jelgerbijma

1 De jonge Samuel diende dus de HEER, onder de hoede van Eli. Er klonken in die tijd zelden woorden van de HEER en er braken geen visioenen door. 2 Op zekere nacht lag Eli op zijn slaapplaats. Zijn ogen waren dof geworden, hij kon bijna niet meer zien. 3 Samuel lag te slapen in het heiligdom van de HEER, bij de ark van God. De godslamp was nog niet gedoofd. 4 Toen riep de HEER Samuel. ‘Ja, hier ben ik,’ antwoordde Samuel. 5 Hij liep snel naar Eli toe en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen. Ga maar slapen.’ Toen Samuel weer lag te slapen, 6 riep de HEER hem opnieuw. Samuel stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen, mijn jongen. Ga maar weer slapen.’ 7 Samuel had de HEER nog niet leren kennen, want de HEER had zich niet eerder aan hem bekendgemaakt door het woord tot hem te richten. 8 Opnieuw riep de HEER Samuel, voor de derde keer. Samuel stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Toen begreep Eli dat het de HEER was die de jongen riep. 9 Hij zei tegen Samuel: ‘Ga maar weer slapen. Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: “Spreek, HEER, uw dienaar luistert.”’ Samuel legde zich weer te slapen, 10 en de HEER kwam bij hem staan en riep net als de voorgaande keren: ‘Samuel! Samuel!’ En Samuel antwoordde: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’ 11 Toen zei de HEER tegen Samuel: ‘Let op! Ik ga in Israël iets doen waarvan ieder zo zal ophoren dat zijn beide oren tuiten! 12 Als die dag aanbreekt zal Ik alles, maar dan ook alles ten uitvoer brengen wat Ik Eli en zijn familie heb voorzegd. 13 Ik heb hem aangekondigd dat Ik onherroepelijk het vonnis over zijn familie zou voltrekken vanwege zijn wandaad: hoewel hij wist dat zijn zonen God lasterden, heeft hij hen niet terechtgewezen. 14 Daarom heb Ik Eli’s familie gezworen dat geen graan- of vredeoffer ooit hun schuld zal kunnen inlossen.’
15 Samuel bleef tot de ochtend liggen en opende toen de deuren van het heiligdom van de HEER. Hij zag ertegen op om Eli te vertellen wat hij in het visioen had gehoord. 16 Maar Eli riep hem bij zich: ‘Samuel, mijn jongen, kom eens hier!’ ‘Hier ben ik,’ antwoordde Samuel, 17 en Eli vroeg: ‘Wat heeft Hij tegen je gezegd? Probeer het niet voor me te verbergen. God mag met je doen wat Hij wil, als je ook maar iets achterhoudt van wat Hij tegen je heeft gezegd!’ 18 Zonder iets achter te houden vertelde Samuel hem alles wat God had gezegd, en Eli zei: ‘Hij is de HEER. Laat Hij doen wat Hij het beste vindt.’

1 Samuel 3:1-18

jelgerbijma

9 U zag de ellende van onze voorouders in Egypte, bij de Rietzee hoorde U hen om hulp roepen. 10 Daarop verrichtte U tekenen en wonderen bij de farao en al zijn dienaren, bij zijn hele volk, omdat U wist met hoeveel minachting zij onze voorouders behandelden. Zo hebt U uw naam gevestigd tot op deze dag. 11 Voor de ogen van de Israëlieten spleet U de zee, midden in de zee liepen zij op het droge. U wierp hun achtervolgers in de diepte, als een steen in kolkend water. 12 Overdag leidde U hen in een wolkkolom, ’s nachts in een vuurzuil, zodat er licht was op de weg die ze moesten gaan. 13 U daalde neer op de Sinai, U sprak met hen vanuit de hemel, U gaf hun juiste rechtsregels, deugdelijke wetten en goede voorschriften en geboden.
14 U maakte uw heilige sabbat aan hen bekend, U gaf hun uw geboden, voorschriften en wetten bij monde van uw dienaar Mozes. 15 Wanneer ze honger hadden gaf U hun brood uit de hemel, wanneer ze dorst hadden liet U water voor hen uit een rots stromen. U beval hun het land binnen te gaan en in bezit te nemen, het land dat U hun onder ede had beloofd. 16 Maar onze voorouders hebben zich misdragen; halsstarrig als ze waren luisterden ze niet naar uw geboden. 17 Ze weigerden te luisteren en ze vergaten de wonderen die U voor hen verricht had. In hun halsstarrigheid stelden ze een nieuwe leider aan, ze wilden weer slaven worden in Egypte. Maar U bent een God van vergeving, genadig en liefdevol, geduldig en trouw: U verliet hen niet.
18 Ze tergden U door een beeld te maken in de vorm van een stierkalf en te zeggen: ‘Dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ 19 Maar liefdevol als U bent, hebt U hen zelfs toen, daar in de woestijn, niet verlaten. Boven hen stond steeds de wolkkolom om hun bij dag de weg te wijzen, en ’s nachts was er de vuurzuil die de weg verlichtte waarlangs ze moesten gaan.

Nehemia 9:9-19

jelgerbijma

1 Voor de koorleider. Van David, de dienaar van de HEER. Hij sprak de woorden van dit lied tot de HEER toen de HEER hem aan de greep van zijn vijanden had ontrukt, ook aan die van Saul. 2 Hij zei:

Ik heb U lief, HEER, mijn sterkte,
3 HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder,
God, mijn steenrots, bij U kan ik schuilen,
mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht.
4 Ik roep: ‘Geloofd zij de HEER,’
want ik ben van mijn vijanden verlost.

5 Mij omsloten de banden van de dood,
de kolkende afgrond joeg mij angst aan,
6 de banden van het dodenrijk omklemden mij,
op mijn weg lagen de valstrikken van de dood.

7 In mijn nood riep ik tot de HEER,
ik schreeuwde naar mijn God om hulp.
In zijn paleis hoorde Hij mijn stem,
mijn roepen bereikte zijn oren.

8 Toen schudde en schokte de aarde,
de bergen trilden op hun grondvesten,
beefden omdat Hij vlamde van woede,
9 rook steeg op uit zijn neus,
verterend vuur kwam uit zijn mond,
Hij spuwde hete as.

10 Hij schoof de hemel open en daalde af,
duisternis onder zijn voeten,
11 Hij besteeg de cherub en vloog,
zwevend op de vleugels van de wind.

12 Hij maakte van het donker zijn schuilplaats,
trok een tent om zich heen
van duister water, dichte wolken.
13 Een vuurgloed ging voor Hem uit,
wolken joegen voort, hagel en gloeiende as.

14 De donder van de HEER klonk aan de hemel,
de Allerhoogste verhief zijn stem:
hagel en gloeiende as.
15 Hij schoot zijn pijlen en sloeg de vijanden uiteen,
wierp zijn bliksemschichten en verdreef hen.

16 De beddingen van het water werden zichtbaar,
de grondvesten van de wereld kwamen bloot
door uw dreigende blik, HEER,
door de briesende adem uit uw neus.

17 Hij bood hulp van omhoog, greep mij vast
en trok mij op uit de woeste wateren,
18 ontrukte mij aan mijn machtige vijand,
aan mijn haters, die sterker waren dan ik.

19 Op de dag van mijn ondergang vielen zij aan,
maar de HEER was mij tot steun.
20 Hij leidde mij weg uit de nood en gaf mij ruimte,
bevrijdde mij, omdat Hij mij liefhad.

21 De HEER heeft mijn onschuld vergolden,
mij beloond voor mijn reine handen:
22 ik volgde de wegen die de HEER had gewezen
en werd mijn God niet ontrouw,
23 zijn voorschriften hield ik voor ogen,
zijn wetten wees ik nooit af.

24 Ik was Hem volkomen toegewijd
en hoedde mij steeds voor het kwaad,
25 daarom heeft de HEER mijn onschuld beloond,
Hij zag mijn reine handen.

26 U bent trouw voor de trouwe,
volmaakt voor de volmaakte,
27 zuiver voor de zuivere,
maar voor de sluwe ongrijpbaar.

28 U bent de redder van het vertrapte volk,
wie zich hoog wanen, brengt U ten val.
29 U bent het die mijn lamp doet schijnen,
U, HEER, mijn God, verlicht mijn duisternis,
30 met U storm ik af op een legerbende,
met mijn God spring ik over de hoogste muur.

31 Gods weg is volmaakt,
het woord van de HEER is zuiver,
een schild is Hij
voor allen die bij Hem schuilen.

32 Wie anders is God dan de HEER,
wie anders een rots dan onze God?
33 De God die mij met kracht omgordt,
leidt mij op een volmaakte weg,

34 Hij geeft mij voeten snel als hinden,
doet mij op toppen van bergen staan,
35 oefent mijn handen voor de strijd –
mijn armen spannen de bronzen boog.

36 U was het schild dat mij redde,
uw rechterhand ondersteunde mij,
uw woord maakte mij sterk,
37 U baande de weg voor mijn voeten,
ik wankelde niet.

38 Ik achtervolgde mijn vijanden, haalde hen in
en keerde niet terug voor ik hen had vernietigd,
39 ik verpletterde hen, ze stonden niet meer op,
dood lagen ze onder mijn voeten.

40 U hebt mij omgord met kracht voor de strijd,
mijn tegenstanders voor mij doen buigen,
41 U liet mij de rug van mijn vijanden zien,
mijn haters, ik roeide ze uit.

42 Ze schreeuwden om hulp, maar er was geen redder,
ze riepen de HEER, maar Hij antwoordde niet.
43 Ik verpulverde hen tot stof in de wind,
vaagde hen weg als vuil van de straat.

44 U bevrijdde mij van een opstandig volk,
stelde mij aan tot hoofd van de naties.
Een volk dat ik niet kende, onderwierp zich,
45 gehoorzaamde mij zodra het van mij hoorde.
Vreemdelingen toonden zich onderdanig,
46 vreemde volken verloren hun kracht,
bevend kwamen zij uit hun burchten.

47 De HEER leeft, geprezen zij mijn rots,
hoogverheven is God, mijn redder.
48 De God die mij wraak liet nemen,
dwong volken op de knieën,
49 bevrijdde mij van mijn vijanden,
verhief mij boven mijn tegenstanders,
ontrukte mij aan mannen van geweld.

50 Daarom wil ik U prijzen te midden van de volken, HEER,
een loflied zingen tot eer van uw naam.
51 Hij schenkt zijn koning grote overwinningen,
betoont zich trouw aan zijn gezalfde,
aan David en zijn nageslacht, voor altijd.

Psalmen 18

jelgerbijma

12 In een van de steden waar Hij kwam, stond er plotseling een man voor Hem wiens hele huid was aangetast door een ziekte die onrein maakt. Toen hij Jezus zag, liet hij zich languit op de grond vallen en smeekte Hem om hulp met de woorden: ‘Heer, als U wilt, kunt U mij rein maken.’ 13 Jezus stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein!’ En meteen verdween zijn ziekte. 14 Hij beval hem er met niemand over te spreken en zei: ‘Ga u aan de priester laten zien en breng als getuigenis voor de mensen een reinigingsoffer, zoals Mozes heeft voorgeschreven.’ 15 Maar het nieuws over Hem verspreidde zich juist verder, en grote mensenmassa’s verzamelden zich om naar Hem te luisteren en zich van hun ziekten te laten genezen. 16 Hijzelf trok zich geregeld terug op eenzame plaatsen om er te bidden.

Lucas 5:12-16

jelgerbijma

7 Niemand van ons leeft voor zichzelf, en niemand van ons sterft voor zichzelf. 8 Zolang wij leven, leven we voor de Heer; en wanneer wij sterven, sterven we voor de Heer. Dus of we nu leven of sterven, wij zijn van de Heer. 9 Immers, Christus is gestorven en weer tot leven gekomen om te heersen over de doden en de levenden. 10 Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster? Wij allen zullen voor Gods rechterstoel komen te staan, 11 want er staat geschreven: ‘Zo waar Ik leef – zegt de Heer –, voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God loven.’ 12 Ieder van ons zal dus over zichzelf verantwoording tegenover God moeten afleggen.
13 Laten we elkaar daarom niet langer veroordelen. In plaats daarvan moet u zich voornemen uw broeder en zuster niet te laten struikelen of ten val te brengen. 14 De Heer Jezus geeft mij de vaste overtuiging dat niets op zichzelf onrein is; iets is alleen onrein voor wie het als onrein beschouwt. 15 Als u dus uw broeder of zuster in verlegenheid brengt door wat u eet, handelt u niet langer overeenkomstig de liefde. Laat hen voor wie Christus gestorven is niet verloren gaan door het voedsel dat u eet.

Romeinen 14:7-15

jelgerbijma

1 Saulus keurde de moord op hem goed.
Nog diezelfde dag brak er een hevige vervolging los tegen de gemeente in Jeruzalem, zodat allen verspreid werden over Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen. 2 Vrome mannen begroeven Stefanus en hieven een luide dodenklacht over hem aan. 3 Saulus probeerde de gemeente te vernietigen door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren en hen te laten opsluiten in de gevangenis.
4 Degenen die verdreven waren, trokken rond en verkondigden het woord van God. 5 Filippus ging naar de stad Samaria, en verkondigde hun de messias. 6 Alle inwoners luisterden met grote belangstelling en vol ontzag naar wat hij zei toen ze de wonderen zagen die hij verrichtte: 7 veel mensen werden bevrijd van onreine geesten, die hen onder luid geschreeuw verlieten, en tal van verlamden en kreupelen werden genezen. 8 Daarover ontstond grote vreugde in de stad.

Handelingen 8:1-8

jelgerbijma

15 Als je broeder of zuster tegen je zondigt, moet je die persoon onder vier ogen daarop aanspreken. Als hij luistert, heb je hem teruggewonnen. 16 Luistert hij niet, haal er dan een of twee anderen bij, want een aanklacht is rechtsgeldig met een verklaring van ten minste twee getuigen. 17 Als hij ook naar hen niet luistert, leg het dan voor aan de gemeente. Weigert hij ook naar de gemeente te luisteren, behandel hem dan als een heiden of een tollenaar. 18 Ik verzeker jullie: alles wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, en alles wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn. 19 Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. 20 Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden.’

Matteüs 18:15-20

jelgerbijma

12 Ga, roep tegen het noorden:
Kom terug, ontrouw Israël – spreekt de HEER –,
dan zal Ik mijn woede laten varen,
want Ik ben trouw en liefdevol,
niet eeuwig duurt mijn toorn
– spreekt de HEER.

Jeremia 3:12

jelgerbijma

12 Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier te zoeken? 13 Als hij het vindt, dan zal hij zich, dat verzeker Ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de negenennegentig andere die niet afgedwaald waren. 14 Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: Hij wil niet dat een van deze geringe mensen verloren gaat.

Matteüs 18:12-14

jelgerbijma

7 Ik zal de liefde van de HEER gedenken
en zijn roemrijke daden bezingen:
alles wat de HEER voor ons heeft gedaan,
de goedheid die Hij het volk van Israël bewees
in zijn ontferming en zijn grote liefde.
8 Hij zei: ‘Natuurlijk, het is mijn volk!
Mijn kinderen zijn te vertrouwen.’
Daarom wilde Hij hun redder zijn.
9 In al hun nood was ook Hijzelf in nood:
zij werden gered door de engel van zijn tegenwoordigheid.
In zijn liefde en mededogen heeft Hij hen zelf verlost,
Hij tilde hen op en heeft hen gedragen, alle jaren door.
10 Maar zij zijn in opstand gekomen
en hebben zijn heilige geest gekrenkt.
Daarom werd Hij hun tot vijand
en bond Hij de strijd met hen aan.
11 Toen dacht Hij aan de dagen van weleer,
aan Mozes en zijn volk.
Waar is Hij die zijn volk door de zee voerde,
waar zijn de herders van zijn kudde?
Waar is Hij die hen bezielde
met zijn heilige geest?
12 Die Mozes terzijde stond met zijn luisterrijke arm,
die voor hen het water kliefde
om zich een eeuwige naam te verwerven?
13 Die hen door de diepte leidde
als paarden door de woestijn,
zonder dat ze struikelden,
14 als vee dat afdaalt naar het dal?
Het was de geest van de HEER die hun rust gaf.
Ja, U hebt zelf uw volk geleid
om u een luisterrijke naam te verwerven.

Jesaja 63:7-14

jelgerbijma

12 Ik heb jullie nog veel meer te zeggen, maar jullie kunnen het nog niet verdragen. 13 De Geest van de waarheid zal jullie, wanneer Hij komt, de weg wijzen naar de volle waarheid. Hij zal niet namens zichzelf spreken, maar Hij zal zeggen wat Hij hoort en jullie bekendmaken wat komen gaat. 14 Door jullie bekend te maken wat Hij van Mij heeft, zal Hij Mij eren. 15 Alles wat van de Vader is, is van Mij – daarom heb Ik gezegd dat Hij alles wat Hij jullie bekend zal maken, van Mij heeft.

Johannes 16:12-15

jelgerbijma

1 Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. 2 Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus – de gekruisigde. 3 Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. 4 De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, 5 want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God.
6 Toch is wat wij verkondigen wijsheid voor wie volwassen is in het geloof. Het is echter niet de wijsheid van deze wereld en haar machthebbers, die ten onder zullen gaan. 7 Waar wij over spreken is Gods verborgen en geheime wijsheid: vóór alle tijden heeft God besloten dat wij door haar zouden delen in zijn luister. 8 Geen van de machthebbers van deze wereld heeft die wijsheid gekend; zouden ze haar wel hebben gekend, dan zouden ze de Heer van alle luister niet hebben gekruisigd. 9 Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie Hem liefheeft.’

1 Korintiërs 2:1-9

jelgerbijma

7 Aanvaard elkaar daarom ter ere van God, zoals Christus u heeft aanvaard. 8 Ik zeg u dat Christus een dienaar van de Joden is geworden om te tonen dat God trouw is en om de beloften aan hun voorouders waar te maken, 9 en dat Christus, om te tonen dat God barmhartig is, ook gekomen is om de andere volken in staat te stellen God te loven, zoals geschreven staat: ‘Daarom zal ik U prijzen te midden van de volken, een loflied zingen ter ere van uw naam.’ 10 En verder staat er: ‘Verheug u, volken, samen met zijn volk.’ 11 En er staat ook: ‘Loof de Heer, volken op aarde, prijs Hem, naties overal.’ 12 En verder zegt Jesaja: ‘Isaï zal een telg voortbrengen: Hij die komt om over alle volken te heersen; op Hem zullen zij hun hoop vestigen.’ 13 Moge God, die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede, zodat uw hoop steeds blijft toenemen door de kracht van de heilige Geest.

Romeinen 15:7-13

jelgerbijma

21 Daarop kwam Petrus bij Hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ 22 Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg Ik je, maar tot zeventig maal zeven.

Matteüs 18:21-22

jelgerbijma

1 Van David.

Prijs de HEER, mijn ziel,
prijs, mijn hart, zijn heilige naam.
2 Prijs de HEER, mijn ziel,
vergeet niet één van zijn weldaden.

3 Hij vergeeft u alle schuld,
Hij geneest al uw kwalen,
4 Hij redt uw leven van het graf,
Hij kroont u met trouw en liefde,
5 Hij overlaadt u met schoonheid en geluk,
uw jeugd vernieuwt zich als een adelaar.

6 De HEER doet wat rechtvaardig is,
Hij verschaft recht aan de verdrukten.
7 Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend,
aan het volk van Israël zijn daden.

8 Liefdevol en genadig is de HEER,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
9 Niet eindeloos blijft Hij twisten,
niet eeuwig duurt zijn toorn.

10 Hij straft ons niet naar onze zonden,
Hij vergeldt ons niet naar onze schuld.
11 Zoals de hoge hemel de aarde overspant,
zo welft zich zijn trouw over wie Hem vrezen.

12 Zo ver als het oosten is van het westen,
zo ver heeft Hij onze zonden van ons verwijderd.
13 Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen,
zo ontfermt zich de HEER over wie Hem vrezen.
14 Want Hij weet waarvan wij gemaakt zijn,
Hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd.

15 De mens – zijn dagen zijn als het gras,
hij is als een bloem die bloeit op het veld
16 en verdwijnt zodra de wind hem verzengt;
de plek waar hij stond, kent hem niet meer.

17 Maar de HEER is trouw aan wie Hem vrezen,
van eeuwigheid tot eeuwigheid.
Hij doet recht aan de kinderen en kleinkinderen
18 van wie zich houdt aan zijn verbond
en naar zijn geboden leeft.

19 De HEER heeft in de hemel zijn troon gevestigd,
als koning heerst Hij over alles.
20 Prijs de HEER, u die zijn boden bent,
sterke helden die doen wat Hij zegt,
gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt.

21 Prijs de HEER, hemelse machten,
dienaren die doen wat Hem behaagt.
22 Prijs de HEER, u die zijn schepselen bent,
prijs Hem, overal in zijn rijk.
Prijs de HEER, mijn ziel.

jelgerbijma

12 Omdat God u heeft uitgekozen, omdat u zijn heiligen bent en Hij u liefheeft, moet u zich kleden in innig medeleven, in goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. 13 Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven. 14 En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt. 15 Laat de vrede van Christus heersen in uw hart, want daartoe bent u geroepen als de leden van één lichaam. Wees ook dankbaar. 16 Laat Christus’ woorden in al hun rijkdom in u wonen; onderricht en vermaan elkaar in alle wijsheid, zing voor God met heel uw hart psalmen, hymnen en liederen die de Geest u vol genade ingeeft. 17 Doe alles wat u zegt of doet in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God, de Vader, dankt door Hem.

Kolossenzen 3:12-17

jelgerbijma

1 Mijn kind, als je de Heer wilt dienen,
bereid je dan voor op beproevingen.
2 Houd het rechte spoor, wees standvastig
en word niet ongeduldig in tijden van tegenspoed.
3 Houd je stevig aan Hem vast en laat Hem niet los,
dan word je uiteindelijk beloond.
4 Aanvaard alles wat je overkomt
en wees ook geduldig wanneer je wordt vernederd.
5 Want goud wordt in het vuur getoetst,
in de oven van vernedering test God de mens die Hij aanvaardt.
Wanneer je ziek bent of armoede lijdt, vertrouw dan op Hem.
6 Vertrouw op Hem, dan zal Hij je helpen,
bewandel rechte wegen en vestig op Hem je hoop.

7 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
zie uit naar zijn ontferming en wijk niet af,
dan kom je niet ten val.
8 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
vertrouw op Hem,
dan valt je loon je niet uit handen.
9 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
hoop op het goede, op ontferming en eeuwige vreugde,
want eeuwige vreugde is het loon dat Hij schenkt.

Sirach 2:1-9

jelgerbijma

9 Bid daarom als volgt:
Onze Vader in de hemel,
laat uw naam geheiligd worden,
10 laat uw koninkrijk komen,
laat uw wil gedaan worden
op aarde zoals in de hemel.
11 Geef ons vandaag het brood
dat wij nodig hebben.
12 Vergeef ons onze schulden,
zoals ook wij vergeven
wie ons iets schuldig is.
13 En breng ons niet in beproeving,
maar red ons van het kwaad.
Want aan U behoort het koningschap,
de macht en de majesteit,
in eeuwigheid. Amen.

Matteüs 9:9-13

jelgerbijma

13 Maar nu bent u, die eens ver weg was, in Christus Jezus dichtbij gekomen, door zijn bloed. 14 Want Hij is onze vrede: Hij heeft met zijn dood Joden en niet-Joden verenigd, de muur van vijandschap, die hen scheidde, afgebroken 15 en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht Hij vrede 16 en verzoende Hij door het kruis beiden in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. 17 Vrede kwam Hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: 18 dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

Efeziërs 2:13-18

jelgerbijma

7 Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. 8 We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. 9 We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. 10 We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. 11 Voortdurend worden wij levenden omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. 12 Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven.

2 Korintiërs 4:7-12