6 Zoek de HEER nu Hij zich laat vinden,
roep Hem terwijl Hij nabij is.
7 Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten,
laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien.
Laat hij terugkeren naar de HEER,
die zich over hem zal ontfermen;
laat hij terugkeren naar onze God,
die hem ruimhartig zal vergeven.
8 Mijn plannen zijn niet jullie plannen,
en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER.
9 Want zo hoog als de hemel is boven de aarde,
zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven,
en mijn plannen jullie plannen.
10 Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel
en daarheen niet terugkeert
zonder eerst de aarde te doordrenken,
haar te bevruchten en te laten gedijen,
zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten –
11 zo geldt dit ook voor het woord
dat voortkomt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar Mij terug,
niet zonder eerst te doen wat Ik wil
en te volbrengen wat Ik gebied.
Jesaja 55:6-11
+2
jelgerbijma
28 Laten we dankbaar zijn omdat we een onwankelbaar koninkrijk ontvangen; zo kunnen we God dienen zoals het Hem behaagt, met eerbied en ontzag
Hebreeën 12:28
+2
jelgerbijma
1 Dit zijn de woorden van het lied dat David voor de HEER aanhief toen de HEER hem aan de greep van zijn vijanden had ontrukt, ook aan die van Saul. 2 Hij zei:
‘HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder,
3 God, mijn steenrots, bij U kan ik schuilen,
mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht,
mijn toevlucht, mijn redder, U redt mij van het geweld.
4 Ik roep: “Geloofd zij de HEER,”
want ik ben van mijn vijanden verlost.
5 Mij omsloten de golven van de dood,
de kolkende afgrond joeg mij angst aan,
6 de banden van het dodenrijk omklemden mij,
op mijn weg lagen de valstrikken van de dood.
7 In mijn nood riep ik tot de HEER,
ik riep mijn God om hulp,
en in zijn paleis hoorde Hij mijn stem,
mijn geroep klonk in zijn oren.
8 Toen schudde en schokte de aarde,
de hemel trilde op zijn grondvesten,
ze beefden omdat Hij vlamde van woede,
9 rook steeg op uit zijn neus,
verterend vuur kwam uit zijn mond,
Hij spuwde hete as.
10 Hij schoof de hemel open en daalde af,
duisternis onder zijn voeten,
11 Hij besteeg de cherub en vloog –
daar verscheen Hij op vleugels van de wind.
12 Hij maakte van het donker een tent om zich heen,
een waaier van water, dichte wolken.
13 Een vuurgloed ging voor Hem uit
en verbrandde alles tot gloeiende as.
14 De donder van de HEER klonk uit de hemel,
de Allerhoogste verhief zijn stem.
15 Hij schoot pijlen en sloeg de vijanden uiteen,
met zijn bliksem verdreef Hij hen.
16 De beddingen van de zee werden zichtbaar,
de grondvesten van de wereld kwamen bloot
onder de dreigende blik van de HEER,
door de briesende adem uit zijn neus.
17 Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast
en trok mij op uit de woeste wateren,
18 ontrukte mij aan mijn machtige vijand,
aan mijn haters, die sterker waren dan ik.
19 Op de dag van mijn ondergang vielen zij aan,
maar de HEER was mijn steun.
20 Hij leidde mij uit de nood en gaf mij ruimte,
bevrijdde mij, omdat Hij mij liefhad.
2 Samuël 22:1-20
+1
jelgerbijma
1 Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Maar mocht een van u zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. 2 Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.
3 Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. 4 Wie zegt: ‘Ik ken Hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. 5 In ieder die zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde werkelijk tot volmaaktheid gekomen; hierdoor weten we dat we in Hem zijn. 6 Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden.
1 Johannes 2:1-6
+1
jelgerbijma
81 Mijn ziel smacht naar de redding die U brengt,
in uw woord heb ik mijn hoop gesteld.
82 Mijn ogen smachten naar uw belofte,
wanneer zult U mij troosten?
83 Al teer ik weg als een leren zak in de rook,
uw wetten vergeet ik niet.
84 Hoeveel dagen nog telt het leven van uw dienaar,
wanneer zult U mijn vervolgers berechten?
85 Ze hebben voor mij een kuil gegraven,
de hoogmoedigen die uw wet niet erkennen.
86 Elk van uw geboden is betrouwbaar,
maar leugens achtervolgen mij – kom mij te hulp!
87 Bijna werd ik van de aarde weggevaagd,
toch heb ik uw regels niet verlaten.
88 Blijf mij trouw, laat mij leven,
dan houd ik mij aan de richtlijn uit uw mond.
Psalmen 119:81-88
+4
jelgerbijma
8 Houd Jezus Christus in gedachten, Davids nakomeling, die uit de dood is opgewekt. Dit heb ik verkondigd, 9 en omwille van dit evangelie heb ik veel te verduren; ik ben zelfs als een misdadiger gevangengezet. Maar het woord van God laat zich niet gevangenzetten. 10 Daarom verdraag ik alles omwille van de uitverkorenen, opdat ook zij in Christus Jezus redding en eeuwige luister ontvangen. 11 Deze boodschap is betrouwbaar:
Als wij met Hem gestorven zijn,
zullen we ook met Hem leven;
12 als wij volharden,
zullen we ook met Hem heersen;
als wij Hem verloochenen,
zal Hij ons ook verloochenen;
13 als wij Hem ontrouw zijn,
blijft Hij ons trouw,
want zichzelf verloochenen kan Hij niet.
2 Timoteüs 2:8-12
+1
jelgerbijma
4 hoewel ik alle reden heb om daarop te vertrouwen. Als anderen menen dat te kunnen doen, dan kan ik dat zeker. 5 Ik werd besneden toen ik acht dagen oud was en behoor tot het volk van Israël, tot de stam Benjamin, ik ben een geboren Hebreeër met de wetsopvatting van een farizeeër, 6 ik heb de gemeente fanatiek vervolgd en ten aanzien van de rechtvaardigheid die de wet voorschrijft was er op mij niets aan te merken. 7 Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. 8 Sterker nog, alles beschouw ik als verlies, want alles wordt overtroffen door het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, omwille van wie ik alles heb prijsgegeven. In mijn ogen is het waardeloze troep, want ik wil Christus winnen 9 en één met Hem zijn – niet dankzij mijn eigen rechtvaardigheid door het naleven van de wet, maar dankzij de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus en die God toekent op grond van geloof. 10 Ik wil Christus kennen door de kracht van zijn opstanding te ervaren, door te delen in zijn lijden en aan Hem gelijk te worden in zijn dood, 11 in de hoop ook zelf uit de dood op te staan.
12 Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt. Maar ik doe mijn uiterste best, in de hoop te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft. 13 Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. 14 Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God in Christus Jezus roept.
Filippenzen 3:4-14
+1
jelgerbijma
28 Wat denkt u van het volgende? Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk.” 29 De zoon antwoordde: “Ik wil niet,” maar later bedacht hij zich en ging alsnog. 30 Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: “Ja, vader,” maar ging niet. 31 Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Ze zeiden: ‘De eerste.’ Daarop zei Jezus: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zullen het koninkrijk van God eerder binnengaan dan u.
Matteüs 21:28-21
+1
jelgerbijma
1 Jeruzalem, leg het gewaad van je verdriet en je lijden af
en hul je voorgoed in de waardigheid van Gods majesteit;
2 sla de mantel van Gods gerechtigheid om
en zet de kroon van de luister van de Eeuwige op je hoofd.
3 Overal onder de hemel zal God jouw schittering tonen;
4 voor eeuwig luidt de naam die God je geeft:
Vrede door gerechtigheid, Luister door vroomheid.
5 Richt je op, Jeruzalem, ga staan op de berg,
richt je blik naar het oosten en zie je kinderen,
uit alle windstreken bijeengeroepen door de Heilige,
zich verheugend over Gods trouw.
6 Te voet gingen ze bij je vandaan, meegevoerd door de vijand,
maar vorstelijk is hun intocht, nu God hen bij je terugbrengt.
7 Hij gebood elke hoge berg en iedere aloude heuvel
hun hoogte te slechten, en elk ravijn zich te vullen,
opdat de aarde geëffend zou worden
en Israël, door Gods macht, met vaste tred kan gaan.
8 De bossen en alle geurige bomen
bieden op Gods bevel aan Israël hun schaduw.
9 God zal Israël met vreugde leiden
bij het licht van zijn luister,
onder betoon van zijn barmhartigheid en gerechtigheid.
Baruch 5:1-9
+3
jelgerbijma
7 Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. 8 Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. 9 Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om brood vraagt, een steen zou geven? 10 Of een slang, als het om vis vraagt? 11 Als jullie dus, slecht als jullie zijn, je kinderen al goede gaven kunnen schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan niet het goede geven aan wie Hem daarom vragen!
12 Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.
13 Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. 14 Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.
Matteüs 7:7-14
+1
jelgerbijma
12 Zaai rechtvaardig! Oogst met liefde! Ontgin nieuw land!
Het is tijd om de HEER te smeken,
dat Hij jullie nadert met de regen van zijn goedheid.
Hosea 10:12
+2
jelgerbijma
18 Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. 19 Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik spreek, zodat ik met vrijmoedigheid het goddelijk geheim van het evangelie bekend mag maken, 20 waarvoor ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij vrijuit spreek, zoals mijn plicht is.
Efeziërs 6:18-20
+3
jelgerbijma
19 Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen. 20 Immers, wanneer u de slagen verdraagt die u krijgt als straf voor wangedrag, levert dat u toch geen aanzien op? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, omwille van u, en heeft u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele zonde beging en nooit bedrieglijke taal sprak. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. 24 Hij heeft onze zonden gedragen met zijn lichaam aan het kruishout, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen. 25 Eens dwaalde u als schapen, nu bent u naar uw herder teruggekeerd, naar Hem die uw ziel behoedt.
1 Petrus 2:19-25
+0
jelgerbijma
31 Toen hij weg was zei Jezus: ‘Nu is de grootheid van de Mensenzoon zichtbaar geworden, en door Hem de grootheid van God. 32 Als Gods grootheid door Hem zichtbaar geworden is, zal God Hem ook in die grootheid laten delen, nu onmiddellijk. 33 Kinderen, Ik blijf nog maar een korte tijd bij jullie. Jullie zullen Me zoeken, maar wat Ik tegen de Joden gezegd heb, zeg Ik nu ook tegen jullie: “Waar Ik heen ga, daar kunnen jullie niet komen.” 34 Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. 35 Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’
Johannes 13:31-35
+1
jelgerbijma
33 Luister naar een andere gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis. 34 Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers om zijn vruchten in ontvangst te nemen. 35 Maar de wijnbouwers grepen de knechten, ze mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde. 36 Daarna stuurde de landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar met hen deden ze hetzelfde. 37 Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. 38 Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: “Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken,” 39 en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. 40 Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen?’ 41 Ze antwoordden: ‘Hij moet die ellendelingen een ellendige dood laten sterven en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor is.’ 42 Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen:
“De steen die de bouwers afkeurden
is de hoeksteen geworden.
Dankzij de Heer is dit gebeurd,
wonderbaarlijk is het om te zien.”
43 Daarom zeg Ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.
Matteüs 21:33-43
+0
jelgerbijma
12 Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons tot volmaaktheid gekomen. 13 Dat wij in Hem blijven en Hij in ons, weten we doordat Hij ons heeft laten delen in zijn Geest. 14 En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. 15 Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God. 16 Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.
17 Zo is de liefde bij ons tot volmaaktheid gekomen, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus. 18 De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde niet tot volmaaktheid gekomen. 19 Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad. 20 Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft. 21 We hebben dan ook dit gebod van Hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.
1 Johannes 4:12-21
+0
jelgerbijma
9 Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen. 10 En wanneer je bij de wijnoogst druiven plukt, loop dan niet alles nog eens na en raap niet bijeen wat op de grond is gevallen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben de HEER, jullie God.
11 Steel niet, lieg niet en bedrieg je naaste niet. 12 Leg geen valse eed af als je bij mijn naam zweert, want daarmee ontwijd je de naam van je God. Ik ben de HEER.
13 Beroof niemand en pers een ander niet af. Betaal een dagloner zijn loon nog op dezelfde dag uit. 14 Spreek geen vloek uit over een dove en plaats geen obstakel voor de voeten van een blinde. Toon ontzag voor je God. Ik ben de HEER.
15 Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt. Trek onaanzienlijken niet voor en zie machthebbers niet naar de ogen. Spreek rechtvaardig recht over je naasten. 16 Breng het leven van een ander niet in gevaar door lasterpraat over hem rond te strooien. Ik ben de HEER.
17 Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je. 18 Blijf geen wraakzucht of wrok koesteren, maar heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de HEER.
Leviticus 19:9-18
+0
jelgerbijma
1 Van David.
Naar U, HEER, gaat mijn verlangen uit,
2 mijn God, op U vertrouw ik, maak mij niet te schande,
laat mijn vijanden niet triomferen.
3 Zij die op U hopen worden niet beschaamd,
beschaamd worden zij die U achteloos verraden.
4 Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.
5 Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,
want U bent de God die mij redt,
op U blijf ik hopen, elke dag weer.
6 Denk aan uw barmhartigheid, HEER,
aan uw liefde door de eeuwen heen.
7 Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,
maar denk met liefde aan mij, HEER,
omwille van uw goedheid.
8 Goed en rechtvaardig is de HEER:
Hij wijst zondaars de weg,
9 wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor,
Hij leert hun zijn paden te gaan.
10 Liefde en trouw zijn de weg van de HEER
voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.
11 Vergeef mij, HEER, mijn grote schuld,
omwille van uw naam.
12 Aan wie in ontzag voor Hem leven,
leert de HEER de rechte weg te kiezen.
13 Hun leven verloopt in voorspoed
en hun kinderen zullen het land bezitten.
14 De HEER is een vriend van wie Hem vrezen,
Hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond.
15 Ik houd mijn oog gericht op de HEER,
Hij bevrijdt mijn voeten uit het net.
16 Keer u tot mij en wees mij genadig,
ik ben alleen en ellendig.
17 Mijn hart is vol van angst,
bevrijd mij uit mijn benauwenis.
18 Zie mij in mijn nood, in mijn ellende,
vergeef mij al mijn zonden.
19 Zie met hoevelen mijn vijanden zijn,
hoe ze mij dodelijk haten.
20 Behoed mij en bevrijd mij,
maak mij niet te schande, want ik schuil bij U.
21 Onschuld en oprechtheid mogen mij bewaren,
op U is mijn hoop gevestigd.
22 God, verlos Israël,
verlos het van al zijn angsten.
Psalmen 25
+0
jelgerbijma
20 Hij richtte zijn blik op zijn leerlingen en zei: ‘Gelukkig jullie die arm zijn, want voor jullie is het koninkrijk van God. 21 Gelukkig jullie die nu honger hebben, want je zult verzadigd worden. Gelukkig wie nu huilt, want je zult lachen. 22 Gelukkig zijn jullie wanneer de mensen jullie omwille van de Mensenzoon haten en buitensluiten en beschimpen en je naam door het slijk halen. 23 Wees verheugd als die dag komt en spring op van blijdschap, want jullie zullen rijkelijk beloond worden in de hemel. Vergeet niet dat hun voorouders de profeten op dezelfde wijze hebben behandeld.
Lucas 6:20-23
+0
jelgerbijma
22 De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, 23 maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor de andere volken dwaas. 24 Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid, 25 want het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen.
6 Zoek de HEER nu Hij zich laat vinden,
roep Hem terwijl Hij nabij is.
7 Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten,
laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien.
Laat hij terugkeren naar de HEER,
die zich over hem zal ontfermen;
laat hij terugkeren naar onze God,
die hem ruimhartig zal vergeven.
8 Mijn plannen zijn niet jullie plannen,
en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER.
9 Want zo hoog als de hemel is boven de aarde,
zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven,
en mijn plannen jullie plannen.
10 Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel
en daarheen niet terugkeert
zonder eerst de aarde te doordrenken,
haar te bevruchten en te laten gedijen,
zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten –
11 zo geldt dit ook voor het woord
dat voortkomt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar Mij terug,
niet zonder eerst te doen wat Ik wil
en te volbrengen wat Ik gebied.
Jesaja 55:6-11
28 Laten we dankbaar zijn omdat we een onwankelbaar koninkrijk ontvangen; zo kunnen we God dienen zoals het Hem behaagt, met eerbied en ontzag
Hebreeën 12:28
1 Dit zijn de woorden van het lied dat David voor de HEER aanhief toen de HEER hem aan de greep van zijn vijanden had ontrukt, ook aan die van Saul. 2 Hij zei:
‘HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder,
3 God, mijn steenrots, bij U kan ik schuilen,
mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht,
mijn toevlucht, mijn redder, U redt mij van het geweld.
4 Ik roep: “Geloofd zij de HEER,”
want ik ben van mijn vijanden verlost.
5 Mij omsloten de golven van de dood,
de kolkende afgrond joeg mij angst aan,
6 de banden van het dodenrijk omklemden mij,
op mijn weg lagen de valstrikken van de dood.
7 In mijn nood riep ik tot de HEER,
ik riep mijn God om hulp,
en in zijn paleis hoorde Hij mijn stem,
mijn geroep klonk in zijn oren.
8 Toen schudde en schokte de aarde,
de hemel trilde op zijn grondvesten,
ze beefden omdat Hij vlamde van woede,
9 rook steeg op uit zijn neus,
verterend vuur kwam uit zijn mond,
Hij spuwde hete as.
10 Hij schoof de hemel open en daalde af,
duisternis onder zijn voeten,
11 Hij besteeg de cherub en vloog –
daar verscheen Hij op vleugels van de wind.
12 Hij maakte van het donker een tent om zich heen,
een waaier van water, dichte wolken.
13 Een vuurgloed ging voor Hem uit
en verbrandde alles tot gloeiende as.
14 De donder van de HEER klonk uit de hemel,
de Allerhoogste verhief zijn stem.
15 Hij schoot pijlen en sloeg de vijanden uiteen,
met zijn bliksem verdreef Hij hen.
16 De beddingen van de zee werden zichtbaar,
de grondvesten van de wereld kwamen bloot
onder de dreigende blik van de HEER,
door de briesende adem uit zijn neus.
17 Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast
en trok mij op uit de woeste wateren,
18 ontrukte mij aan mijn machtige vijand,
aan mijn haters, die sterker waren dan ik.
19 Op de dag van mijn ondergang vielen zij aan,
maar de HEER was mijn steun.
20 Hij leidde mij uit de nood en gaf mij ruimte,
bevrijdde mij, omdat Hij mij liefhad.
2 Samuël 22:1-20
1 Kinderen, ik schrijf u dit opdat u niet zondigt. Maar mocht een van u zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. 2 Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden, en niet alleen voor die van ons, maar voor de zonden van de hele wereld.
3 Dat wij God kennen weten we doordat we ons aan zijn geboden houden. 4 Wie zegt: ‘Ik ken Hem,’ maar zich niet aan zijn geboden houdt, is een leugenaar; de waarheid is niet in hem. 5 In ieder die zich aan Gods woord houdt, is zijn liefde werkelijk tot volmaaktheid gekomen; hierdoor weten we dat we in Hem zijn. 6 Wie zegt in Hem te blijven, behoort in de voetsporen van Jezus te treden.
1 Johannes 2:1-6
81 Mijn ziel smacht naar de redding die U brengt,
in uw woord heb ik mijn hoop gesteld.
82 Mijn ogen smachten naar uw belofte,
wanneer zult U mij troosten?
83 Al teer ik weg als een leren zak in de rook,
uw wetten vergeet ik niet.
84 Hoeveel dagen nog telt het leven van uw dienaar,
wanneer zult U mijn vervolgers berechten?
85 Ze hebben voor mij een kuil gegraven,
de hoogmoedigen die uw wet niet erkennen.
86 Elk van uw geboden is betrouwbaar,
maar leugens achtervolgen mij – kom mij te hulp!
87 Bijna werd ik van de aarde weggevaagd,
toch heb ik uw regels niet verlaten.
88 Blijf mij trouw, laat mij leven,
dan houd ik mij aan de richtlijn uit uw mond.
Psalmen 119:81-88
8 Houd Jezus Christus in gedachten, Davids nakomeling, die uit de dood is opgewekt. Dit heb ik verkondigd, 9 en omwille van dit evangelie heb ik veel te verduren; ik ben zelfs als een misdadiger gevangengezet. Maar het woord van God laat zich niet gevangenzetten. 10 Daarom verdraag ik alles omwille van de uitverkorenen, opdat ook zij in Christus Jezus redding en eeuwige luister ontvangen. 11 Deze boodschap is betrouwbaar:
Als wij met Hem gestorven zijn,
zullen we ook met Hem leven;
12 als wij volharden,
zullen we ook met Hem heersen;
als wij Hem verloochenen,
zal Hij ons ook verloochenen;
13 als wij Hem ontrouw zijn,
blijft Hij ons trouw,
want zichzelf verloochenen kan Hij niet.
2 Timoteüs 2:8-12
4 hoewel ik alle reden heb om daarop te vertrouwen. Als anderen menen dat te kunnen doen, dan kan ik dat zeker. 5 Ik werd besneden toen ik acht dagen oud was en behoor tot het volk van Israël, tot de stam Benjamin, ik ben een geboren Hebreeër met de wetsopvatting van een farizeeër, 6 ik heb de gemeente fanatiek vervolgd en ten aanzien van de rechtvaardigheid die de wet voorschrijft was er op mij niets aan te merken. 7 Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. 8 Sterker nog, alles beschouw ik als verlies, want alles wordt overtroffen door het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, omwille van wie ik alles heb prijsgegeven. In mijn ogen is het waardeloze troep, want ik wil Christus winnen 9 en één met Hem zijn – niet dankzij mijn eigen rechtvaardigheid door het naleven van de wet, maar dankzij de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus en die God toekent op grond van geloof. 10 Ik wil Christus kennen door de kracht van zijn opstanding te ervaren, door te delen in zijn lijden en aan Hem gelijk te worden in zijn dood, 11 in de hoop ook zelf uit de dood op te staan.
12 Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt. Maar ik doe mijn uiterste best, in de hoop te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft. 13 Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. 14 Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God in Christus Jezus roept.
Filippenzen 3:4-14
28 Wat denkt u van het volgende? Iemand had twee zonen. Hij zei tegen de een: “Jongen, ga vandaag in de wijngaard aan het werk.” 29 De zoon antwoordde: “Ik wil niet,” maar later bedacht hij zich en ging alsnog. 30 Tegen de ander zei de man precies hetzelfde. Die antwoordde: “Ja, vader,” maar ging niet. 31 Wie van de twee heeft nu de wil van zijn vader gedaan?’ Ze zeiden: ‘De eerste.’ Daarop zei Jezus: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zullen het koninkrijk van God eerder binnengaan dan u.
Matteüs 21:28-21
1 Jeruzalem, leg het gewaad van je verdriet en je lijden af
en hul je voorgoed in de waardigheid van Gods majesteit;
2 sla de mantel van Gods gerechtigheid om
en zet de kroon van de luister van de Eeuwige op je hoofd.
3 Overal onder de hemel zal God jouw schittering tonen;
4 voor eeuwig luidt de naam die God je geeft:
Vrede door gerechtigheid, Luister door vroomheid.
5 Richt je op, Jeruzalem, ga staan op de berg,
richt je blik naar het oosten en zie je kinderen,
uit alle windstreken bijeengeroepen door de Heilige,
zich verheugend over Gods trouw.
6 Te voet gingen ze bij je vandaan, meegevoerd door de vijand,
maar vorstelijk is hun intocht, nu God hen bij je terugbrengt.
7 Hij gebood elke hoge berg en iedere aloude heuvel
hun hoogte te slechten, en elk ravijn zich te vullen,
opdat de aarde geëffend zou worden
en Israël, door Gods macht, met vaste tred kan gaan.
8 De bossen en alle geurige bomen
bieden op Gods bevel aan Israël hun schaduw.
9 God zal Israël met vreugde leiden
bij het licht van zijn luister,
onder betoon van zijn barmhartigheid en gerechtigheid.
Baruch 5:1-9
7 Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. 8 Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. 9 Is er iemand onder jullie die zijn kind, als het om brood vraagt, een steen zou geven? 10 Of een slang, als het om vis vraagt? 11 Als jullie dus, slecht als jullie zijn, je kinderen al goede gaven kunnen schenken, hoeveel te meer zal jullie Vader in de hemel dan niet het goede geven aan wie Hem daarom vragen!
12 Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.
13 Ga door de nauwe poort naar binnen. Want de brede weg, die velen volgen, en de ruime poort, waar velen door naar binnen gaan, leiden naar de ondergang. 14 Nauw is de poort naar het leven, en smal de weg ernaartoe, en slechts weinigen weten die te vinden.
Matteüs 7:7-14
12 Zaai rechtvaardig! Oogst met liefde! Ontgin nieuw land!
Het is tijd om de HEER te smeken,
dat Hij jullie nadert met de regen van zijn goedheid.
Hosea 10:12
18 Laat u bij het bidden leiden door de Geest, iedere keer dat u bidt; blijf waakzaam en bid voortdurend voor alle heiligen. 19 Bid ook voor mij, dat mij de juiste woorden gegeven worden wanneer ik spreek, zodat ik met vrijmoedigheid het goddelijk geheim van het evangelie bekend mag maken, 20 waarvoor ik gezant ben, ook in de gevangenis. Bid dat ik daarbij vrijuit spreek, zoals mijn plicht is.
Efeziërs 6:18-20
19 Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen. 20 Immers, wanneer u de slagen verdraagt die u krijgt als straf voor wangedrag, levert dat u toch geen aanzien op? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. 21 Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, omwille van u, en heeft u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem 22 die geen enkele zonde beging en nooit bedrieglijke taal sprak. 23 Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. 24 Hij heeft onze zonden gedragen met zijn lichaam aan het kruishout, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen. 25 Eens dwaalde u als schapen, nu bent u naar uw herder teruggekeerd, naar Hem die uw ziel behoedt.
1 Petrus 2:19-25
31 Toen hij weg was zei Jezus: ‘Nu is de grootheid van de Mensenzoon zichtbaar geworden, en door Hem de grootheid van God. 32 Als Gods grootheid door Hem zichtbaar geworden is, zal God Hem ook in die grootheid laten delen, nu onmiddellijk. 33 Kinderen, Ik blijf nog maar een korte tijd bij jullie. Jullie zullen Me zoeken, maar wat Ik tegen de Joden gezegd heb, zeg Ik nu ook tegen jullie: “Waar Ik heen ga, daar kunnen jullie niet komen.” 34 Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals Ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. 35 Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’
Johannes 13:31-35
33 Luister naar een andere gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis. 34 Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de wijnbouwers om zijn vruchten in ontvangst te nemen. 35 Maar de wijnbouwers grepen de knechten, ze mishandelden er een, doodden een ander en stenigden een derde. 36 Daarna stuurde de landheer andere knechten, een grotere groep dan eerst, maar met hen deden ze hetzelfde. 37 Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe, met de gedachte: Voor mijn zoon zullen ze wel ontzag hebben. 38 Maar toen de wijnbouwers de zoon zagen, zeiden ze onder elkaar: “Dat is de erfgenaam! Kom op, laten we hem doden en zo zijn erfenis opstrijken,” 39 en ze grepen hem vast, gooiden hem de wijngaard uit en doodden hem. 40 Wanneer nu de eigenaar van de wijngaard komt, wat moet hij dan met die wijnbouwers doen?’ 41 Ze antwoordden: ‘Hij moet die ellendelingen een ellendige dood laten sterven en de wijngaard verpachten aan andere wijnbouwers, die de vruchten wel aan hem afdragen wanneer het daar de tijd voor is.’ 42 Daarop zei Jezus tegen hen: ‘Hebt u dit nooit in de Schriften gelezen:
“De steen die de bouwers afkeurden
is de hoeksteen geworden.
Dankzij de Heer is dit gebeurd,
wonderbaarlijk is het om te zien.”
43 Daarom zeg Ik u: het koninkrijk van God zal u worden ontnomen, en gegeven worden aan een volk dat het wel vrucht laat dragen.
Matteüs 21:33-43
12 Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons tot volmaaktheid gekomen. 13 Dat wij in Hem blijven en Hij in ons, weten we doordat Hij ons heeft laten delen in zijn Geest. 14 En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. 15 Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God. 16 Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.
17 Zo is de liefde bij ons tot volmaaktheid gekomen, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus. 18 De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde niet tot volmaaktheid gekomen. 19 Wij hebben lief omdat God ons het eerst heeft liefgehad. 20 Als iemand zegt: ‘Ik heb God lief,’ maar hij haat zijn broeder of zuster, is hij een leugenaar. Want iemand kan onmogelijk God, die hij nooit gezien heeft, liefhebben als hij de ander, die hij wel ziet, niet liefheeft. 21 We hebben dan ook dit gebod van Hem gekregen: wie God liefheeft, moet ook de ander liefhebben.
1 Johannes 4:12-21
9 Wanneer je de graanoogst binnenhaalt, oogst dan niet tot aan de rand van de akker en raap wat blijft liggen niet bijeen. 10 En wanneer je bij de wijnoogst druiven plukt, loop dan niet alles nog eens na en raap niet bijeen wat op de grond is gevallen, maar laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen. Ik ben de HEER, jullie God.
11 Steel niet, lieg niet en bedrieg je naaste niet. 12 Leg geen valse eed af als je bij mijn naam zweert, want daarmee ontwijd je de naam van je God. Ik ben de HEER.
13 Beroof niemand en pers een ander niet af. Betaal een dagloner zijn loon nog op dezelfde dag uit. 14 Spreek geen vloek uit over een dove en plaats geen obstakel voor de voeten van een blinde. Toon ontzag voor je God. Ik ben de HEER.
15 Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt. Trek onaanzienlijken niet voor en zie machthebbers niet naar de ogen. Spreek rechtvaardig recht over je naasten. 16 Breng het leven van een ander niet in gevaar door lasterpraat over hem rond te strooien. Ik ben de HEER.
17 Wees niet haatdragend. Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording en laad niet omwille van een ander schuld op je. 18 Blijf geen wraakzucht of wrok koesteren, maar heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de HEER.
Leviticus 19:9-18
1 Van David.
Naar U, HEER, gaat mijn verlangen uit,
2 mijn God, op U vertrouw ik, maak mij niet te schande,
laat mijn vijanden niet triomferen.
3 Zij die op U hopen worden niet beschaamd,
beschaamd worden zij die U achteloos verraden.
4 Maak mij, HEER, met uw wegen vertrouwd,
leer mij uw paden te gaan.
5 Wijs mij de weg van uw waarheid en onderricht mij,
want U bent de God die mij redt,
op U blijf ik hopen, elke dag weer.
6 Denk aan uw barmhartigheid, HEER,
aan uw liefde door de eeuwen heen.
7 Denk niet aan de zonden uit mijn jeugd,
maar denk met liefde aan mij, HEER,
omwille van uw goedheid.
8 Goed en rechtvaardig is de HEER:
Hij wijst zondaars de weg,
9 wie nederig zijn leidt Hij in het rechte spoor,
Hij leert hun zijn paden te gaan.
10 Liefde en trouw zijn de weg van de HEER
voor wie de wetten van zijn verbond onderhouden.
11 Vergeef mij, HEER, mijn grote schuld,
omwille van uw naam.
12 Aan wie in ontzag voor Hem leven,
leert de HEER de rechte weg te kiezen.
13 Hun leven verloopt in voorspoed
en hun kinderen zullen het land bezitten.
14 De HEER is een vriend van wie Hem vrezen,
Hij maakt hen vertrouwd met zijn verbond.
15 Ik houd mijn oog gericht op de HEER,
Hij bevrijdt mijn voeten uit het net.
16 Keer u tot mij en wees mij genadig,
ik ben alleen en ellendig.
17 Mijn hart is vol van angst,
bevrijd mij uit mijn benauwenis.
18 Zie mij in mijn nood, in mijn ellende,
vergeef mij al mijn zonden.
19 Zie met hoevelen mijn vijanden zijn,
hoe ze mij dodelijk haten.
20 Behoed mij en bevrijd mij,
maak mij niet te schande, want ik schuil bij U.
21 Onschuld en oprechtheid mogen mij bewaren,
op U is mijn hoop gevestigd.
22 God, verlos Israël,
verlos het van al zijn angsten.
Psalmen 25
20 Hij richtte zijn blik op zijn leerlingen en zei: ‘Gelukkig jullie die arm zijn, want voor jullie is het koninkrijk van God. 21 Gelukkig jullie die nu honger hebben, want je zult verzadigd worden. Gelukkig wie nu huilt, want je zult lachen. 22 Gelukkig zijn jullie wanneer de mensen jullie omwille van de Mensenzoon haten en buitensluiten en beschimpen en je naam door het slijk halen. 23 Wees verheugd als die dag komt en spring op van blijdschap, want jullie zullen rijkelijk beloond worden in de hemel. Vergeet niet dat hun voorouders de profeten op dezelfde wijze hebben behandeld.
Lucas 6:20-23
22 De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, 23 maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor de andere volken dwaas. 24 Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid, 25 want het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen.
1 Korintiërs 1:22-25