11 Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben. 12 Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons tot volmaaktheid gekomen. 13 Dat wij in Hem blijven en Hij in ons, weten we doordat Hij ons heeft laten delen in zijn Geest. 14 En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. 15 Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God. 16 Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.
17 Zo is de liefde bij ons tot volmaaktheid gekomen, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus. 18 De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde niet tot volmaaktheid gekomen.
1 Johannes 4:11-18
+0
jelgerbijma
1 Zo was er een farizeeër, een van de Joodse leiders, met de naam Nikodemus. 2 Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. ‘Rabbi,’ zei hij, ‘wij weten dat U een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de tekenen verrichten die U verricht.’ 3 Jezus zei: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’
Johannes 3:1-3
+0
jelgerbijma
8 Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. 9 Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 10 Liefde berokkent de naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.
Romeinen 13:8-10
+1
jelgerbijma
6 Hij, die de gestalte van God had, maakte er geen aanspraak op aan God gelijk te zijn, 7 maar deed afstand van zijn positie en nam de gestalte aan van een dienaar. Hij werd gelijk aan de mensen, en als mens verschenen 8 heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9 Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.
Filippenzen 2:7-11
+0
jelgerbijma
15 Als je broeder of zuster tegen je zondigt, moet je die persoon onder vier ogen daarop aanspreken. Als hij luistert, heb je hem teruggewonnen. 16 Luistert hij niet, haal er dan een of twee anderen bij, want een aanklacht is rechtsgeldig met een verklaring van ten minste twee getuigen. 17 Als hij ook naar hen niet luistert, leg het dan voor aan de gemeente. Weigert hij ook naar de gemeente te luisteren, behandel hem dan als een heiden of een tollenaar. 18 Ik verzeker jullie: alles wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, en alles wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn. 19 Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. 20 Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden.’
Matteüs 18:15-20
+0
jelgerbijma
1 Van David.
Erger je niet aan slechte mensen,
wees niet jaloers op wie kwaad doen,
2 zij verdorren snel als gras,
zij verwelken als het jonge groen.
3 Vertrouw op de HEER en doe het goede,
bewoon het land en leef er veilig.
4 Zoek je geluk bij de HEER,
Hij zal geven wat je hart verlangt.
5 Leg je leven in de handen van de HEER,
vertrouw op Hem, Hij zal dit voor je doen:
6 het recht zal dagen als het morgenlicht,
de gerechtigheid stralen als de middagzon.
7 Blijf kalm en wacht op de HEER,
erger je niet aan wie slaagt in het leven,
aan wie met listen te werk gaat.
8 Wind je niet op, laat je woede varen,
erger je niet, dat brengt maar onheil.
9 Slechte mensen worden verdelgd,
wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten.
10 Nog even, en verdwenen is de zondaar,
je kijkt waar hij is, maar vindt hem niet.
11 Wie nederig zijn, zullen het land bezitten
en gelukkig leven in overvloed en vrede.
12 De zondaar belaagt de rechtvaardige
met een grijns op zijn gezicht.
13 Maar de Heer lacht hem uit
en ziet de dag al van zijn ondergang.
14 Zondaars trekken hun zwaard
en spannen hun boog,
om zwakken en armen te doden,
om af te slachten wie eerlijk hun weg gaan.
15 Maar het zwaard dringt in hun eigen hart
en hun bogen worden gebroken.
16 Beter het weinige dat een rechtvaardige heeft
dan de rijkdom van talloze zondaars.
17 De macht van de zondaars wordt gebroken,
maar de HEER zal de rechtvaardigen steunen.
18 De HEER trekt zich het lot van onschuldigen aan,
hun bezit blijft voor eeuwig behouden.
19 Zij worden niet teleurgesteld in kwade dagen,
in tijden van hongersnood worden zij verzadigd.
20 De zondaars zullen ten onder gaan,
de vijanden van de HEER verdwijnen
als bloemen in het veld, verdwijnen als rook.
21 De zondaar vraagt te leen en brengt niet terug,
de rechtvaardige geeft, uit mededogen.
22 Gods gezegenden zullen het land bezitten,
de vervloekten worden verdelgd.
23 Wie de HEER welgevallig is,
mag zijn weg gaan met vaste tred.
24 Al komt hij ten val, hij blijft niet liggen,
want de HEER richt hem op.
25 Ooit was ik jong, nu ben ik oud,
en nooit zag ik dat een rechtvaardige werd verlaten,
nooit zag ik zijn kinderen zoeken naar brood;
26 hij is vol mededogen en leent uit, elke dag,
en zijn nageslacht is een bron van zegen.
27 Mijd het kwade en doe het goede,
en je zult voor eeuwig wonen in het land,
28 want de HEER heeft gerechtigheid lief,
wie Hem trouw zijn, verlaat Hij niet.
Zij blijven voor eeuwig behouden,
maar het nageslacht van zondaars wordt verdelgd.
29 De rechtvaardigen zullen het land bezitten
en het bewonen, hun leven lang.
30 De mond van de rechtvaardige spreekt wijsheid,
zijn tong spreekt gerechtigheid,
31 hij draagt de wet van God in zijn hart
en zijn voeten struikelen niet.
32 De zondaar loert op de rechtvaardige
en zoekt een kans om hem te doden,
33 maar de HEER laat zijn dienaar niet los:
wordt hij aangeklaagd, vrijspraak zal volgen.
34 Vestig je hoop op de HEER
en blijf op de weg die Hij wijst,
Hij zal je aanzien geven en grondbezit,
je zult beleven dat zondaars worden verdelgd.
35 Ik heb een zondaar gezien, een uitbuiter,
hij groeide uit als een woekerende laurier;
36 op een dag was hij verdwenen,
ik zocht hem en ik vond hem niet.
37 Zie de onschuldigen, kijk naar de oprechten:
wie vredelievend zijn hebben de toekomst.
38 Maar zondaars worden verdelgd,
er is geen toekomst voor een slecht mens.
39 De rechtvaardigen vinden redding bij de HEER,
Hij is hun toevlucht in tijden van nood.
40 De HEER heeft hen altijd geholpen en bevrijd,
Hij bevrijdt hen ook nu van de zondaars, Hij redt hen,
want zij schuilen bij Hem.
Psalmen 37
+0
jelgerbijma
18 De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. 19 Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in stilte te verstoten. 20 Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. 21 Ze zal een zoon baren. Geef Hem de naam Jezus, want Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ 22 Dit alles is gebeurd omdat in vervulling moest gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: 23 ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven,’ wat in onze taal betekent: ‘God is met ons’.
11 Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben. 12 Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons tot volmaaktheid gekomen. 13 Dat wij in Hem blijven en Hij in ons, weten we doordat Hij ons heeft laten delen in zijn Geest. 14 En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. 15 Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God. 16 Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.
17 Zo is de liefde bij ons tot volmaaktheid gekomen, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus. 18 De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde niet tot volmaaktheid gekomen.
1 Johannes 4:11-18
1 Zo was er een farizeeër, een van de Joodse leiders, met de naam Nikodemus. 2 Hij kwam in de nacht naar Jezus toe. ‘Rabbi,’ zei hij, ‘wij weten dat U een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de tekenen verrichten die U verricht.’ 3 Jezus zei: ‘Werkelijk, Ik verzeker u, alleen wie opnieuw wordt geboren, kan het koninkrijk van God zien.’
Johannes 3:1-3
8 Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld. 9 Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 10 Liefde berokkent de naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde.
Romeinen 13:8-10
6 Hij, die de gestalte van God had, maakte er geen aanspraak op aan God gelijk te zijn, 7 maar deed afstand van zijn positie en nam de gestalte aan van een dienaar. Hij werd gelijk aan de mensen, en als mens verschenen 8 heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9 Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.
Filippenzen 2:7-11
15 Als je broeder of zuster tegen je zondigt, moet je die persoon onder vier ogen daarop aanspreken. Als hij luistert, heb je hem teruggewonnen. 16 Luistert hij niet, haal er dan een of twee anderen bij, want een aanklacht is rechtsgeldig met een verklaring van ten minste twee getuigen. 17 Als hij ook naar hen niet luistert, leg het dan voor aan de gemeente. Weigert hij ook naar de gemeente te luisteren, behandel hem dan als een heiden of een tollenaar. 18 Ik verzeker jullie: alles wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, en alles wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn. 19 Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren. 20 Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden.’
Matteüs 18:15-20
1 Van David.
Erger je niet aan slechte mensen,
wees niet jaloers op wie kwaad doen,
2 zij verdorren snel als gras,
zij verwelken als het jonge groen.
3 Vertrouw op de HEER en doe het goede,
bewoon het land en leef er veilig.
4 Zoek je geluk bij de HEER,
Hij zal geven wat je hart verlangt.
5 Leg je leven in de handen van de HEER,
vertrouw op Hem, Hij zal dit voor je doen:
6 het recht zal dagen als het morgenlicht,
de gerechtigheid stralen als de middagzon.
7 Blijf kalm en wacht op de HEER,
erger je niet aan wie slaagt in het leven,
aan wie met listen te werk gaat.
8 Wind je niet op, laat je woede varen,
erger je niet, dat brengt maar onheil.
9 Slechte mensen worden verdelgd,
wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten.
10 Nog even, en verdwenen is de zondaar,
je kijkt waar hij is, maar vindt hem niet.
11 Wie nederig zijn, zullen het land bezitten
en gelukkig leven in overvloed en vrede.
12 De zondaar belaagt de rechtvaardige
met een grijns op zijn gezicht.
13 Maar de Heer lacht hem uit
en ziet de dag al van zijn ondergang.
14 Zondaars trekken hun zwaard
en spannen hun boog,
om zwakken en armen te doden,
om af te slachten wie eerlijk hun weg gaan.
15 Maar het zwaard dringt in hun eigen hart
en hun bogen worden gebroken.
16 Beter het weinige dat een rechtvaardige heeft
dan de rijkdom van talloze zondaars.
17 De macht van de zondaars wordt gebroken,
maar de HEER zal de rechtvaardigen steunen.
18 De HEER trekt zich het lot van onschuldigen aan,
hun bezit blijft voor eeuwig behouden.
19 Zij worden niet teleurgesteld in kwade dagen,
in tijden van hongersnood worden zij verzadigd.
20 De zondaars zullen ten onder gaan,
de vijanden van de HEER verdwijnen
als bloemen in het veld, verdwijnen als rook.
21 De zondaar vraagt te leen en brengt niet terug,
de rechtvaardige geeft, uit mededogen.
22 Gods gezegenden zullen het land bezitten,
de vervloekten worden verdelgd.
23 Wie de HEER welgevallig is,
mag zijn weg gaan met vaste tred.
24 Al komt hij ten val, hij blijft niet liggen,
want de HEER richt hem op.
25 Ooit was ik jong, nu ben ik oud,
en nooit zag ik dat een rechtvaardige werd verlaten,
nooit zag ik zijn kinderen zoeken naar brood;
26 hij is vol mededogen en leent uit, elke dag,
en zijn nageslacht is een bron van zegen.
27 Mijd het kwade en doe het goede,
en je zult voor eeuwig wonen in het land,
28 want de HEER heeft gerechtigheid lief,
wie Hem trouw zijn, verlaat Hij niet.
Zij blijven voor eeuwig behouden,
maar het nageslacht van zondaars wordt verdelgd.
29 De rechtvaardigen zullen het land bezitten
en het bewonen, hun leven lang.
30 De mond van de rechtvaardige spreekt wijsheid,
zijn tong spreekt gerechtigheid,
31 hij draagt de wet van God in zijn hart
en zijn voeten struikelen niet.
32 De zondaar loert op de rechtvaardige
en zoekt een kans om hem te doden,
33 maar de HEER laat zijn dienaar niet los:
wordt hij aangeklaagd, vrijspraak zal volgen.
34 Vestig je hoop op de HEER
en blijf op de weg die Hij wijst,
Hij zal je aanzien geven en grondbezit,
je zult beleven dat zondaars worden verdelgd.
35 Ik heb een zondaar gezien, een uitbuiter,
hij groeide uit als een woekerende laurier;
36 op een dag was hij verdwenen,
ik zocht hem en ik vond hem niet.
37 Zie de onschuldigen, kijk naar de oprechten:
wie vredelievend zijn hebben de toekomst.
38 Maar zondaars worden verdelgd,
er is geen toekomst voor een slecht mens.
39 De rechtvaardigen vinden redding bij de HEER,
Hij is hun toevlucht in tijden van nood.
40 De HEER heeft hen altijd geholpen en bevrijd,
Hij bevrijdt hen ook nu van de zondaars, Hij redt hen,
want zij schuilen bij Hem.
Psalmen 37
18 De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. 19 Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in stilte te verstoten. 20 Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. 21 Ze zal een zoon baren. Geef Hem de naam Jezus, want Hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ 22 Dit alles is gebeurd omdat in vervulling moest gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: 23 ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven,’ wat in onze taal betekent: ‘God is met ons’.
Matteüs 1:18-23