jelgerbijma

1 Mijn kind, als je de Heer wilt dienen,
bereid je dan voor op beproevingen.
2 Houd het rechte spoor, wees standvastig
en word niet ongeduldig in tijden van tegenspoed.
3 Houd je stevig aan Hem vast en laat Hem niet los,
dan word je uiteindelijk beloond.
4 Aanvaard alles wat je overkomt
en wees ook geduldig wanneer je wordt vernederd.
5 Want goud wordt in het vuur getoetst,
in de oven van vernedering test God de mens die Hij aanvaardt.
Wanneer je ziek bent of armoede lijdt, vertrouw dan op Hem.
6 Vertrouw op Hem, dan zal Hij je helpen,
bewandel rechte wegen en vestig op Hem je hoop.

7 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
zie uit naar zijn ontferming en wijk niet af,
dan kom je niet ten val.
8 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
vertrouw op Hem,
dan valt je loon je niet uit handen.
9 Jullie die ontzag hebben voor de Heer,
hoop op het goede, op ontferming en eeuwige vreugde,
want eeuwige vreugde is het loon dat Hij schenkt.
10 Kijk naar de generaties van vroeger:
Werd ooit iemand teleurgesteld die op de Heer vertrouwde?
Werd ooit iemand in de steek gelaten die volhardde in ontzag voor Hem?
Werd ooit iemand veronachtzaamd die de Heer aanriep?
11 De Heer heeft immers medelijden en ontfermt zich,
vergeeft zonden en redt in tijden van verdrukking.

Sirach 2:1-11

jelgerbijma

22 Nu ben ik op weg naar Jeruzalem, gedreven door de Geest, zonder te weten wat me daar te wachten staat, 23 behalve dan dat de heilige Geest me in iedere stad verzekert dat gevangenschap en vervolging mijn deel zullen zijn. 24 Ik hecht echter geen enkele waarde aan het behoud van mijn leven, als ik mijn levenstaak maar kan voltooien en de opdracht uitvoeren die ik van de Heer Jezus ontvangen heb: getuigen van het evangelie van Gods genade.

Handelingen 20:22-24

jelgerbijma

19 Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; uit angst voor de Joden hadden ze de deuren op slot gedaan. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij met jullie!’ 20 Na deze woorden toonde Hij hun zijn handen en zijn zij. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. 21 Nog eens zei Jezus: ‘Vrede zij met jullie! Zoals de Vader Mij heeft uitgezonden, zo zend Ik jullie uit.’ 22 Na deze woorden blies Hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. 23 Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’

Johannes 20:19-23

jelgerbijma

21 Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Maak van je brandoffers maar vredeoffers: eet zelf het vlees maar op! 22 Toen Ik jullie voorouders uit Egypte leidde, heb Ik hun nooit iets gezegd of voorgeschreven over brand- en vredeoffers. 23 Wat Ik hun geboden heb, is dit: “Wees Mij gehoorzaam, dan zal Ik jullie God zijn en zullen jullie mijn volk zijn. Volg steeds de weg die Ik jullie wijs, en het zal jullie goed gaan.” 24 Maar ze luisterden niet naar Mij, ze hebben Mij niet gehoorzaamd. Ze volgden hun eigen plannen en lieten zich leiden door hun koppig en boosaardig hart. In plaats van Mij te volgen, keerden ze zich van Mij af.

Jeremia 7:21-24

jelgerbijma

21 Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft Mij lief. Wie Mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en Mij ontvangen, en Ik zal mij aan hem bekendmaken.’ 22 Toen vroeg Judas (niet Judas Iskariot) aan Jezus: ‘Waarom zult U zich wel aan ons, maar niet aan de wereld bekendmaken, Heer?’ 23 Jezus antwoordde: ‘Wanneer iemand Mij liefheeft zal hij zich houden aan wat Ik zeg, mijn Vader zal hem liefhebben en mijn Vader en Ik zullen bij hem komen en bij hem wonen. 24 Maar wie Mij niet liefheeft, houdt zich niet aan wat Ik zeg, en wat jullie Mij horen zeggen, zijn niet mijn woorden, maar de woorden van de Vader, door wie Ik gezonden ben. 25 Dit alles zeg Ik tegen jullie nu Ik nog bij jullie ben. 26 Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest, die de Vader jullie in mijn naam zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat Ik tegen jullie gezegd heb.

Johannes 14:21-26

jelgerbijma

14 Daarom buig ik mijn knieën voor de Vader, 15 die de vader is van elke gemeenschap in de hemelsferen en op aarde. 16 Moge Hij vanuit zijn rijke luister u innerlijke kracht en sterkte schenken door zijn Geest, 17 zodat door uw geloof Christus kan gaan wonen in uw hart, en u geworteld en gegrondvest blijft in de liefde. 18 Dan zult u met alle heiligen in staat zijn de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte te begrijpen, 19 ja de liefde van Christus te kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u geheel vervuld zult raken van de volheid van God.

Efeziërs 3:14-19

jelgerbijma

1 Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zoveel hartelijk medeleven, 2 maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. 3 Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle nederigheid de ander belangrijker dan uzelf. 4 Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. 5 Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 6 Hij, die de gestalte van God had, maakte er geen aanspraak op aan God gelijk te zijn, 7 maar deed afstand van zijn positie en nam de gestalte aan van een dienaar. Hij werd gelijk aan de mensen, en als mens verschenen 8 heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis. 9 Daarom heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10 opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11 en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer,’ tot eer van God, de Vader.

Filippenzen 2:1-11

jelgerbijma

4 Jezus antwoordde hun: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt. 5 Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zeggen: “Ik ben de messias,” en ze zullen veel mensen misleiden. 6 Jullie zullen berichten horen over oorlog en oorlogsdreiging. Laat dat je dan niet verontrusten, die dingen moeten namelijk gebeuren, al is daarmee het einde nog niet gekomen. 7 Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk tegen het andere, en overal zullen hongersnoden uitbreken en aardbevingen plaatsvinden: 8 dat alles is het begin van de weeën. 9 Dan zal men jullie onderdrukken en doden, en jullie zullen door alle volken worden gehaat omwille van mijn naam. 10 Velen zullen dan ten val komen, ze zullen elkaar uitleveren en elkaar haten. 11 Er zullen talrijke valse profeten komen, die velen zullen misleiden. 12 En doordat de wetteloosheid toeneemt, zal bij velen de liefde bekoelen. 13 Maar wie standhoudt tot het einde, zal worden gered. 14 Pas als het goede nieuws van het koninkrijk in de hele wereld wordt verkondigd als getuigenis voor alle volken, zal het einde komen.

Matteüs 24:4-14

jelgerbijma

1 Ik, die gevangenzit omwille van de Heer, vraag u dan ook dringend de weg te gaan die past bij de roeping die u hebt ontvangen: 2 wees altijd nederig, zachtmoedig en geduldig, en verdraag elkaar uit liefde. 3 Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: 4 één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, 5 één Heer, één geloof, één doop, 6 één God en Vader van allen, die boven allen, door allen en in allen is.

Efeziërs 4:1-6

jelgerbijma

13 Er is toch nooit iemand opgestegen naar de hemel behalve degene die uit de hemel is neergedaald: de Mensenzoon?
14 De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, 15 opdat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven heeft. 16 Want God had de wereld zo lief dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in Hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. 17 God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.

Johannes 3:13-17

jelgerbijma

1 HEER, U bent mijn God.
Hoog zal ik U prijzen, uw naam loven.
Want wonderbaarlijk zijn uw daden,
sinds mensenheugenis hebt U uw plannen uitgevoerd,
trouw en betrouwbaar.
2 U hebt de stad tot een bouwval gemaakt,
de versterkte vesting tot een ruïne;
het bolwerk van barbaren is geen stad meer,
nooit zal ze worden herbouwd.
3 Daarom zal het gewelddadige volk U eren,
de stad van wrede volken ontzag voor U tonen.
4 U was een toevlucht voor de zwakken,
een toevlucht voor de armen in hun nood,
een schuilplaats tegen stortbuien, schaduw tegen hitte.
Want het woeden van die wrede volken
is als een stortbui tegen een muur,
5 als hitte in een dorre streek.
U doet het gejoel van barbaren verstommen,
U tempert de triomf van tirannen,
zoals de schaduw van een wolk de hitte tempert.

Jesaja 25:1-5

jelgerbijma

Derde boek
1 Een psalm van Asaf.

Ja, God is goed voor Israël,
voor wie zuiver zijn van hart!
2 Toch had ik bijna een misstap begaan,
bijna waren mijn voeten uitgegleden,
3 want ik keek met afgunst naar de dwazen,
benijdde het geluk van wie kwaad doen.

4 Tot hun dood blijven zij voor ziekte gespaard,
hun buik is goedgevuld,
5 aardse kwellingen kennen zij niet,
het lijden van anderen gaat aan hen voorbij.

6 Daarom is hoogmoed hun halssieraad
en bedekt geweld hen als een mantel,
7 hun ogen puilen uit het vet,
van eigenwaan zwelt hun hart.

8 Ze spotten, spreken kwaad
en dreigen vanaf hun hoge zetels,
9 ze zetten een mond op tot aan de hemel
en hun tong roert zich overal op aarde.

10 Daarom lopen de mensen achter hen aan,
drinken hun woorden in als water
11 en zeggen: ‘Hoe zou God iets weten?
Beschikt de Allerhoogste over kennis?’
12 Zo zijn de goddelozen ten voeten uit,
ze verrijken zich, onverstoorbaar.

13 Ja, vergeefs hield ik mijn geweten zuiver
en waste ik mijn handen in onschuld!
14 Want ik werd gestraft, dag aan dag,
en geslagen, elke morgen weer.

15 Maar zou ik spreken als zij,
ik pleegde verraad aan Gods kinderen!
16 Dus bleef ik nadenken, ik wilde weten
waarom – het was een vraag die mij kwelde,
17 tot ik Gods heiligdom binnenging
en mij hun einde voor ogen bracht.

18 Ja, U zet hen op een glibberig pad
en stort hen in een diepe afgrond.
19 In een oogwenk is het met hen gedaan,
hun ondergang, hun einde is een verschrikking.
20 Ze zijn als een nachtmerrie na het ontwaken, Heer,
bij het opstaan verjaagt U ze als beelden uit een droom.

21 Zolang ik verbitterd was,
gekwetst vanbinnen,
22 dom en dwaas,
was ik bij U als een redeloos dier.

23 Maar nu weet ik mij altijd bij U,
U houdt mij aan de hand
24 en leidt mij volgens uw plan.
Dan neemt U mij weg, met eer bekleed.

25 Wie buiten U heb ik in de hemel?
Naast U wens ik geen ander op aarde.
26 Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam,
de rots van mijn bestaan, al wat ik heb,
is God, nu en altijd.

27 Wie ver van U blijven, komen om,
wie U ontrouw zijn, verdelgt U.
28 Bij God te zijn is mijn enig verlangen,
mijn toevlucht vind ik bij God, de HEER.
Van al uw daden zal ik verhalen.

Psalmen 73

jelgerbijma

38 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Een oog voor een oog en een tand voor een tand.” 39 Dit zeg Ik daarover: verzet je niet tegen wie kwaad doet, maar keer degene die je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe. 40 Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af. 41 En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op. 42 Als iemand iets van je vraagt, geef het hem, en keer je niet af van wie geld van je wil lenen.

Matteüs 5:38-42

jelgerbijma

8 U moet weten, broeders en zusters, dat de tegenspoed die we in Asia hebben moeten doorstaan, uitzonderlijk groot was. We hadden het zo zwaar te verduren dat het onze krachten te boven ging. We vreesden ernstig voor ons leven, 9 we waren er zelfs zeker van dat het doodvonnis al over ons was uitgesproken. Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God die de doden opwekt, 10 die ons heeft gered en ons opnieuw zal redden uit eenzelfde doodsgevaar. Op Hem hebben we onze hoop gevestigd: Hij zal ons altijd redden. 11 En ook u bent ons tot steun door voor ons te bidden. Zo klinkt uit talloze monden de dankzegging voor de gunst die Hij ons bewezen heeft.

2 Korintiërs 1:8-11

jelgerbijma

8 Wat is de mens, waar dient hij toe?
Wat is er goed aan hem, wat slecht?
9 Als hij honderd jaar wordt leeft een mens lang,
maar het tijdstip van zijn sterven komt hij nooit te weten.
10 Als een druppel uit de zee, als een korrel zand
is dat luttel aantal jaren op de eeuwigheid.
11 Daarom heeft de Heer geduld met de mens
en overstelpt Hij hem met zijn barmhartigheid.
12 Hij keek naar hem, en zag dat zijn einde ellendig is,
daarom biedt Hij rijkelijk verzoening.
13 De barmhartigheid van een mens gaat uit naar zijn naaste,
maar de barmhartigheid van de Heer gaat uit naar alles wat leeft.
Hij wijst de mens terecht, onderricht en vormt hem,
Hij voert hem terug zoals een herder zijn kudde.
14 Hij ontfermt zich over wie zijn onderricht aanvaardt,
over wie zijn voorschriften zonder aarzelen opvolgt.

Sirach 18:8-14

jelgerbijma

16 Dat ik verkondig is niet iets om me op te laten voorstaan. Ik kan niet anders, en het zou me slecht vergaan als ik het niet zou doen. 17 Als ik het uit eigen beweging zou doen, zou ik recht op betaling hebben. Maar ik doe het niet uit eigen beweging; het is een opdracht die mij is toevertrouwd. 18 Wat is nu mijn loon? Dat ik het evangelie verkondig zonder er iets voor terug te vragen en dus geen gebruik maak van de rechten die de verkondiging mij geeft. 19 Vrij als ik ben ten opzichte van iedereen, ben ik de slaaf van iedereen geworden om zo veel mogelijk mensen te winnen. 20 Voor de Joden ben ik als een Jood geworden om hen te winnen. Ikzelf sta niet onder de Joodse wet, maar toch heb ik me eraan onderworpen om hen die er wel onder staan te winnen. 21 En voor hen die niet onder de Joodse wet staan, ben ik als iemand geworden die de wet niet heeft, om hen te winnen. Dit betekent niet dat ik de wet van God heb losgelaten, maar dat ik mij heb onderworpen aan de wet van Christus. 22 Voor de zwakken ben ik zwak geworden om hen te winnen. Ik ben voor iedereen wel íets geworden, om in elke situatie althans enkelen te redden. 23 Ik doe alles voor het evangelie om ook zelf aan de beloften ervan deel te krijgen.

1 Korintiërs 9:16-23

jelgerbijma

47 Werkelijk, Ik verzeker u, wie gelooft, heeft eeuwig leven. 48 Ik ben het brood dat leven geeft. 49 Uw voorouders hebben in de woestijn manna gegeten en toch zijn zij gestorven. 50 Maar dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald; wie dit eet sterft niet. 51 Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald; wanneer iemand dit brood eet zal hij eeuwig leven. En het brood dat Ik zal geven voor het leven van de wereld, is mijn lichaam.’

Johannes 6:47-51

jelgerbijma

21 U bent te allen tijde in staat uw macht te tonen; wie kan de kracht van uw arm weerstaan? 22 Heel de wereld is voor U als een stofje op een weegschaal, als een dauwdruppel die ’s ochtends op de aarde valt. 23 Omdat U alles kunt, ontfermt U zich over iedereen; U ziet voorbij aan de zonden van mensen, opdat zij tot inkeer komen. 24 Alles wat er is hebt U lief, niets van wat U gemaakt hebt is U te min; U zou het niet eens gemaakt hebben als U er een afkeer van had. 25 Hoe zou iets tegen uw wil kunnen blijven bestaan? Hoe zou iets kunnen voortbestaan als U het niet in het leven had geroepen? 26 U, Heer, hebt het leven lief en U spaart alles, omdat het van U is;

Wijsheid 11:21-26

jelgerbijma

22 De HEER bewijst zijn liefde: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen einde.
23 Elke morgen schenkt Hij nieuwe weldaden. – Veelvuldig blijkt uw trouw!
24 Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op Hem gevestigd.
25 Goed is de HEER voor wie Hem zoekt en zich op Hem verlaat.
26 Goed is het geduldig te hopen op de HEER die redding brengt.

Klaagliederen 3:22-26

jelgerbijma

1 Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid. 2 Draag elkaars lasten, zo brengt u de wet van Christus tot vervulling. 3 Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. 4 Laat iedereen zijn eigen daden toetsen, dan heeft hij misschien iets om trots op te zijn, zonder zich er bij anderen op te laten voorstaan. 5 Want ieder mens draagt zijn eigen verantwoordelijkheid.
6 Wie onderwezen wordt in het evangelie, moet al het goede dat hij bezit met zijn leermeester delen. 7 Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Wie zaait op de akker van zijn aardse natuur, zal verderf oogsten, maar wie zaait op de akker van de Geest, oogst eeuwig leven. 9 Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. 10 Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.

Galaten 6:1-10