwegen, me beheerst.
Nu schreeuw Ik het uit als een barende vrouw,
Ik zucht en Ik zwoeg tegelijk.
15 Bergen en heuvels laat Ik uitdrogen
en alles wat er groeit verdorren,
rivieren maak Ik tot eilanden,
waterplassen vallen droog.
16 Blinden laat Ik gaan over onbekende wegen,
op paden die ze niet kennen voer Ik hen.
Voor hen uit verander Ik duisternis in licht,
ruig land maak Ik vlak.
Ja, deze dingen zal Ik doen,
niets daarvan zal Ik nalaten.
17 Wie op afgodsbeelden vertrouwt,
tegen een godenbeeld zegt: ‘U bent onze god,’
zal terugdeinzen en zich diep schamen.
Jesaja 42:10-17
+0
jelgerbijma
14 Nu wij een hooggeplaatste hogepriester hebben die de hemelsferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten we vasthouden aan het geloof dat we belijden. 15 Want deze hogepriester kan met onze zwakheden meevoelen omdat Hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, maar dan zonder te zondigen. 16 Laten we dus zonder schroom de troon van Gods genade naderen, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.
Hebreeën 4:14-16
+1
jelgerbijma
4 Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; 5 er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; 6 er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. 7 In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. 8 Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; 9 de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen; 10 en weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te beoordelen of een profetie van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om klanktaal uit te leggen. 11 Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals Hij wil.
1 Korintiërs 12:4-11
+0
jelgerbijma
3 Ik zal je verborgen schatten schenken,
diep weggeborgen rijkdommen.
Dan zul je weten dat Ik de HEER ben,
de God van Israël, die jou bij je naam roept.
4 Omwille van mijn dienaar Jakob,
van Israël, dat Ik heb uitgekozen,
heb Ik je bij je naam geroepen
en je met een erenaam getooid,
ofschoon je Mij niet kende.
5 Ik ben de HEER, er is geen ander,
buiten Mij is er geen god.
Ik heb je omgord met wapens,
ofschoon je Mij niet kende.
6 Zo zal iedereen, van oost tot west,
weten dat er niets is buiten Mij.
Ik ben de HEER, er is geen ander
7 die het licht vormt en het donker schept,
die vrede maakt en onheil schept.
Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet.
Jesaja 45:3-7
+0
jelgerbijma
28 Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’ 29 ‘Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft,’ antwoordde Jezus.
30 Toen vroegen ze: ‘Welk teken kunt U dan verrichten? Als we iets zien zullen we in U geloven. Wat kunt U doen? 31 Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’ 32 Maar Jezus zei: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; Hij geeft u het ware brood uit de hemel. 33 Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ 34 ‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. 35 ‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.
Johannes 6:28-35
+1
jelgerbijma
1 Een pelgrimslied.
Ik sla mijn ogen op naar de bergen.
Van waar komt mijn hulp?
2 Mijn hulp komt van de HEER,
die hemel en aarde gemaakt heeft.
3 Hij zal je voet niet laten wankelen,
Hij zal niet sluimeren, je wachter.
4 Nee, Hij sluimert niet,
Hij slaapt niet,
de wachter van Israël.
5 De HEER is je wachter,
de HEER is de schaduw
aan je rechterhand:
6 overdag kan de zon je niet steken,
bij nacht de maan je niet schaden.
7 De HEER behoedt je voor alle kwaad,
Hij waakt over je leven,
8 de HEER houdt de wacht
over je gaan en je komen
van nu tot in eeuwigheid.
Psalmen 121
+1
jelgerbijma
12 In een van de steden waar Hij kwam, stond er plotseling een man voor Hem wiens hele huid was aangetast door een ziekte die onrein maakt. Toen hij Jezus zag, liet hij zich languit op de grond vallen en smeekte Hem om hulp met de woorden: ‘Heer, als U wilt, kunt U mij rein maken.’ 13 Jezus stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein!’ En meteen verdween zijn ziekte. 14 Hij beval hem er met niemand over te spreken en zei: ‘Ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen een reinigingsoffer, zoals Mozes heeft voorgeschreven.’ 15 Maar het nieuws over Hem verspreidde zich juist verder, en grote mensenmassa’s verzamelden zich om naar Hem te luisteren en zich van hun ziekten te laten genezen. 16 Hijzelf trok zich geregeld terug op eenzame plaatsen om er te bidden.
Lucas 5:12-16
+0
jelgerbijma
1 De zielen van de rechtvaardigen zijn in Gods hand, geen marteling kan hen deren. 2 Dwazen menen dan wel dat de rechtvaardigen dood zijn, dat het ellendig is dat ze ons moesten verlaten 3 en rampzalig dat ze afscheid moesten nemen – de rechtvaardigen zijn evenwel in vrede. 4 Ook al ziet iedereen hun lot als een straf, zij koesterden de hoop op onsterfelijkheid. 5 Slechts kort werden zij getuchtigd, maar onmetelijk is het geluk dat hun ten deel valt, want God heeft hen op de proef gesteld en hen waardig gekeurd om bij Hem te zijn. 6 Hij heeft hen als goud in een oven gelouterd en hen als een brandoffer aanvaard. 7 Wanneer de tijd aanbreekt dat Hij zich over hen ontfermt, zullen ze opvlammen en als vuur door een stoppelveld razen. 8 Ze zullen een oordeel vellen over de volken en heersen over de naties, en de Heer zal hun koning zijn tot in eeuwigheid. 9 Wie op Hem vertrouwen zullen de waarheid kennen, en wie trouw zijn zullen in liefde met Hem verkeren. Want er is genade en barmhartigheid voor zijn heiligen, en ontferming voor zijn uitverkorenen.
Wijsheid 3:1-9
+1
jelgerbijma
19 Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen. 20 Immers, wanneer u de slagen verdraagt die u krijgt als straf voor wangedrag, levert dat u toch geen aanzien op? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, omwille van u, en heeft u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele zonde beging en nooit bedrieglijke taal sprak. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. 24 Hij heeft onze zonden gedragen met zijn lichaam aan het kruishout, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen. 25 Eens dwaalde u als schapen, nu bent u naar uw herder teruggekeerd, naar Hem die uw ziel behoedt.
1 Petrus 2:19-25
+1
jelgerbijma
3 Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. 4 Wie zegt: ‘Ik ken Hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. 5 In ieder die zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde werkelijk tot volmaaktheid gekomen; hierdoor weten we dat we in Hem zijn. 6 Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. 7 Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. 8 Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven. 9 Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis. 10 Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val, 11 maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. Hij gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt.
1 Johannes 2:3-11
+3
jelgerbijma
34 Nadat de farizeeën hadden vernomen dat Hij de sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. 35 Om Hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: 36 ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ 37 Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 40 Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’
Matteüs 22:34-40
+2
jelgerbijma
26 En bovendien komt de Geest onze zwakheid te hulp; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten. 27 God, die ons hart doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen, want de Geest pleit voor de heiligen overeenkomstig Gods wil.
Romeinen 8:26-27
+1
jelgerbijma
11 Ik ben al niet meer in de wereld, Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die U ook aan Mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals Wij één zijn. 12 Zolang Ik bij hen was heb Ik hen door uw naam, die U Mij gegeven hebt, bewaard en over hen gewaakt: geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die al verloren was, omdat de Schrift in vervulling moest gaan. 13 Nu kom Ik naar U toe, en Ik zeg dit terwijl Ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde. 14 Ik heb hun uw woord doorgegeven. De wereld haat hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook Ik niet bij de wereld hoor. 15 Ik vraag niet of U hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of U hen wilt beschermen tegen hem die het kwaad zelf is. 16 Ze horen niet bij de wereld, zoals Ik niet bij de wereld hoor. 17 Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid. 18 Ik zend hen naar de wereld, zoals U Mij naar de wereld hebt gezonden. 19 Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij door de waarheid geheiligd zijn.
20 Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in Mij geloven. 21 Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden.
Johannes 17:11-21
+1
jelgerbijma
1 Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld Hem niet kent. 2 Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan Hem gelijk zullen zijn wanneer Hij zal verschijnen, want dan zien we Hem zoals Hij is. 3 Ieder die dit vol vertrouwen van Hem verwacht maakt zich rein, zoals ook Jezus rein is.
1 Johannes 3:1-3
+0
jelgerbijma
1 Een kunstig lied van David, een gebed toen hij in de spelonk was.
2 Luid roep ik tot de HEER,
luid smeek ik de HEER om genade,
3 bij Hem stort ik mijn hart uit,
bij Hem klaag ik mijn nood.
4 Ik ben ten einde raad,
U kent de weg die ik moet volgen,
U weet dat op mijn pad
een strik verborgen ligt.
5 Ik kijk om me heen en zie
niemand die om mij geeft,
nergens een toevlucht voor mij,
niemand die hecht aan mijn leven.
6 Ik roep tot U, HEER:
‘U bent mijn schuilplaats,
al wat ik heb in het land der levenden.’
7 Hoor mijn noodkreet,
ik ben uitgeput en moe,
verlos mij van mijn vervolgers,
zij zijn sterker dan ik.
8 Bevrijd mij uit de kerker,
dat ik uw naam mag loven
in de kring van de rechtvaardigen:
U hebt naar mij omgezien.
21 Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft Mij lief. Wie Mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en Mij ontvangen, en Ik zal mij aan hem bekendmaken.’ 22 Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot) aan Jezus: ‘Waarom zult U zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken, Heer?’ 23 Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand Mij liefheeft zal hij zich houden aan wat Ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. 24 Maar wie Mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat Ik zeg, en wat jullie Mij horen zeggen, zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de Vader, door wie Ik gezonden ben. 25 Dit alles zeg Ik tegen jullie nu Ik nog bij jullie ben. 26 Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest, die de Vader jullie in mijn naam zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat Ik tegen jullie gezegd heb.
Johannes 14:21-26
6 Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten
voor alle volken een feestmaal aan:
uitgelezen gerechten en belegen wijnen,
een feestmaal rijk aan merg en vet,
met pure, rijpe wijnen.
7 Op deze berg vernietigt Hij de sluier
waarmee alle volken omhuld zijn,
het kleed dat alle volken bedekt.
8 Voor altijd doet Hij de dood teniet.
God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht,
de smaad van zijn volk neemt Hij van de aarde weg
– de HEER heeft gesproken.
9 Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God!
Hij was onze hoop: Hij zou ons redden.
Hij is de HEER, Hij was onze hoop.
Juich en wees blij: Hij heeft ons gered!’
Jesaja 25:6-9
6 Onderwerp u dus nederig aan Gods grote macht, dan zal Hij u op de bestemde tijd verheffen. 7 Leg de last van uw zorgen op Hem, want u ligt Hem na aan het hart.
8 Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. 9 Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, hetzelfde lijden moeten doorstaan. 10 Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, die u geroepen heeft om in Christus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister, Hij zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet zult wankelen. 11 Hem komt de macht toe, tot in eeuwigheid. Amen.
1 Petrus 5:6-11
1 Voor de koorleider. Van de Korachieten. Op de wijs van De jonge vrouwen. Een lied.
2 God is voor ons een veilige schuilplaats,
een betrouwbare hulp in de nood.
3 Daarom vrezen wij niet, al wankelt de aarde
en storten de bergen in het diepst van de zee.
4 Laat de watervloed maar kolken en koken,
de hoge golven de bergen doen beven. sela
5 Een rivier, wijd vertakt, verblijdt de stad van God,
de heilige woning van de Allerhoogste.
6 Met God in haar midden stort zij niet in,
vroeg in de morgen komt God haar te hulp.
7 Volken roeren zich, rijken storten ineen,
zijn donderstem klinkt – de aarde siddert.
8 De HEER van de hemelse machten is met ons,
onze burcht is de God van Jakob. sela
9 Kom en zie wat de HEER heeft gedaan,
verbijsterend is wat Hij op aarde verricht.
10 Wereldwijd bant Hij oorlogen uit,
bogen breekt Hij, lansen verbrijzelt Hij,
wagens verbrandt Hij in het vuur.
11 ‘Staak de strijd, en erken dat Ik God ben,
verheven boven de volken, verheven boven de aarde.’
12 De HEER van de hemelse machten is met ons,
onze burcht is de God van Jakob. sela
Psalmen 46
49 Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde! 50 Ik moet een doop ondergaan, en Ik word hevig gekweld zolang die niet volbracht is. 51 Denken jullie dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Integendeel, Ik zeg jullie dat Ik verdeeldheid kom brengen. 52 Van nu af aan zullen vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee en twee tegen drie. 53 De vader zal tegenover zijn zoon staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegenover haar moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.’
Lucas 12:49-53
10 Zing voor de HEER een nieuw lied,
laat zijn lof klinken van de einden der aarde,
jullie die de zee bevaren, en alles wat leeft in zee,
jullie, eilanden, en allen die daarop wonen.
11 Laat de woestijn en zijn steden hun stem verheffen,
de tentenkampen waar de stam Kedar leeft;
laten de rotsbewoners uitbarsten in gejuich,
luidkeels roepen vanaf de toppen van de bergen.
12 Laten zij eer bewijzen aan de HEER
en zijn lof verkondigen op de eilanden.
13 De HEER zal optrekken als een krijgsheld,
als een aanvoerder wakkert Hij de strijdlust aan.
Hij blaast alarm, Hij slaakt een strijdkreet.
Heldhaftig verslaat Hij zijn vijanden.
14 Al zo lang heb Ik niets gezegd,
Ik heb gezwegen, me beheerst.
Nu schreeuw Ik het uit als een barende vrouw,
Ik zucht en Ik zwoeg tegelijk.
15 Bergen en heuvels laat Ik uitdrogen
en alles wat er groeit verdorren,
rivieren maak Ik tot eilanden,
waterplassen vallen droog.
16 Blinden laat Ik gaan over onbekende wegen,
op paden die ze niet kennen voer Ik hen.
Voor hen uit verander Ik duisternis in licht,
ruig land maak Ik vlak.
Ja, deze dingen zal Ik doen,
niets daarvan zal Ik nalaten.
17 Wie op afgodsbeelden vertrouwt,
tegen een godenbeeld zegt: ‘U bent onze god,’
zal terugdeinzen en zich diep schamen.
Jesaja 42:10-17
14 Nu wij een hooggeplaatste hogepriester hebben die de hemelsferen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten we vasthouden aan het geloof dat we belijden. 15 Want deze hogepriester kan met onze zwakheden meevoelen omdat Hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, maar dan zonder te zondigen. 16 Laten we dus zonder schroom de troon van Gods genade naderen, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.
Hebreeën 4:14-16
4 Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; 5 er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; 6 er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. 7 In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. 8 Aan de een wordt door de Geest het verkondigen van wijsheid geschonken, aan de ander door diezelfde Geest het overdragen van kennis; 9 de een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen; 10 en weer anderen de kracht om wonderen te verrichten, om te profeteren, om te beoordelen of een profetie van de Geest afkomstig is, om in klanktaal te spreken of om klanktaal uit te leggen. 11 Al deze gaven worden geschonken door een en dezelfde Geest, die ze aan iedereen afzonderlijk toebedeelt zoals Hij wil.
1 Korintiërs 12:4-11
3 Ik zal je verborgen schatten schenken,
diep weggeborgen rijkdommen.
Dan zul je weten dat Ik de HEER ben,
de God van Israël, die jou bij je naam roept.
4 Omwille van mijn dienaar Jakob,
van Israël, dat Ik heb uitgekozen,
heb Ik je bij je naam geroepen
en je met een erenaam getooid,
ofschoon je Mij niet kende.
5 Ik ben de HEER, er is geen ander,
buiten Mij is er geen god.
Ik heb je omgord met wapens,
ofschoon je Mij niet kende.
6 Zo zal iedereen, van oost tot west,
weten dat er niets is buiten Mij.
Ik ben de HEER, er is geen ander
7 die het licht vormt en het donker schept,
die vrede maakt en onheil schept.
Ik ben het, de HEER, die al deze dingen doet.
Jesaja 45:3-7
28 Ze vroegen: ‘Wat moeten we doen? Hoe doen we wat God wil?’ 29 ‘Dit moet u voor God doen: geloven in Hem die Hij gezonden heeft,’ antwoordde Jezus.
30 Toen vroegen ze: ‘Welk teken kunt U dan verrichten? Als we iets zien zullen we in U geloven. Wat kunt U doen? 31 Onze voorouders hebben immers manna in de woestijn gegeten, zoals geschreven staat: “Brood uit de hemel heeft hij hun te eten gegeven.”’ 32 Maar Jezus zei: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, niet Mozes heeft u het brood uit de hemel gegeven, maar mijn Vader; Hij geeft u het ware brood uit de hemel. 33 Het brood van God is het brood dat neerdaalt uit de hemel en dat leven geeft aan de wereld.’ 34 ‘Geef ons altijd dat brood, Heer!’ zeiden ze toen. 35 ‘Ik ben het brood dat leven geeft,’ zei Jezus. ‘Wie bij Mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in Mij gelooft zal nooit meer dorst hebben.
Johannes 6:28-35
1 Een pelgrimslied.
Ik sla mijn ogen op naar de bergen.
Van waar komt mijn hulp?
2 Mijn hulp komt van de HEER,
die hemel en aarde gemaakt heeft.
3 Hij zal je voet niet laten wankelen,
Hij zal niet sluimeren, je wachter.
4 Nee, Hij sluimert niet,
Hij slaapt niet,
de wachter van Israël.
5 De HEER is je wachter,
de HEER is de schaduw
aan je rechterhand:
6 overdag kan de zon je niet steken,
bij nacht de maan je niet schaden.
7 De HEER behoedt je voor alle kwaad,
Hij waakt over je leven,
8 de HEER houdt de wacht
over je gaan en je komen
van nu tot in eeuwigheid.
Psalmen 121
12 In een van de steden waar Hij kwam, stond er plotseling een man voor Hem wiens hele huid was aangetast door een ziekte die onrein maakt. Toen hij Jezus zag, liet hij zich languit op de grond vallen en smeekte Hem om hulp met de woorden: ‘Heer, als U wilt, kunt U mij rein maken.’ 13 Jezus stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein!’ En meteen verdween zijn ziekte. 14 Hij beval hem er met niemand over te spreken en zei: ‘Ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen een reinigingsoffer, zoals Mozes heeft voorgeschreven.’ 15 Maar het nieuws over Hem verspreidde zich juist verder, en grote mensenmassa’s verzamelden zich om naar Hem te luisteren en zich van hun ziekten te laten genezen. 16 Hijzelf trok zich geregeld terug op eenzame plaatsen om er te bidden.
Lucas 5:12-16
1 De zielen van de rechtvaardigen zijn in Gods hand, geen marteling kan hen deren. 2 Dwazen menen dan wel dat de rechtvaardigen dood zijn, dat het ellendig is dat ze ons moesten verlaten 3 en rampzalig dat ze afscheid moesten nemen – de rechtvaardigen zijn evenwel in vrede. 4 Ook al ziet iedereen hun lot als een straf, zij koesterden de hoop op onsterfelijkheid. 5 Slechts kort werden zij getuchtigd, maar onmetelijk is het geluk dat hun ten deel valt, want God heeft hen op de proef gesteld en hen waardig gekeurd om bij Hem te zijn. 6 Hij heeft hen als goud in een oven gelouterd en hen als een brandoffer aanvaard. 7 Wanneer de tijd aanbreekt dat Hij zich over hen ontfermt, zullen ze opvlammen en als vuur door een stoppelveld razen. 8 Ze zullen een oordeel vellen over de volken en heersen over de naties, en de Heer zal hun koning zijn tot in eeuwigheid. 9 Wie op Hem vertrouwen zullen de waarheid kennen, en wie trouw zijn zullen in liefde met Hem verkeren. Want er is genade en barmhartigheid voor zijn heiligen, en ontferming voor zijn uitverkorenen.
Wijsheid 3:1-9
19 Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen. 20 Immers, wanneer u de slagen verdraagt die u krijgt als straf voor wangedrag, levert dat u toch geen aanzien op? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, omwille van u, en heeft u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele zonde beging en nooit bedrieglijke taal sprak. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. 24 Hij heeft onze zonden gedragen met zijn lichaam aan het kruishout, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen. 25 Eens dwaalde u als schapen, nu bent u naar uw herder teruggekeerd, naar Hem die uw ziel behoedt.
1 Petrus 2:19-25
3 Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. 4 Wie zegt: ‘Ik ken Hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. 5 In ieder die zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde werkelijk tot volmaaktheid gekomen; hierdoor weten we dat we in Hem zijn. 6 Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden. 7 Geliefde broeders en zusters, ik houd u in deze brief geen nieuw gebod voor maar een oud, dat u vanaf het begin bekend is. Dat oude gebod is de boodschap die u gehoord hebt. 8 Toch is het ook een nieuw gebod, omdat de duisternis wijkt en het ware licht al schijnt, en dit is werkelijkheid in Jezus’ leven en in uw leven. 9 Wie zegt in het licht te zijn maar zijn broeder of zuster haat, bevindt zich nog altijd in de duisternis. 10 Wie de ander liefheeft, blijft in het licht en komt niet ten val, 11 maar wie de ander haat, bevindt zich in de duisternis. Hij gaat zijn weg in het duister, zonder te weten waarheen die weg voert, want de duisternis heeft hem blind gemaakt.
1 Johannes 2:3-11
34 Nadat de farizeeën hadden vernomen dat Hij de sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen ze bij elkaar. 35 Om Hem op de proef te stellen vroeg een van hen, een wetgeleerde: 36 ‘Meester, wat is het grootste gebod in de wet?’ 37 Hij antwoordde: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand. 38 Dat is het grootste en eerste gebod. 39 Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. 40 Deze twee geboden zijn de grondslag van alles wat er in de Wet en de Profeten staat.’
Matteüs 22:34-40
26 En bovendien komt de Geest onze zwakheid te hulp; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten. 27 God, die ons hart doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen, want de Geest pleit voor de heiligen overeenkomstig Gods wil.
Romeinen 8:26-27
11 Ik ben al niet meer in de wereld, Ik ga naar U toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de naam die U ook aan Mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals Wij één zijn. 12 Zolang Ik bij hen was heb Ik hen door uw naam, die U Mij gegeven hebt, bewaard en over hen gewaakt: geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die al verloren was, omdat de Schrift in vervulling moest gaan. 13 Nu kom Ik naar U toe, en Ik zeg dit terwijl Ik nog in de wereld ben, opdat zij vervuld worden van mijn vreugde. 14 Ik heb hun uw woord doorgegeven. De wereld haat hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook Ik niet bij de wereld hoor. 15 Ik vraag niet of U hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of U hen wilt beschermen tegen hem die het kwaad zelf is. 16 Ze horen niet bij de wereld, zoals Ik niet bij de wereld hoor. 17 Heilig hen dan door de waarheid. Uw woord is de waarheid. 18 Ik zend hen naar de wereld, zoals U Mij naar de wereld hebt gezonden. 19 Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij door de waarheid geheiligd zijn.
20 Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in Mij geloven. 21 Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden.
Johannes 17:11-21
1 Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld Hem niet kent. 2 Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan Hem gelijk zullen zijn wanneer Hij zal verschijnen, want dan zien we Hem zoals Hij is. 3 Ieder die dit vol vertrouwen van Hem verwacht maakt zich rein, zoals ook Jezus rein is.
1 Johannes 3:1-3
1 Een kunstig lied van David, een gebed toen hij in de spelonk was.
2 Luid roep ik tot de HEER,
luid smeek ik de HEER om genade,
3 bij Hem stort ik mijn hart uit,
bij Hem klaag ik mijn nood.
4 Ik ben ten einde raad,
U kent de weg die ik moet volgen,
U weet dat op mijn pad
een strik verborgen ligt.
5 Ik kijk om me heen en zie
niemand die om mij geeft,
nergens een toevlucht voor mij,
niemand die hecht aan mijn leven.
6 Ik roep tot U, HEER:
‘U bent mijn schuilplaats,
al wat ik heb in het land der levenden.’
7 Hoor mijn noodkreet,
ik ben uitgeput en moe,
verlos mij van mijn vervolgers,
zij zijn sterker dan ik.
8 Bevrijd mij uit de kerker,
dat ik uw naam mag loven
in de kring van de rechtvaardigen:
U hebt naar mij omgezien.
Psalmen 142