Koning David

Uit:

Reformanda nr.15, 13e jaargang, 16 april 2003
Titel: De prediking (1)
Schrijver: Harm Oosterhuis


De prediking (1)
Bij de voorbereiding van het schrijven van een aantal artikelen over de prediking, kwam ik min of meer toevallig een stuk tegen dat mij toch wel heeft getroffen. En dat kwam niet alleen door de auteur, maar ook door de actualiteit. We citeren een stuk uit Het Zoeklicht van 3 augustus 2002.

Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop
Het artikel waar ik straks een stuk uit citeer is van de hand van Feike ter Velde, hoofdredacteur van het blad "Het Zoeklicht", en voor velen een bekend gezicht bij de Evangelische Omroep. Ter Velde schrijft naar aanleiding van een door hem gehoorde preek van de Hervormde predikant ds. W. Glashouwer ergens in de jaren '60. Deze preek had veel indruk op hem gemaakt en ging over de brief aan de gemeente te Laodicéa met als tekst: "Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop." Ik citeer F. ter Velde. “Het gaat hier in Laodicéa onmiskenbaar om de kerk van de eindtijd. Er is sprake van een grote geestelijke afval. Binnen, in de kerkdienst, lijkt het allemaal te draaien om Jezus Christus, terwijl de werkelijkheid is, dat Hij buiten staat. Wat een tragiek. Men zingt binnen de psalmen, de lofzangen en de geestelijke liederen, die over Hem spreken, maar de Hoofdpersoon zelf is er niet bij, hoewel Hij dat kennelijk graag zou willen. Zo ziet, zegt de Schrift, de kerk er in de eindtijd uit. Zien we deze contouren zich in onze dagen niet aftekenen?

Het is altijd moeilijk de dingen, die hiervan een duidelijk bewijs vormen, bij name te noemen. Dat is ook zo kenmerkend voor onze tijd. Predikanten ondervinden tegenwoordig vaak moeilijkheden als ze in de zondagse preek zonde bij de naam noemen. Dat kan niet meer, omdat we als christenen over alles onze eigen opvattingen hebben, verschillend denken, en ons denken niet meer eenduidig teruggaat op "Zo zegt de Here in Zijn Woord". Dan heeft iedereen zo zijn eigen mening. Die mening is legitiem, hebben we geleerd van de moderne psychologie, want jouw mening telt net zo goed als die van een ander. "Je moet voor jezelf opkomen" is het veel gehoorde advies. "Jij mag er ook zijn, jouw mening is belangrijk", zijn de bekende trefwoorden. Dat is natuurlijk ook waar, maar het probleem is dat we daardoor niet meer hóren wat de ander - en vooral dè Ander - zegt. Je kunt met elkaar praten over verschillende standpunten en opvattingen, maar altijd op basis van argumenten. Dat is binnen de kerk een moeilijke zaak geworden. Daarmee zitten we midden in een kritieke situatie.

Laodicéa is kerk van de mondige mens. Het volk heerst, want dat is democratisch, zo lijkt de naam Laodicéa uit te drukken. De stem van het volk, niet meer: "Zo zegt de Here". Wat wij er van vinden, dat is het enige wat geldt. Wat de prediker zondags van de kansel zegt moet draagvlak hebben bij het kerkvolk, anders kan de prediker maar beter weggaan. Dit is het geheimenis van de wetteloosheid, dat sluipend onder de gelovigen is binnengekomen. Dàt is Laodicéa.

De Here Jezus, Hoofd van Zijn Gemeente, heeft het met die kerk in haar geheel wel gezien. Hij heeft geen hoop meer voor haar. Wel voor een enkeling daarbinnen. Tot die enkeling richt Hij zijn Woord:"...indien iemand mijn stem hoort..." Dat is: mocht er nog iemand daarbinnen zijn...

Zo wordt het ook vandaag. Het komt er meer en meer op aan, dat een mens heel persoonlijk, en soms tegen de grote meerderheid in, keuzes maakt, die met het Woord van God overeenstemmen. Die keuzes hebben consequenties, die ook samenhangen met verdrukking, met alleen durven staan, met uitgerangeerd worden, met aan de kant geschoven worden. Je moet het dan afleggen tegen de meerderheid. Maar als het ten diepste gaat om het Woord Gods en het getuigenis van Jezus dan is het wel pijnlijk, maar niet erg. "Zalig zijt gij", zegt de Here.”

Tot zover het citaat.

De sleutels van het koninkrijk der hemelen
Het is opmerkelijk dat hier in eenvoudige woorden dát wordt weergegeven wat ons allemaal wel eens bezig houdt. Van verschillende kanten klinkt er kritiek, wel of niet terecht, juist op de prediking. Want de prediking is het centrum van de eredienst, het is het centrum van ons dienen van God. Zondag 31 HC noemt de verkondiging van het Evangelie een van de sleutels van het koninkrijk der hemelen. Het andere is de kerkelijke tucht. Prediking, verkondiging, het gebeurt met gezag. Goddelijk gezag. Zo komt het er op aan, zowel voor de prediker als voor de hoorders, dat die prediking zuiver is. Dat wil zeggen in volledige overeenstemming en harmonie met de Bijbel, het goddelijke Woord. De dominee die zijn ambt verstaat zal dan ook voor elke preek alles op alles zetten om dat goddelijke Woord er in door te laten klinken. Alleen maar: zo zegt de Here! Er rust een zware verantwoordelijkheid op zijn schouders. Want door de verkondiging van het heilig Evangelie wordt het koninkrijk der hemelen voor de gelovigen geopend en voor de ongelovigen gesloten. De kerkelijke tucht als andere sleutel is hier eigenlijk logisch aan verbonden. Immers, de woorden "zo zegt de Here", hebben een niet te evenaren kracht en geldigheid. Als iemand daar niet naar luisteren wil, dan zal diegene daar op gewezen worden en zonodig vermaand, met als doel om hem of haar weer terug te krijgen op het rechte spoor. Er is uiteindelijk alleen maar leven als we luisteren en leven naar het "zo zegt de Here". Wie zou ooit beweren dat tucht liefdeloos is? Kerkelijke tucht is de meest vergaande vorm van liefde.

Vernieuwing of reformatie
Maar dat geldt ook voor de prediking. Preken waarin het Woord van God onverkort en zuiver klinkt, zal altijd confronterend zijn, maar is uiteindelijk nooit liefdeloos. Het is precies zo als Ter Velde zegt: het geheimenis der wetteloosheid ligt hierin, dat o.a. de preken draagvlak moeten hebben bij het kerkvolk. Want wat is er dan aan de hand? Dan willen de mensen niet meer naar God luisteren, maar dan willen de mensen zelf bepalen wat God tot hen zegt. En zo wordt God buiten de kerkdeur gehouden. Alleen in Laodicéa??

Er is in de Gereformeerde kerken veel in beweging en zeker op het gebied van de liturgie. Er wordt gezocht naar nieuwe vormen, eigentijdse aanpak en verfrissende structuren. We zijn erg bang dat het heeft te maken met het feit dat de mensen van tegenwoordig dezelfden zijn als die van Laodicéa vroeger. Laten we voorop stellen dat de liturgie op alle onderdelen belangrijk is, maar als de preek niet meer in het middelpunt staat mist de liturgie zijn doel. En als de prediking aan zeggingskracht en uitwerking gaat verliezen dan is het einde zoek. Moderne vormen vinden we in preekvoorbereidingsgroepen, themadiensten, meer aandacht voor alle liturgische onderdelen en meer aandacht en ruimte voor de sacramenten. Zonder dit alles in één woord weg te vegen willen we toch benadrukken dat we ons gewaarschuwd moeten weten door Laodicéa. Ook bij ons zit het er in dat we het graag zo willen als wij het mooi vinden en ook wij willen graag zelf bepalen wat we willen horen. Draagvlak bij het kerkvolk... Er is nog iets waar Ter Velde op wijst. En dat is het feit dat het zo kenmerkend is voor deze tijd dat de dingen die hiervan een duidelijk bewijs vormen zo moeilijk bij name te noemen zijn. Ondervinden we dat niet dikwijls in de praktijk? Nergens in de Bijbel staat hoe wij in de 21e eeuw een eredienst precies moeten invullen en nergens staat iets over de lengte, de vorm en de inhoud van de preek, nergens lezen we van Catechismuspreken en nergens vinden we dat we twee keer per zondag naar de kerk behoren te gaan. En ga zo maar door. Hierop voortbordurend blijkt er dus erg veel mogelijk te zijn. Waar maken we ons druk over? Zo wordt er tegenwoordig geredeneerd. En zo zijn wij de kerk van Laodicéa. We zijn overal mee bezig, behalve met onze zonde en daaraan vast de bekering. Dat valt allemaal wel mee. Zeker, een goede preek roept op tot bekering, maar dat geldt dan vooral voor mijn broeder en mijn zuster. En dan moeten we zelf in eigen verantwoordelijkheid uitzoeken waar we ons van hebben te bekeren. De volgende keer willen we wat dieper ingaan op de inhoud en de gevolgen van de prediking. We sluiten af met een citaat van de Hervormde predikant Glashouwer:

De kerk is niet te vernieuwen met nieuwe structuren, maar heeft reformatie en reveil nodig. Met minder kan zij niet toe.

Koning David

Uit: Reformanda nr.17, 13e jaargang, 30 april 2003
Titel: De prediking (2)
Schrijver: Harm Oosterhuis


De prediking (2)
De prediking is een belangrijk element in de eredienst in de Gereformeerde Kerken, zó belangrijk dat het essentiëel is in het leven van elke gelovige in zijn dienst aan God. Daar waar de prediking niet of niet volgens Gods Woord plaats vindt, daar gaat alles mis. Daar is geen leven, daar is geen zegen en daar wordt de Geest weerstaan.

Oproep tot reformatie

Alweer enige tijd geleden stond er in het ND middels een advertentie een oproep tot reformatie (12-02-03). Alle kerkleden worden opgeroepen terug te keren tot de gehoorzaamheid aan het Woord van God en trouw aan de belijdenis van de kerk. Nu is daar veel onenigheid over ontstaan. De een distantiëert zich ervan, de ander denkt dat er wordt opgeroepen tot een scheuring, weer anderen vinden dat de advertentie te laat of te vroeg is geplaatst, en ook wordt er openlijk om gelachen. Toch zijn er mijns inziens maar weinig mensen die deze oproep tot gehoorzaamheid eerlijk en objectief kunnen en/of willen beoordelen. Want nergens lezen we van kerkscheuring, nergens lezen we van revolutie. Integendeel, er wordt aan de kerkleden gevraagd om met bezwaren eigenlijk nog weer de kerkelijke weg te gaan: "..deze zaken in uw gemeente en bij uw kerkeraad aan de orde te stellen..". Ook al is door sommigen die kerkelijke weg al jaren bewandeld. Laten we eerlijk wezen; oproep tot gehoorzaamheid aan Gods Woord en Zijn geboden is toch een zaak van alle dag? Die oproep mag, ja moet toch altijd klinken? En waarom? Het staat er bij: "Uit liefde voor u, en tot bewaring van Christus' Kerk bij Schrift en belijdenis. Maar vooral ook met het oog op het recht en de eer van de Koning van de Kerk, onze Here Christus."
Waarom heb ik dit nu aangehaald? Heeft dit met de prediking te maken? Jazeker. Want als het goed is dan is elke preek een oproep tot reformatie. Iedere preek behoort op te roepen tot bekering en gehoorzaamheid.

De hoorder in beeld?

Maar er is nog meer. In diezelfde advertentie wordt gesteld dat er met de prediking zelf ook iets mis is. Niet in alle preken, niet bij alle dominees, niet in alle gemeenten, maar wel hier en daar. Er is een ontwikkeling gaande waarbij het accent verlegd wordt van de brenger van de Boodschap naar de hoorder van de Boodschap. Middels zijn ambt mag de predikant met gezag (s)preken. "Alsof God u door onze mond vermaande: laat u met God verzoenen" (2 Cor 5:20). De brenger van de Boodschap is weliswaar een gewoon en zondig mens, maar als hij niet meer en minder dan het Woord van God brengt, spreekt eigenlijk God Zelf tot ons. Laten we de prediking als bediening der verzoening, als verkondiging van het Woord, door middel van een predikant, een ambtsdrager, een gezant van God, in het centrum van de eredienst, van heel ons leven, staan, dan laten we God in het centrum staan. Zo staat God in het middelpunt van ons leven. En zo wil Hij geëerd worden. Bij alle aandacht die er is voor de hoorder van de Boodschap mogen we dit nooit uit het oog verliezen. En of we het nu willen of niet, als wij ons best gaan doen om het de hoorder naar de zin te maken, dan gaan we de verkeerde kant aan. Er worden tegenwoordig allerlei vondsten gedaan op het gebied van aandacht voor de hoorder. We noemen enkele voorbeelden.

Voorbeelden

Sommige preken worden gedeeltelijk gericht tot een speciale doelgroep. Zo kan het gebeuren dat er eerst een verhaal of een eenvoudige uitleg wordt gegeven voor de kinderen. En om het dan aansprekelijk te maken wordt er soms wel eens wat fantasie verweven met de werkelijkheid. Nu willen we daarbij opmerken dat het niet per definitie af te keuren is als een predikant het woord speciaal tot de jeugd richt. Essentiëel is dat er niet wordt afgedaan of toegevoegd aan het Woord en de Boodschap. Maar het gevaar en de verleiding is groot, dat er rekening gehouden gaat worden met de behoefte. En als dat gebeurt, dat de behoefte van de mensen voorop komt, dan is het einde zoek. En zo kan het zomaar gebeuren dat er jeugddiensten ontstaan. Grote interkerkelijke jeugddiensten, waar veel mensen naar toe gaan. Want er is behoefte. En dat blijkt uit zowel het ontstaan als uit de toeloop. Maar dat is het nu juist. Als wij onze behoefte voorop stellen, dan komt bij alle goede en vrome bedoelingen God op de tweede plaats. We zien een verkeerde ontwikkeling waaraan de Gereformeerde Kerken mee schuld hebben. Een ander voorbeeld is de grote eenvoud waarmee sommige predikanten hun hoorders willen bereiken. Ook hier is het weer moeilijk om alles over één kam te scheren. Want het is natuurlijk waar dat een preek niet zo ingewikkeld moet zijn dat niemand er wat van snapt. En daar komt bij dat de verscheidenheid aan het vermogen, om dingen te begrijpen, in een gemeente ook groot is. Maar ik kan mij soms niet aan de indruk onttrekken dat er predikanten zijn die het zó eenvoudig willen brengen alsof zij het zelf de mensen in het hart moeten geven. Alsof de Geest niets meer hoeft te doen. Kan ik dat hard maken? Misschien wel niet, maar het is wel een feit dat er zo eenvoudig gepreekt kan worden dat de preek meer weg heeft van een kindervertelling dan van Schriftuitleg. En om alles uit de kast te halen om de mensen te bereiken worden er tekeningen, voorwerpen en wat al niet meer gebruikt. Hoe ver zijn we verwijderd van film en toneelspel in de kerk? Laten we er toch voor waken dat de kerkdienst geen plaats van amusement wordt. We moeten beseffen dat het de werkplaats is van de Heilige Geest. Het is tenslotte niet de dominee die het Woord doet landen, maar het is de Geest die het Woord in onze harten werkt. En de Geest zál werken als het Woord getrouw en naar de Schriften verkondigd wordt.

Nog meer voorbeelden

Helaas wordt op meer manieren in de prediking teveel de blik gericht op de hoorder. Zo wordt er door sommige predikanten meer gepreekt over de belofte van het verbond dan over de eis van het verbond. Er wordt meer gepreekt over de liefde en de vervulling van de wet door Christus dan over de gehoorzaamheid aan die wet. Er wordt meer gepreekt over dankbaarheid dan over zonde, ellende en bekering. Meer over de liefde van God dan over de toorn van God. Meer over onderlinge verdraagzaamheid dan over gehoorzaamheid en tucht. Meer over tolerantie dan over antithese. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Ook hier geldt weer dat dat gelukkig niet overal en bij iedere dominee aanwezig of even sterk is. Maar op de een of andere manier is er soms ruimte voor dat wat de predikant belangrijk vindt of dat wat de mensen horen willen. Het is niet meer zo in de mode om over geboden, verbondseis, verbondswraak, toorn van God, antithese, wereldgelijkvormigheid en dat soort zaken te preken. En al helemaal niet om de zonde concreet aan te wijzen. Want dan lopen de mensen weg. Dan loopt de kerk leeg. Iedereen heeft tenslotte toch zijn eigen verantwoordelijkheid? Aansluitend bij die eigen verantwoordelijkheid, waarbij de hoorder zelf maar moet distilleren uit de preek wat goed en kwaad is, komt het zover dat de preek als-woordverkondiging-met-gezag op zijn retour is. Helaas zien we die ontwikkeling met lede ogen aan. Want er zijn predikanten die dus gewoon hun eigen mening over bepaalde zaken uitspreken, daar waar ze behoren te zeggen: zo spreekt de Here. Ook hier zien we een verschuiving richting de hoorder. De preek met gezag wordt ingewisseld voor discussie. God heeft niet meer alleen het woord. De mondige mens heeft ook wat in te brengen, nl. een eigen mening.

Prediking en geloof

Er zijn nog wel meer zaken en voorbeelden te noemen waarom er juist op het gebied van prediking zo dringend reformatie nodig is. Want daar begint ook de deformatie. Het kan niet anders, God heeft het Zelf beloofd, daar waar getrouw en naar de Schriften gepreekt wordt, daar werkt de Heilige Geest en dat heeft grote gevolgen. Wie zich gehoorzaam wil laten leiden door die prediking, die zal geloof ontvangen. En een ieder die door waar geloof in Christus is ingeplant brengt vruchten van dankbaarheid voort. Aansluitend hieraan willen we de volgende keer nog wat dieper ingaan op Schriftgetrouwe prediking en de gevolgen daarvan.

Koning David

Omdat er veel verschillende meningen zijn over hoe we eredienst moeten invullen dacht ik dat we hier aan de hand van twee artikelen van Harm Oosterhuis (Reformanda-jongeren) over kunnen discussieren.

Ik weet zelf niet hoe ik tegen de eredienst aan moet kijken. Sommige argumenten van Huub tegen vind ik goed onderbouwd. Het moet volgens mij ook om een constante reformatie gaan en niet zozeer om liturgische vernieuwingen. Dit appel spreekt mij ook heel erg aan hoewel ik erg veel verschil van de paraktische uitwerking van deze reformatie. De Reformanda-jongeren verstaan er duidelijk wat anders onder:

Vetgedrukt is het stukje tekst in mijn vorige post dat ik erg typerend vind.

Reformanda-jongeren en ook reformandapredikanten als ds. Goedhart hebben het vaak over de tegenstelling tussen zucht naar beleving en naar wat God wil. Het lijkt een heel goed argument maar als je naar de praktische uitwerking er van kijkt zien we dat veel mensen van reformanda een heel ander Godsbeeld heeft waar sterk de nadruk gelegd wordt op de toornige kant van God, de eeuwige verwerping van de zondaren et cetera. Moet je je aan zo'n God onderwerpen? Preken van dit soort dominees geven mij een gevoel van onbehagen. Ben ik dan ongehoorzaam? Met nadruk zeg ik dat reformanda-mensen de negatieve kant van God vaak lijken te benadrukken en niet absoluteren want er is bij hun ook ruimte voor een God die naar de mensen omziet. Deze kant van God komt in de preken van tegenwoordig meer naar voren. Zou dit ook een reden tot ongerustheid zijn? Een reden waarom ik nog graag naar de Columnakerk ga is dat ds. Joosse ook veel aandacht heeft voor de God die naar ons omziet. Ook de laatste preek van zondagmiddag over zondag 46 (het onze Vader). dit waardeer ik.

En over de zucht naar beleving: ik ben geen groot voorstander van liturgische vernieuwingen zoals misschien bekend. Niet zozeer omdat vernieuwingen slecht zijn (dat beweert Harm Oosterhuis ook niet als je zijn tekst goed leest. Hij waarschuwt alleen maar) maar omdat ik ze in het algemeen niet zo mooi vind (in de eredienst dan). Noem dit maar conservatisme van de smaak. Toch heb ik altijd wel behoefte aan een preek waarin verteld wordt van een God die naar ons omziet. Dat is mijn zucht naar beleving. Ik hoop dat de mensen van Reformanda meer aandacht zullen schenken aan de blijde boodschap van een God die naar ons omziet. Bekeren doe je niet alleen omdat je jezelf zo slecht vind maar vooral omdat je antwoord wil geven op Gods liefde.

De prediking krijgt in bovenstaande artikelen teveel aan lading mee. In heel de kerkdienst, ja meer nog in heel ons leven dient Gods woord naar voren te komen. Ieder christen behoort een oproep tot reformatie te zijn. De zucht naar beleving is idd een menselijk aspect in de kerk, maar juist als het uitgangspunt in bovenstaande genomen wordt, levert dat veel veranderingen op. De christen-op-zondag-houding is daarvoor niet genoeg, en ook niet ik-kom-in-de-kerk-voor-de-preek-houding. Dat zijn steeds deelaspecten van het volledige christenzijn.
De hele eredienst is een lofprijzing op God. God komt in zijn liefde naar de gemeente toe en wij mogen naar Hem toe. Dat is heel serieus en ernstig, maar ook heel vrolijk en opgelucht. Alle belevingen van de mens passen daarin, en zouden ook tot uiting moeten komen.
Je bent christen met al je gevoelens, en niet alleen met je ernst! Geloven is volledig overgave.

Maar de preek heeft wel zeker een taak binnen die eredienst. Ik hou zelf helemaal niet van dogmatische preken, en zou graag aansprekende preken willen horen van de kansel. Idd een oproep tot reformatie van mijn christenzijn. De vetgedrukte delen in artikel 2 geven voor mij ook idd aan dat de predikanten te eenzijdig bezig zijn. Maar alleen kerkelijke systemen opbouwen, heeft geen zin, als het geen doorwerking in de praktijk heeft voor ieder christen. Christus moet door de prediking aan onze deur kloppen, of wij voor hem open willen doen, om uiteindelijk als overwinnaar samen met hem op de troon te zitten. Op 3:21

Over de invulling van die reformatie ben ik het waarschijnlijk ook niet zo eens met de reformanda-jongeren. Reformatie betekent in de letterlijke zin: nieuwe vormen zoeken, en ik denk zelf ook aan een voortdurende wedergeboorte. God is belangrijk en je eigen leven wordt aan de hand van Hem voortdurend geconformeerd.

Ik heb toch nog steeds het idee dat ik langs jou heen praat Vriend Klei, maar ik hoop toch enige bijdrage geleverd te kunnen hebben. Misschien kun jij je punt nog enigszins verduidelijken?

Koning David

Mij punt is dat ik niet precies weet wat we van een eredienst moeten verwachten. Mijn persoonlijke voorkeur is wel dat de preek centraal moet staan en hier ben ik het eigenlijk ook met de reformanda-jongeren eens zei het met een ander doel: de reformanda-jongeren willen immers dat de preken een veel ernstigere lading krijgen, dus nadruk op de toorn van God, de antithese, onze zondigheid et cetera. Ik zou graag in de preek juist benadrukt willen zien wat de reformanda-jongeren minder willen in de preek, namelijk de verlossing, God die naar ons mensen omziet et cetera. Ik sta een beetje tussen de reformanda-jongeren en de vernieuwers in denk ik. Ik wil serieus en opgelucht bezig zijn. Ernstigheid kun je overdrijven. Veel mensen voelen zich daarom niet thuis in de kerk. Ik voel me alleen niet thuis in een dienst waar alleen het spreekwoordelijke "hel en verdoemenis" gepreekt wordt. Dogmatisch mag wel (dus ingaan op de leer en een zware analyse van een bijbeltekst.) Anderzijds: vrolijk ben ik ook niet lang altijd en ik voel me niet thuis in een kerk waar het erg druk en vrolijk is. Dit leidt naar mijn mening tot genante situaties.

Even kort een paar dingen:

Reformanda beschuldigt dominees weer met van alles zonder dat concreet te onderbouwen. Laten ze eerst maar eens aantonen dat dominees niet meer over zonde ed. willen preken. Volgens mij valt dat wel mee. Antithese is volgens mij trouwens meer een Kuyperiaans dan een bijbels begrip. Verder vind ik het raar dat Reformanda dominees oproept om onverkort Gods Woord te preken terwijl ze zelf maar zo'n beperkt aantal thema's hebben om op te hameren (dan heb ik het weer over zondigheid enzo). Gelukkig is Gods Woord heel wat rijker dan het feit dat wij zondaars zijn.

Daarnaast over liturgie: laten ze eerst eens bijbels aantonen waarom de preek centraal zou moeten staan. Ook wordt zondag 31 (als ik het goed heb, over de sleutels van het Koninkrijk) wat mij betreft wel erg eenzijdig toegepast.
Wat betreft liturgische veranderingen zelf. Over het algemeen zijn er erg goede redenen om dingen te veranderen (beter wat mij betreft dan om ze tegen te houden). Na de Reformatie is men nogal doorgeslagen door zoveel mogelijk elementen in de kerkdienst door de dominee te laten doen. Daar is geen enkele reden voor en maakt de kerkdienst wel erg eenzijdig.

Ik denk dat het handig is dat je eerst voor je zelf formuleert wat de kerk is, en wat deze voor jou betekent. Vandaar kunnen we wel verder over de invulling daarvan.

Een korte positionering mijnerzijds t.o.v. mijn huisgenoot (Ewout) en mijn bloedeigen neef (Harm)

Vriend Klei schreef: Reformanda-jongeren en ook reformandapredikanten als ds. Goedhart hebben het vaak over de tegenstelling tussen zucht naar beleving en naar wat God wil. Het lijkt een heel goed argument maar als je naar de praktische uitwerking er van kijkt zien we dat veel mensen van reformanda een heel ander Godsbeeld heeft waar sterk de nadruk gelegd wordt op de toornige kant van God, de eeuwige verwerping van de zondaren et cetera. Moet je je aan zo'n God onderwerpen? Preken van dit soort dominees geven mij een gevoel van onbehagen. Ben ik dan ongehoorzaam? Met nadruk zeg ik dat reformanda-mensen de negatieve kant van God vaak lijken te benadrukken en niet absoluteren want er is bij hun ook ruimte voor een God die naar de mensen omziet. Deze kant van God komt in de preken van tegenwoordig meer naar voren. Zou dit ook een reden tot ongerustheid zijn? Een reden waarom ik nog graag naar de Columnakerk ga is dat ds. Joosse ook veel aandacht heeft voor de God die naar ons omziet. Ook de laatste preek van zondagmiddag over zondag 46 (het onze Vader). dit waardeer ik. En over de zucht naar beleving: ik ben geen groot voorstander van liturgische vernieuwingen zoals misschien bekend. Niet zozeer omdat vernieuwingen slecht zijn (dat beweert Harm Oosterhuis ook niet als je zijn tekst goed leest. Hij waarschuwt alleen maar) maar omdat ik ze in het algemeen niet zo mooi vind (in de eredienst dan). Noem dit maar conservatisme van de smaak. Toch heb ik altijd wel behoefte aan een preek waarin verteld wordt van een God die naar ons omziet. Dat is mijn zucht naar beleving. Ik hoop dat de mensen van Reformanda meer aandacht zullen schenken aan de blijde boodschap van een God die naar ons omziet. Bekeren doe je niet alleen omdat je jezelf zo slecht vind maar vooral omdat je antwoord wil geven op Gods liefde.

Op zich een heel duidelijk, eerlijk punt. Bekering vanuit liefde i.p.v. via hel-en-verdoemenis-preken klinkt idd beter en dat heb je ook wel beargumenteerd. Ook geef je aan dat je verschil van mening met reformanda-mensen wat de inhoud van de prediking voornamelijk een nuanceverschil is: een opvatting hoe vaak bepaalde onderwerpen aan bod moeten komen in een preek. Maar het vetgedrukte in mijn citaat van jou suggereert meer dan een nuanceverschil - maar misschien lees ik het verkeerd. Laat ik het uitleggen.
Reformanda-mensen die misschien meer nadruk leggen op verdoemenis, ellende en zonde dan jij zijn ook (zoals je ook toegaf) overtuigd van verlossing in Christus, van liefde van God de Vader, van geloof door de Heilige Geest enzovoort: allemaal positieve dingen. Maar als jij preken hoort waar de nadruk vooral ligt op die negatieve dingen krijg jij een gevoel van onbehagen. Waarom? Worstel je ten diepste niet gewoon met een aantal dogma's omtrent uitverkeizing, verwerping, hel, toorn van God en gehoorzaamheid aan Gods Wet? Ervaar je afstand tot Reformanda-mensen omdat zij die 'zere plek' van jou meer benadrukken i.t.t. dominees die bijvoorbeeld het begrip 'toorn van God' uitsluitend in één adem met de term 'genade' durven noemen?
Kortom: is het echt alleen een nuanceverschil of niet. Zo nee, wat is het dan precies? Zo ja, dan kan ik met je mening leven. Je hebt je voorkeur goed beargumenteerd, maar ik kan me ook voorstellen dat mensen als neef Harm graag eens weer een ouderwetse hel-en-verdoemenis preek wil horen - eigenlijk wil ik dat ook wel eens (een keertje): relativisme ervaar ik gewoon echt als een serieus gevaar.

Koning David

Badankt voor je wijze post waarde Roelof. Ik drukte het stukje vet omdat dit stukje mij hier het meest opviel. Dit heeft een subjectieve kant. Het heeft ook een objectieve of eigenlijk beter gezegd een meer intersubjectieve kant. Ik denk dat veel mensen zich aan een spreekwoordelijke 'hel en verdoemenis' preek ergeren. Nadruk op dit aspect doet veel mensen zich van het geloof vervreemden. Het stereotypebeeld wat veel mensen van christenen hebben wordt hierdoor versterkt. Ik denk dat mensen niet zozeer een harde preek nodig hebben in deze tijd maar juist een God die naar de mensen omziet (en daarbij ook rechtvaardig is, dus niet alleen soft, maar dat komt pas nadat je ingezien hebt dat God van ons houdt). We leven in een postmoderne relativistische tijd. Een antwoord op de postmoderne leegte is niet zozeer een terugkeer naar de op traditie en autoriteit gebaseerde leer maar meer een geloof in een levende God. (Zojuist geschetste tegenstelling doet misschien een beetje geforceerd aan). Het gevaar bestaat dat de levende God achter de regeltjes en de dogma's verdwijnt. (Dat hoeft niet noodzakelijkerwijs zo te gebeuren en ik zie bij Harm ook niet dat dit gebeurt.) Als de christelijke boodschap een blijde boodschap wil zijn die ook een appel doet op niet-christenen moeten we het aspect liefde meer aandacht geven dan het aspect toorn (en dit laatste in het perspectief van del iefde zien).

Geef je neef mijn complimenten door over zijn stuk. Hoewel ik het niet helemaal met hem eens ben zit het erg goed in elkaar.

Vriend Klei schreef: We leven in een postmoderne relativistische tijd. Een antwoord op de postmoderne leegte is niet zozeer een terugkeer naar de op traditie en autoriteit gebaseerde leer maar meer een geloof in een levende God. (Zojuist geschetste tegenstelling doet misschien een beetje geforceerd aan). Het gevaar bestaat dat de levende God achter de regeltjes en de dogma's verdwijnt.

Je geeft de positionering van de het geloof aan in de huidige tijd/cultuur. Maar wat heeft dat volgens jou voor gevolgen voor de invulling van de eredienst en de daarbij centraal staande preek? Dat lijkt mij toch allereerst de opzet van dit topic. Daar ben ik in ieder geval zeer benieuwd naar na bovenstaande constatering.

Koning David

Ik vind het heel moeilijk om mijzelf te positioneren. Wat vorm aan de buitenkant betreft ben ik gematigd traditioneel. Dit is mijn smaak. Geen drumstel of gitaren (vind ik genant, een piano mag wel), vooral het zingen van psalmen en gezangen (mogen overigens wel opnieuw vertaald worden in hedendaags Nederlands) en de preek moet centraal staan. Overigens moet er natuurlijk wel ruimte zijn voor een beetje vernieuwing om vernieuwers niet van de kerk te laten vervreemden. Ik vind meer zingen niet erg maar het moet niet doorslaan. De gemeente Zwolle-Zuid had een koortje. Ook leuk en het klinkt mooi. Maar Zwolle-Zuid vernieuwde te vaak naar mijn mening om het vernieuwen.

Maar wat inhoud betreft (wat wordt er in de preken benadrukt? In wat voor soort taal worden preken verteld? Verstaan we wat we zingen?) ben ik een stuk progressiever. Geen tale kanaaans en minder nadruk op 'hel en verdoemenis'. Geen goedkope kritiek op de wereld. Niet-christenen met wie ik in discussie ben ergeren zich met name aan de absolutisitsche en intolerante trekjes van veel christenen. De EO met haar moderne vormen doet het daarom ook niet goed in de opinie. Door vorm kan men heen prikken.

Het gevaar bestaat dat we een spagaat maken. Hypertraditionele meningen in een modern jasje. Oude wijn in nieuwe zakken. Ik heb liever nieuwe wijn in oude zakken.

Vriend Klei schreef: Het gevaar bestaat dat we een spagaat maken. Hypertraditionele meningen in een modern jasje. Oude wijn in nieuwe zakken. Ik heb liever nieuwe wijn in oude zakken.

Bijbelse spreekwoorden, altijd leuk! Maar in dit geval wat is de wijn en wat zijn de zakken? Wat is het belangrijkste in de kerk? Blijft de liefde van Christus niet de hoofdzaak, en is de liturgie niet een bijzaak? Deze oude boodschap moet is voor ons nog steeds vernieuwend, het roept ons tot een grote levensverandering, een keuze voor God.
Ik heb jou al gevraagd hoe jij de kerk ziet, ik vind dat wel redelijk belangrijk in deze discussie. Voor mij is de kerk een verzameling gelovigen die gezamelijk God de eer willen geven. Daarbij valt voor mij de invloed van de preek bijna weg. God blijft echter nog steeds door zijn woord spreken, al merk ik daar weinig meer van in de kerkdienst. De woorden gaan langs me heen, raken mij niet meer, ongeacht het onderwerp van de preek. Daarentegen zie ik God des te duidelijker spreken in de persoonlijke bijbelstudie en die van een bijbelkring. Dus is de preek voor mij geen hoofddoel in de kerk.
Doordat jij de preek op zo'n hoog voetstuk plaatst, geef je aan mij aan dat jij een ander kerkbeeld hebt. Het is niet helemaal de bedoeling om hier een kerkbeelden discussie op te starten, maar het kan helpen om te verduidelijken welke plaats er voor de eredienst gereserveerd is, en daarbinnen voor de preek.

JaMPot schreef: Wat is het belangrijkste in de kerk? Blijft de liefde van Christus niet de hoofdzaak, en is de liturgie niet een bijzaak? Deze oude boodschap moet is voor ons nog steeds vernieuwend, het roept ons tot een grote levensverandering, een keuze voor God.

En hoe is het dan als de liturgie de ontmoeting met God vorm moet geven? Of is ontmoeting niet de kern van de samenkomst van de gemeente? Dit hangt natuurlijk samen met hoe je de kerkdienst ziet. Voor mij geldt denk ik meer het proces van samen geloven dat als basis moet dienen voor de samenkomst, de ontmoeting zelf vormgeven (in de zin van spreken namens God vs antwoorden door de gemeente) zegt mij weinig.

Voor mij is de kerk een verzameling gelovigen die gezamelijk God de eer willen geven. Daarbij valt voor mij de invloed van de preek bijna weg.
Maar heb je het nu ook over je ervaringen met de Kongolese kerkdienst? Toen ik er een keer was, vond ik de preek erg opbouwend, ik moet daar wel bij opmerken dat zo'n preek sterk afwijkt van een gereformeerde preek. Meer vanuit een levend geloof en minder over het geloof. Ik zie zo'n preek niet exclusief als taak van de predikant, ik geloof dat er veel meer mensen met de gave van het spreken in de gemeente rondlopen.

als am Klei zegt:

Mijn punt is dat ik niet precies weet wat we van een eredienst moeten verwachten.
dan spreekt de kerkdienst blijkbaar niet duidelijk. Ik vind dat een kerkdienst sprekend moet zijn in de zin van:

enthousiasmerend: 'kom ga met ons en doe als wij, prijs de Heer' of:
confronterend: 'laat u gezeggen door dit woord dat ik heden uitspreek'
etc.

De kerk geeft een blijde boodschap door en daarin moet de beweging naar de wereld toe zijn, het mag niet zo zijn dat het enkel van interesse en de wil tot verdieping afhangt of mensen komen. Als je niet weet wat je van een kerkdienst moet verwachten -en wie weet dat tegenwoordig wel?- dan heeft de kerk op z'n minst een communicatieprobleem, maar onderliggend misschien wel een motivatie of liefdetekort probleem.

Pjotr schreef: En hoe is het dan als de liturgie de ontmoeting met God vorm moet geven? Of is ontmoeting niet de kern van de samenkomst van de gemeente? Dit hangt natuurlijk samen met hoe je de kerkdienst ziet. Voor mij geldt denk ik meer het proces van samen geloven dat als basis moet dienen voor de samenkomst, de ontmoeting zelf vormgeven (in de zin van spreken namens God vs antwoorden door de gemeente) zegt mij weinig.

Ik ben er nog niet uit hoe de liturgie vormgegeven moet gaan worden als mijn ideeën doorgevoerd gaan worden. Ik bedoel in ieder geval niet het spreken-en-antwoord-spel zoals ook jij dat definiëert. Voor mij is de ontmoeting in de kerk meer een eenzijdige ontmoeting. Alle liturgie is immers mensenwerk, en geeft daarmee vanuit de mens invulling aan de eredienst. God blijft zeker spreken tot ons, alleen is het niet aan de mens om dat in te vullen.

Pjotr schreef: Maar heb je het nu ook over je ervaringen met de Kongolese kerkdienst? Toen ik er een keer was, vond ik de preek erg opbouwend, ik moet daar wel bij opmerken dat zo'n preek sterk afwijkt van een gereformeerde preek. Meer vanuit een levend geloof en minder over het geloof. Ik zie zo'n preek niet exclusief als taak van de predikant, ik geloof dat er veel meer mensen met de gave van het spreken in de gemeente rondlopen.

Ik had het in mijn bovenstaande verhaal niet over de Kongolese kerkdienst. Ik weet niet of het de bedoeling is, maar in deze dienst krijg ik de indruk dat de preek niet zo'n belangrijke plaats inneemt. De waarde die er aan gehecht wordt is meer om elkaar op te bouwen en elkaar te steunen vanuit idd het levende geloof. De waarheidsclaim van een preek komt daarbinnen niet tot uiting (en daarmee het goddelijk spreken) en daarmee zie ik in het geheel van de dienst het samenzijn als gemeente, God lovende. Dwz dus het slechts antwoorden op Gods aanwezigheid in het leven van de christen.

JaMPot schreef: Voor mij is de ontmoeting in de kerk meer een eenzijdige ontmoeting. Alle liturgie is immers mensenwerk, en geeft daarmee vanuit de mens invulling aan de eredienst. God blijft zeker spreken tot ons, alleen is het niet aan de mens om dat in te vullen.

De eenzijdige ontmoeting in de kerk is de ontmoeting van mensen met God. Dus niet God ontmoet de mens. Wat is dan de meerwaarde van de kerkdienst? Dat moet voor jou dan zitten in de situatie dat je in de kerk God ontmoet met meer mensen tegelijk en Hem gezamenlijk looft. Ik vraag me af of dat alles is. De kerkdiensten zijn de momenten waarop het gemeente-zijn tot uiting komt. Voor de dominee de kans om de gemeente toe te rusten op allerlei gebied. In de kerkdienst wil ik opnieuw gestimuleerd worden in mijn leven met God. Dat zie ik dan gebeuren door in de eerste plaats gebed en in de tweede plaats de preek. In de preek heeft God een boodschap voor mij, terwijl als ik het goed begrijp volgens jou de predikant een boodschap heeft.
Verder stel je dat het niet aan mensen is om Gods spreken tot ons in te vullen. Dat begrijp ik niet helemaal. Kan God geen gebruik maken van die liturgie? In zekere zin kan God de mens volgens mij alleen maar bereiken via menselijke vormen. (Niet omdat God er niet buiten kan, maar de mens juist niet.) Dat hoeft ook absoluut niet alleen in de preek te gebeuren. Op een bijbelkring kan dat net zo goed.

Zijn er echt niet meer mensen die hier een mening over hebben?

HaJee schreef: De eenzijdige ontmoeting in de kerk is de ontmoeting van mensen met God. Dus niet God ontmoet de mens. Wat is dan de meerwaarde van de kerkdienst?

God ontmoet de mens wel individueel, maar niet als gemeente. Het is voor mij niet mogelijk om het spreken van God aan een preek gelijk te stellen. God laat je aan de hand van de overdenking die de predikant meegeeft misschien nadenken over je leven en daarbinnen geeft Hij de ontmoeting vorm. De waarde van de kerkdienst is voor mij het samen gemeente zijn: het elkaar steunen in het dienen van Hem en samen God loven.

HaJee schreef: Voor de dominee de kans om de gemeente toe te rusten op allerlei gebied. In de kerkdienst wil ik opnieuw gestimuleerd worden in mijn leven met God. Dat zie ik dan gebeuren door in de eerste plaats gebed en in de tweede plaats de preek. In de preek heeft God een boodschap voor mij, terwijl als ik het goed begrijp volgens jou de predikant een boodschap heeft.

Idd heeft de predikant een stimulerende boodschap vanuit zijn steunende rol als christen. Vanuit deze steun komt God dus bij ieder persoonlijk zijn of haar leven binnen.
Deze idee zie ik ook terug in de brieven van bijv Paulus. Hij schrijft zijn brieven niet vanuit de autoriteit dat hij de waarheid van God gekregen heeft, maar meer dat hij in die waarheid leeft en van daaruit probeert de medechristenen te steunen.

HaJee schreef: Verder stel je dat het niet aan mensen is om Gods spreken tot ons in te vullen. Dat begrijp ik niet helemaal. Kan God geen gebruik maken van die liturgie? In zekere zin kan God de mens volgens mij alleen maar bereiken via menselijke vormen. (Niet omdat God er niet buiten kan, maar de mens juist niet.) Dat hoeft ook absoluut niet alleen in de preek te gebeuren. Op een bijbelkring kan dat net zo goed.
Hier ben ik het wel mee eens, ik bedoel echter dat wij als mens niet kunnen zeggen: "Dit is God". Het goddelijk spreken blijft bij voor mij een subjectieve ervaring.
HaJee schreef: Verder stel je dat het niet aan mensen is om Gods spreken tot ons in te vullen. Dat begrijp ik niet helemaal. Kan God geen gebruik maken van die liturgie? In zekere zin kan God de mens volgens mij alleen maar bereiken via menselijke vormen. (Niet omdat God er niet buiten kan, maar de mens juist niet.) Dat hoeft ook absoluut niet alleen in de preek te gebeuren. Op een bijbelkring kan dat net zo goed.

God gebruikt menselijke vormen. Daar zijn we het over eens. Ik stel nu dat God vormen gebruikt waarvoor het niet uitmaakt of de mens ze daarvoor wel of niet gemaakt heeft. Iemand kan God ervaren in de liturgie, men kan het ook in de natuur, in het contact met andere mensen. Daarbij ligt het initiatief bij God. Hij bepaalt welke vorm Hij gebruikt. Wij kunnen zijn spreken niet invullen, slechts in ons eigen leven kunnen we gehoor geven aan zijn roep.

Zijn er echt niet meer mensen die hier een mening over hebben?
misschien am Klei?
JaMPot schreef: God ontmoet de mens wel individueel, maar niet als gemeente.
In het NT staat niet het individu maar de gemeente centraal. Ik heb daarom sterke twijfels bij deze stelling, maar zal daar nog even over nadenken.
Pjotr schreef:
JaMPot schreef: God ontmoet de mens wel individueel, maar niet als gemeente.
In het NT staat niet het individu maar de gemeente centraal. Ik heb daarom sterke twijfels bij deze stelling, maar zal daar nog even over nadenken.

Ik ben zeer benieuwd. In het NT staat inderdaad de gemeente centraal, maar volgens mij niet als ontmoetingsplek. Ik wacht wel af...

Koning David

Commentaar schrijf ik wat later. Moe en heel druk.

JaMPot schreef: God ontmoet de mens wel individueel, maar niet als gemeente. Het is voor mij niet mogelijk om het spreken van God aan een preek gelijk te stellen. God laat je aan de hand van de overdenking die de predikant meegeeft misschien nadenken over je leven en daarbinnen geeft Hij de ontmoeting vorm. De waarde van de kerkdienst is voor mij het samen gemeente zijn: het elkaar steunen in het dienen van Hem en samen God loven.
HaJee schreef: Voor de dominee de kans om de gemeente toe te rusten op allerlei gebied. In de kerkdienst wil ik opnieuw gestimuleerd worden in mijn leven met God. Dat zie ik dan gebeuren door in de eerste plaats gebed en in de tweede plaats de preek. In de preek heeft God een boodschap voor mij, terwijl als ik het goed begrijp volgens jou de predikant een boodschap heeft.
HaJee schreef: Verder stel je dat het niet aan mensen is om Gods spreken tot ons in te vullen. Dat begrijp ik niet helemaal. Kan God geen gebruik maken van die liturgie? In zekere zin kan God de mens volgens mij alleen maar bereiken via menselijke vormen. (Niet omdat God er niet buiten kan, maar de mens juist niet.) Dat hoeft ook absoluut niet alleen in de preek te gebeuren. Op een bijbelkring kan dat net zo goed.
JaMPot schreef: Hier ben ik het wel mee eens, ik bedoel echter dat wij als mens niet kunnen zeggen: "Dit is God". Het goddelijk spreken blijft bij voor mij een subjectieve ervaring.

Spreekt God tot de mens? Of spreekt de mens over God?
Hoewel het niet mogelijk is om het spreken van God aan een preek gelijk te stellen, wil God zijn kerk wel door die bewuste preek toerusten en opbouwen. Hiervoor gebruikt God niet alleen de preek, maar ook het gebed en de liturgie in de eredienst. Het zou kunnen dat deze toerusting niet of nauwelijks plaats vind als gevolg van allerlei menselijke belemmeringen en beperkingen.Dit kan verschillende oorzaken hebben, waarbij de Reformanda stelt dat de beleving de belangrijkste blokkade is in het verstaan van Gods woord.

Deze mogelijkheid sluit ik niet uit, hoewel ik daarmee niet wil stellen dat bijvoorbeeld evangelische christenen God niet willen dienen maar gericht zijn op het spektakel in de kerkdienst. De evangelische traditie heeft een andere invulling van de eredienst.

Volgens mij zijn er meer ‘belevings-aspecten’ waarop mensen vastlopen. Het samenzijn als gemeente wordt niet ervaren (bij de buren is het gras altijd groener). De vrijgemaakte kerk wordt als star en dogmatisch ervaren (is volgens mij al lang niet meer het geval).

JaMPot schreef: Deze idee zie ik ook terug in de brieven van bijv Paulus. Hij schrijft zijn brieven niet vanuit de autoriteit dat hij de waarheid van God gekregen heeft, maar meer dat hij in die waarheid leeft en van daaruit probeert de medechristenen te steunen.

Ik zie een groot verschil tussen de brieven van Paulus en de preken van een ‘doorsnee’ predikant. Er zijn maar weinig mensen in staat om het niveau van de brieven van Paulus te evenaren in hun prediking.

Sterker: Paulus is in staat om zijn ‘eigen gevoelens’ in zake en opvatting of iets wel of niet kan in het midden te laten om de gemeente te dienen, waarbij hij de gemeente terecht wijst en van ze vraagt om geduld met elkaar te hebben.

Vandaag de dag ken ik geen enkele predikant die op een dergelijke verstandige manier zijn gemeente toerust en zijn schapen wijdt. Hier zie ik duidelijk Gods leiding in. Misschien wilde God op deze manier zijn gemeente laten groeien?
Kun je stellen, dat God veel meer kennis, inzicht, etc. gaf aan Paulus, in vergelijking met de predikanten die vandaag de dag voorgaan in de erediensten?
Leven we vandaag de dag noch dicht genoeg bij God? Of zijn we als de gemeente van Laodicea geworden: lauw en dof?

In deze discussie ligt de nadruk idd even op de eredienst. En binnen de eredienst de preek. Wat ik zei was dat Gods woord niet gelijk staat aan de preek. De ontmoeting vindt zeker plaats, alleen op individueel vlak en niet vanaf de kansel met de gemeente. Daar moet ook de liturgie omheen gebouwd worden. Liturgie is slechts het menselijke spreken over God. En kan daarom alleen gebruikt worden voor het ondersteunen van elkaar. Er kan geen waarheidsclaim uit afgeleid worden!

Over de gaven van Paulus kan ik niet zoveel zeggen. Wel vind ik het vreemd als God zulke gaven in de huidige tijd, waarin ze heel hard nodig zijn, niet meer zou geven. Het is naar mijn mening zelfs gevaarlijk om deze broeder op zo'n hoog voetstuk te plaatsen. Hij is maar een gewoon medechristen, die nog wat geschreven heeft wat ook wij nog kunnen lezen. Daaruit zijn geen conclusies te trekken over de meerwaarde van Paulus.