32 Strek je hand uit naar de arme,
dan zal je zegen volmaakt zijn.
33 Wees vrijgevig voor ieder die leeft,
ontzeg ook een dode je gaven niet.
34 Ga wie verdriet heeft niet uit de weg,
klaag met hen die klagen.
35 Aarzel niet een zieke te bezoeken,
dan maak je je geliefd.
36 Denk bij alles wat je zegt aan het einde,
dan zul je je leven lang niet zondigen.
Sirach 7:32-36
+0
jelgerbijma
1 Omdat ons deze beloften zijn gegeven, geliefde broeders en zusters, moeten we onszelf reinigen van alle lichamelijke en geestelijke smetten en vol ontzag voor God ons hele leven heiligen.
2 Toon uw genegenheid voor ons. Wij hebben niemand onrecht aangedaan, niemand te gronde gericht, niemand uitgebuit. 3 Ik zeg dit niet om u te beschuldigen, want ik heb u al eerder gezegd dat u ons zo na aan het hart ligt dat we met u in leven en sterven verbonden zijn. 4 Hoe openhartig kan ik tegen u spreken, hoe trots kan ik op u zijn! In al mijn ellende ben ik vervuld van troost en word ik overweldigd door vreugde.
5 Toen we in Macedonië kwamen, vonden we geen rust maar werden we van alle kanten belaagd: van buitenaf door vijanden, van binnenuit door zorgen. 6 Maar God, die moed geeft aan wie terneergeslagen is, gaf ons moed door de komst van Titus. 7 En niet alleen daardoor, ook door diens bericht over de manier waarop u hem bemoedigd hebt. Hij heeft ons verteld hoe graag u ons weer wilt zien, hoezeer u treurt om wat er voorgevallen is en met hoeveel overtuiging u zich aan mijn kant hebt geschaard. Hierdoor werd ik van blijdschap vervuld.
2 Korintiërs 7:1-7
+0
jelgerbijma
22 In Jeruzalem werd het feest van de Tempelwijding gevierd; het was winter. 23 Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo. 24 Daar kwamen de Joden om Hem heen staan, en ze vroegen Hem: ‘Hoe lang houdt U ons nog in het onzekere? Als U de messias bent, zeg het ons dan ronduit.’ 25 Jezus antwoordde: ‘Dat heb Ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat Ik in naam van mijn Vader doe getuigt over Mij, 26 maar u wilt Me niet geloven, omdat u niet bij mijn schapen hoort. 27 Mijn schapen luisteren naar mijn stem, Ik ken ze en zij volgen Mij. 28 Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven. 29 Wat mijn Vader Mij gegeven heeft gaat alles te boven, niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven, 30 en de Vader en Ik zijn één.’
Johannes 10:22-30
+0
jelgerbijma
1 Mijn kind, als je de Heer wilt dienen,
bereid je dan voor op beproevingen.
2 Houd het rechte spoor, wees standvastig
en word niet ongeduldig in tijden van tegenspoed.
3 Houd je stevig aan Hem vast en laat Hem niet los,
dan word je uiteindelijk beloond.
4 Aanvaard alles wat je overkomt
en wees ook geduldig wanneer je wordt vernederd.
5 Want goud wordt in het vuur getoetst,
in de oven van vernedering test God de mens die Hij aanvaardt.
Wanneer je ziek bent of armoede lijdt, vertrouw dan op Hem.
6 Vertrouw op Hem, dan zal Hij je helpen,
bewandel rechte wegen en vestig op Hem je hoop.
7 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
zie uit naar zijn ontferming en wijk niet af,
dan kom je niet ten val.
8 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
vertrouw op Hem,
dan valt je loon je niet uit handen.
9 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
hoop op het goede, op ontferming en eeuwige vreugde,
want eeuwige vreugde is het loon dat Hij schenkt.
10 Kijk naar de generaties van vroeger:
Werd ooit iemand teleurgesteld die op de Heer vertrouwde?
Werd ooit iemand in de steek gelaten die volhardde in ontzag voor Hem?
Werd ooit iemand veronachtzaamd die de Heer aanriep?
11 De Heer heeft immers medelijden en ontfermt zich,
vergeeft zonden en redt in tijden van verdrukking.
Sirach 2:1-11
+0
jelgerbijma
1 Voor de koorleider. Een kunstig lied van de Korachieten.
2 Zoals een hinde smacht
naar stromend water,
zo smacht mijn ziel
naar U, o God.
3 Mijn ziel dorst naar God,
naar de levende God,
wanneer mag ik nader komen
en voor God verschijnen?
4 Tranen zijn mijn brood,
bij dag en bij nacht,
want heel de dag hoor ik zeggen:
‘Waar is dan je God?’
5 Weemoed vervult mijn ziel
nu ik mij herinner hoe
ik meeliep in een dichte stoet
en optrok naar het huis van God –
een feestende menigte,
juichend en lovend.
6 Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik Hem weer loven,
mijn God, die mij ziet en redt.
7 Mijn ziel is bedroefd,
daarom denk ik aan U,
hier in het land van de Jordaan,
bij de Hermon, op de top van de Misar.
8 De roep van vloed naar vloed,
de stem van uw waterstromen –
al uw golven slaan
zwaar over mij heen.
9 Overdag bewijst de HEER mij zijn liefde,
’s nachts klinkt een lied in mij op,
een gebed tot de God van mijn leven.
10 Tot God, mijn rots, wil ik zeggen:
‘Waarom vergeet U mij,
waarom ga ik gehuld in het zwart,
door de vijand geplaagd?’
11 Mij gaat door merg en been
de hoon van mijn belagers,
want ze zeggen heel de dag:
‘Waar is dan je God?’
12 Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik Hem weer loven,
mijn God, die mij ziet en redt.
Psalmen 42
+1
jelgerbijma
22 Mijd de begeerten van de jeugd, streef naar rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede met hen die de Heer met een zuiver hart aanroepen. 23 Verwerp dwaze en onzinnige speculaties; je weet dat ze tot ruzie leiden. 24 Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken, maar voor iedereen vriendelijk zijn; hij moet een goede leraar zijn en een verdraagzaam mens, 25 en zijn tegenstanders zachtmoedig terechtwijzen. Dan brengt de Heer hen misschien tot inkeer, zodat zij de waarheid leren kennen 26 en ontsnappen uit de valstrik van de duivel, die hen levend heeft gevangen en hen dwingt zijn wil te doen.
2 Timoteüs 2:22-26
+1
jelgerbijma
23 O, mochten mijn woorden worden opgeschreven,
vastgelegd in een inscriptie,
24 met een ijzeren stift gegrift, met lood gevuld,
voor altijd in de rotsen uitgehouwen!
25 Ik weet: mijn redder leeft,
en Hij zal ten slotte hier op aarde ingrijpen.
26 Hoezeer mijn huid ook is geschonden,
toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen.
27 Ik zal Hem aanschouwen,
ik zal Hem met eigen ogen zien, ik, geen ander,
heel mijn binnenste smacht van verlangen.
Job 19:23-27
+0
jelgerbijma
14 Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet. 15 Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft. 16 Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig, maar zet uzelf aan tot nederigheid. Ga niet af op uw eigen inzicht. 17 Vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen. 18 Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven. 19 Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal vergelden.’ 20 En ergens anders staat: ‘Als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd.’ 21 Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.
Romeinen 12:14-21
+0
jelgerbijma
26 En Hij zei: ‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: 27 hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. 28 De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. 29 Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’
30 En Hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen? 31 Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. 32 Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’
Marcus 4:26-32
+0
jelgerbijma
1 Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. 2 Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. 3 Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. 4 Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’
5 Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak Ik nieuw!’ – Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’ – 6 Toen zei Hij tegen mij: ‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef Ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. 7 Wie overwint vallen deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn.
Openbaring 21:1-7
+0
jelgerbijma
1 Een loflied van David.
U, mijn God en koning, wil ik roemen,
uw naam prijzen tot in eeuwigheid.
2 Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
uw naam loven tot in eeuwigheid:
3 ‘Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe,
zijn grootheid is niet te doorgronden.’
4 Laat geslacht na geslacht uw schepping bezingen,
uw machtige daden verkondigen.
5 Laten zij spreken over de glorie van uw majesteit,
ook ik wil uw wonderen bekendmaken.
6 Laten zij getuigen van uw geduchte daden,
ook ik wil van uw grootheid vertellen.
7 Laten zij de roem van uw goedheid verbreiden,
uw gerechtigheid bejubelen:
8 ‘Genadig en liefdevol is de HEER,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
9 Goed is de HEER voor alles en allen,
Hij ontfermt zich over heel zijn schepping.’
10 Laten al uw schepselen U loven, HEER,
en uw getrouwen U prijzen.
11 Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken,
12 aan de stervelingen uw machtige daden verkondigen,
de glorie en de glans van uw koningschap:
13 ‘Uw koningschap omspant de eeuwen,
uw heerschappij omvat alle geslachten.’
14 ‘Een steun is de HEER voor wie is gevallen,
wie gebukt gaat richt Hij op.
15 Allen zien hoopvol naar U uit,
U geeft voedsel, op de juiste tijd.
16 Gul is uw hand geopend,
U vervult het verlangen van alles wat leeft.
17 Rechtvaardig is de HEER in alles wat Hij doet,
heel zijn schepping blijft Hij trouw.
18 Allen die Hem aanroepen is de HEER nabij,
die Hem roepen in vast vertrouwen.
19 Hij vervult het verlangen van wie Hem eren,
Hij hoort hun klacht en komt te hulp.
20 De HEER waakt over wie Hem liefhebben,
maar goddelozen vaagt Hij weg.’
21 Laat zó mijn mond de lof spreken van de HEER,
en alles wat leeft zijn heilige naam prijzen,
tot in eeuwigheid.
Psalmen 145
+0
jelgerbijma
1 Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.
2 Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend
dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan,
omdat zij een dubbele straf voor haar zonden
uit de hand van de HEER heeft ontvangen.
3 Hoor, een stem roept:
‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn,
effen in de wildernis een pad voor onze God.
4 Laat elke vallei verhoogd worden
en elke berg en heuvel verlaagd,
laat ruig land vlak worden
en rotsige hellingen rustige dalen.
5 De luister van de HEER zal zich openbaren
voor het oog van al wat leeft.
De HEER heeft gesproken!’
Jesaja 40:1-5
+1
jelgerbijma
31 Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal Hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32 Dan zullen alle volken voor Hem worden samengebracht en zal Hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; 33 de schapen zal Hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34 Dan zal de koning tegen de groep aan zijn rechterzijde zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35 Want Ik had honger en jullie gaven Mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven Mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij op, 36 Ik was naakt en jullie kleedden Mij. Ik was ziek en jullie bezochten Mij, Ik zat gevangen en jullie kwamen naar Mij toe.” 37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? 38 Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en opgenomen, U naakt gezien en gekleed? 39 Wanneer hebben wij gezien dat U ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar U toe gekomen?” 40 En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.”
Matteüs 25:31-40
+0
jelgerbijma
22 Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart, 23 als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende woord, dat voor altijd standhoudt.
24 ‘De mens is als gras
en zijn schoonheid als een bloem in het veld:
het gras verdort en de bloem valt af,
25 maar het woord van de Heer houdt eeuwig stand.’
Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.
1 Petrus 1:22-25
+0
jelgerbijma
12 Laat de zonde dus niet heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten. 13 Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het onrecht, maar juist in dienst van God, als levenden die uit de dood zijn opgewekt. Stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid. 14 De zonde mag niet langer over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar leeft onder de genade.
Romeinen 6:12-14
+0
jelgerbijma
9 Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader Mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: 10 je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. 11 Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. 12 Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. 13 Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.
Johannes 15:9-13
+0
jelgerbijma
13 Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw aardse begeerten vrij spel te geven, maar dien elkaar in liefde, 14 want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’
Galaten 5:13-14
+0
jelgerbijma
En voorbijgaande zag Hij een man, die sedert zijn geboorte blind was. En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is? Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden.
Johannes 9:1-3
+1
jelgerbijma
4 Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. 5 Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. 6 Wees over niets bezorgd, maar vraag in alle omstandigheden aan God wat u nodig hebt en dank Hem in uw gebeden. 7 Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.
Filippenzen 4:4-7
+0
jelgerbijma
18 U bent niet, zoals het volk destijds, iets tastbaars genaderd, geen allesverzengend vuur, dreigende duisternis en woeste wind, 19 geen bazuingeschal en stemgedonder. Toen het volk die stem hoorde, smeekte het dat er geen woord meer tot hen zou worden gesproken, 20 omdat wat hun werd opgelegd ondraaglijk was: ‘Zelfs een dier dat de berg aanraakt, moet gestenigd worden!’ 21 Zo schrikbarend was de verschijning dat Mozes uitriep: ‘Ik sidder van angst!’ 22 Nee, u bent de Sionsberg genaderd, de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn, 23 de gemeenschap van eerstgeborenen, die in de hemel ingeschreven zijn; u bent God genaderd, de rechter van allen, en de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid gekomen zijn, 24 de bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus, en het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van Abel.
32 Strek je hand uit naar de arme,
dan zal je zegen volmaakt zijn.
33 Wees vrijgevig voor ieder die leeft,
ontzeg ook een dode je gaven niet.
34 Ga wie verdriet heeft niet uit de weg,
klaag met hen die klagen.
35 Aarzel niet een zieke te bezoeken,
dan maak je je geliefd.
36 Denk bij alles wat je zegt aan het einde,
dan zul je je leven lang niet zondigen.
Sirach 7:32-36
1 Omdat ons deze beloften zijn gegeven, geliefde broeders en zusters, moeten we onszelf reinigen van alle lichamelijke en geestelijke smetten en vol ontzag voor God ons hele leven heiligen.
2 Toon uw genegenheid voor ons. Wij hebben niemand onrecht aangedaan, niemand te gronde gericht, niemand uitgebuit. 3 Ik zeg dit niet om u te beschuldigen, want ik heb u al eerder gezegd dat u ons zo na aan het hart ligt dat we met u in leven en sterven verbonden zijn. 4 Hoe openhartig kan ik tegen u spreken, hoe trots kan ik op u zijn! In al mijn ellende ben ik vervuld van troost en word ik overweldigd door vreugde.
5 Toen we in Macedonië kwamen, vonden we geen rust maar werden we van alle kanten belaagd: van buitenaf door vijanden, van binnenuit door zorgen. 6 Maar God, die moed geeft aan wie terneergeslagen is, gaf ons moed door de komst van Titus. 7 En niet alleen daardoor, ook door diens bericht over de manier waarop u hem bemoedigd hebt. Hij heeft ons verteld hoe graag u ons weer wilt zien, hoezeer u treurt om wat er voorgevallen is en met hoeveel overtuiging u zich aan mijn kant hebt geschaard. Hierdoor werd ik van blijdschap vervuld.
2 Korintiërs 7:1-7
22 In Jeruzalem werd het feest van de Tempelwijding gevierd; het was winter. 23 Jezus liep in de tempel, in de zuilengang van Salomo. 24 Daar kwamen de Joden om Hem heen staan, en ze vroegen Hem: ‘Hoe lang houdt U ons nog in het onzekere? Als U de messias bent, zeg het ons dan ronduit.’ 25 Jezus antwoordde: ‘Dat heb Ik u al gezegd, maar u gelooft het niet. Wat Ik in naam van mijn Vader doe getuigt over Mij, 26 maar u wilt Me niet geloven, omdat u niet bij mijn schapen hoort. 27 Mijn schapen luisteren naar mijn stem, Ik ken ze en zij volgen Mij. 28 Ik geef ze eeuwig leven: ze zullen nooit verloren gaan en niemand zal ze uit mijn hand roven. 29 Wat mijn Vader Mij gegeven heeft gaat alles te boven, niemand kan het uit de hand van mijn Vader roven, 30 en de Vader en Ik zijn één.’
Johannes 10:22-30
1 Mijn kind, als je de Heer wilt dienen,
bereid je dan voor op beproevingen.
2 Houd het rechte spoor, wees standvastig
en word niet ongeduldig in tijden van tegenspoed.
3 Houd je stevig aan Hem vast en laat Hem niet los,
dan word je uiteindelijk beloond.
4 Aanvaard alles wat je overkomt
en wees ook geduldig wanneer je wordt vernederd.
5 Want goud wordt in het vuur getoetst,
in de oven van vernedering test God de mens die Hij aanvaardt.
Wanneer je ziek bent of armoede lijdt, vertrouw dan op Hem.
6 Vertrouw op Hem, dan zal Hij je helpen,
bewandel rechte wegen en vestig op Hem je hoop.
7 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
zie uit naar zijn ontferming en wijk niet af,
dan kom je niet ten val.
8 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
vertrouw op Hem,
dan valt je loon je niet uit handen.
9 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
hoop op het goede, op ontferming en eeuwige vreugde,
want eeuwige vreugde is het loon dat Hij schenkt.
10 Kijk naar de generaties van vroeger:
Werd ooit iemand teleurgesteld die op de Heer vertrouwde?
Werd ooit iemand in de steek gelaten die volhardde in ontzag voor Hem?
Werd ooit iemand veronachtzaamd die de Heer aanriep?
11 De Heer heeft immers medelijden en ontfermt zich,
vergeeft zonden en redt in tijden van verdrukking.
Sirach 2:1-11
1 Voor de koorleider. Een kunstig lied van de Korachieten.
2 Zoals een hinde smacht
naar stromend water,
zo smacht mijn ziel
naar U, o God.
3 Mijn ziel dorst naar God,
naar de levende God,
wanneer mag ik nader komen
en voor God verschijnen?
4 Tranen zijn mijn brood,
bij dag en bij nacht,
want heel de dag hoor ik zeggen:
‘Waar is dan je God?’
5 Weemoed vervult mijn ziel
nu ik mij herinner hoe
ik meeliep in een dichte stoet
en optrok naar het huis van God –
een feestende menigte,
juichend en lovend.
6 Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik Hem weer loven,
mijn God, die mij ziet en redt.
7 Mijn ziel is bedroefd,
daarom denk ik aan U,
hier in het land van de Jordaan,
bij de Hermon, op de top van de Misar.
8 De roep van vloed naar vloed,
de stem van uw waterstromen –
al uw golven slaan
zwaar over mij heen.
9 Overdag bewijst de HEER mij zijn liefde,
’s nachts klinkt een lied in mij op,
een gebed tot de God van mijn leven.
10 Tot God, mijn rots, wil ik zeggen:
‘Waarom vergeet U mij,
waarom ga ik gehuld in het zwart,
door de vijand geplaagd?’
11 Mij gaat door merg en been
de hoon van mijn belagers,
want ze zeggen heel de dag:
‘Waar is dan je God?’
12 Wat ben je bedroefd, mijn ziel,
en onrustig in mij.
Vestig je hoop op God,
eens zal ik Hem weer loven,
mijn God, die mij ziet en redt.
Psalmen 42
22 Mijd de begeerten van de jeugd, streef naar rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede met hen die de Heer met een zuiver hart aanroepen. 23 Verwerp dwaze en onzinnige speculaties; je weet dat ze tot ruzie leiden. 24 Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken, maar voor iedereen vriendelijk zijn; hij moet een goede leraar zijn en een verdraagzaam mens, 25 en zijn tegenstanders zachtmoedig terechtwijzen. Dan brengt de Heer hen misschien tot inkeer, zodat zij de waarheid leren kennen 26 en ontsnappen uit de valstrik van de duivel, die hen levend heeft gevangen en hen dwingt zijn wil te doen.
2 Timoteüs 2:22-26
23 O, mochten mijn woorden worden opgeschreven,
vastgelegd in een inscriptie,
24 met een ijzeren stift gegrift, met lood gevuld,
voor altijd in de rotsen uitgehouwen!
25 Ik weet: mijn redder leeft,
en Hij zal ten slotte hier op aarde ingrijpen.
26 Hoezeer mijn huid ook is geschonden,
toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen.
27 Ik zal Hem aanschouwen,
ik zal Hem met eigen ogen zien, ik, geen ander,
heel mijn binnenste smacht van verlangen.
Job 19:23-27
14 Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet. 15 Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft. 16 Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig, maar zet uzelf aan tot nederigheid. Ga niet af op uw eigen inzicht. 17 Vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen. 18 Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven. 19 Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal vergelden.’ 20 En ergens anders staat: ‘Als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd.’ 21 Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.
Romeinen 12:14-21
26 En Hij zei: ‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: 27 hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. 28 De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. 29 Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’
30 En Hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen? 31 Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. 32 Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’
Marcus 4:26-32
1 Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. 2 Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. 3 Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. 4 Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’
5 Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak Ik nieuw!’ – Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’ – 6 Toen zei Hij tegen mij: ‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef Ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. 7 Wie overwint vallen deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn.
Openbaring 21:1-7
1 Een loflied van David.
U, mijn God en koning, wil ik roemen,
uw naam prijzen tot in eeuwigheid.
2 Elke dag opnieuw wil ik U prijzen,
uw naam loven tot in eeuwigheid:
3 ‘Groot is de HEER, Hem komt alle lof toe,
zijn grootheid is niet te doorgronden.’
4 Laat geslacht na geslacht uw schepping bezingen,
uw machtige daden verkondigen.
5 Laten zij spreken over de glorie van uw majesteit,
ook ik wil uw wonderen bekendmaken.
6 Laten zij getuigen van uw geduchte daden,
ook ik wil van uw grootheid vertellen.
7 Laten zij de roem van uw goedheid verbreiden,
uw gerechtigheid bejubelen:
8 ‘Genadig en liefdevol is de HEER,
Hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.
9 Goed is de HEER voor alles en allen,
Hij ontfermt zich over heel zijn schepping.’
10 Laten al uw schepselen U loven, HEER,
en uw getrouwen U prijzen.
11 Laten zij getuigen van de luister van uw koningschap,
spreken over uw machtige werken,
12 aan de stervelingen uw machtige daden verkondigen,
de glorie en de glans van uw koningschap:
13 ‘Uw koningschap omspant de eeuwen,
uw heerschappij omvat alle geslachten.’
14 ‘Een steun is de HEER voor wie is gevallen,
wie gebukt gaat richt Hij op.
15 Allen zien hoopvol naar U uit,
U geeft voedsel, op de juiste tijd.
16 Gul is uw hand geopend,
U vervult het verlangen van alles wat leeft.
17 Rechtvaardig is de HEER in alles wat Hij doet,
heel zijn schepping blijft Hij trouw.
18 Allen die Hem aanroepen is de HEER nabij,
die Hem roepen in vast vertrouwen.
19 Hij vervult het verlangen van wie Hem eren,
Hij hoort hun klacht en komt te hulp.
20 De HEER waakt over wie Hem liefhebben,
maar goddelozen vaagt Hij weg.’
21 Laat zó mijn mond de lof spreken van de HEER,
en alles wat leeft zijn heilige naam prijzen,
tot in eeuwigheid.
Psalmen 145
1 Troost, troost mijn volk, zegt jullie God.
2 Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend
dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan,
omdat zij een dubbele straf voor haar zonden
uit de hand van de HEER heeft ontvangen.
3 Hoor, een stem roept:
‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn,
effen in de wildernis een pad voor onze God.
4 Laat elke vallei verhoogd worden
en elke berg en heuvel verlaagd,
laat ruig land vlak worden
en rotsige hellingen rustige dalen.
5 De luister van de HEER zal zich openbaren
voor het oog van al wat leeft.
De HEER heeft gesproken!’
Jesaja 40:1-5
31 Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal Hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32 Dan zullen alle volken voor Hem worden samengebracht en zal Hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; 33 de schapen zal Hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34 Dan zal de koning tegen de groep aan zijn rechterzijde zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35 Want Ik had honger en jullie gaven Mij te eten, Ik had dorst en jullie gaven Mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen Mij op, 36 Ik was naakt en jullie kleedden Mij. Ik was ziek en jullie bezochten Mij, Ik zat gevangen en jullie kwamen naar Mij toe.” 37 Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? 38 Wanneer hebben wij U als vreemdeling gezien en opgenomen, U naakt gezien en gekleed? 39 Wanneer hebben wij gezien dat U ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar U toe gekomen?” 40 En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.”
Matteüs 25:31-40
22 Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart, 23 als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende woord, dat voor altijd standhoudt.
24 ‘De mens is als gras
en zijn schoonheid als een bloem in het veld:
het gras verdort en de bloem valt af,
25 maar het woord van de Heer houdt eeuwig stand.’
Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is.
1 Petrus 1:22-25
12 Laat de zonde dus niet heersen over uw sterfelijke bestaan, geef niet toe aan uw begeerten. 13 Stel uzelf niet langer in dienst van de zonde als een werktuig voor het onrecht, maar juist in dienst van God, als levenden die uit de dood zijn opgewekt. Stel uzelf in dienst van God als een werktuig voor de gerechtigheid. 14 De zonde mag niet langer over u heersen, want u staat niet onder de wet, maar leeft onder de genade.
Romeinen 6:12-14
9 Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader Mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: 10 je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. 11 Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. 12 Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. 13 Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.
Johannes 15:9-13
13 Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw aardse begeerten vrij spel te geven, maar dien elkaar in liefde, 14 want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’
Galaten 5:13-14
En voorbijgaande zag Hij een man, die sedert zijn geboorte blind was. En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is? Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden.
Johannes 9:1-3
4 Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd. 5 Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij. 6 Wees over niets bezorgd, maar vraag in alle omstandigheden aan God wat u nodig hebt en dank Hem in uw gebeden. 7 Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren.
Filippenzen 4:4-7
18 U bent niet, zoals het volk destijds, iets tastbaars genaderd, geen allesverzengend vuur, dreigende duisternis en woeste wind, 19 geen bazuingeschal en stemgedonder. Toen het volk die stem hoorde, smeekte het dat er geen woord meer tot hen zou worden gesproken, 20 omdat wat hun werd opgelegd ondraaglijk was: ‘Zelfs een dier dat de berg aanraakt, moet gestenigd worden!’ 21 Zo schrikbarend was de verschijning dat Mozes uitriep: ‘Ik sidder van angst!’ 22 Nee, u bent de Sionsberg genaderd, de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en duizenden engelen die in vreugde bijeen zijn, 23 de gemeenschap van eerstgeborenen, die in de hemel ingeschreven zijn; u bent God genaderd, de rechter van allen, en de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid gekomen zijn, 24 de bemiddelaar van een nieuw verbond, Jezus, en het gesprenkelde bloed dat krachtiger spreekt dan dat van Abel.
Hebreeën 12:18-24